Voor Onderwijs bevat plan weinig nieuws

ZOETERMEER, 13 okt. Aan de drukte bij de koffie-automaten van het ministerie van onderwijs en wetenschappen was het gisteren niet te merken dat secretaris-generaal M. Meyerink even daarvoor een concept-reorganisatieplan op de bureaus had laten deponeren. Dat komt niet alleen door de geleidelijk aan opgebouwde resistentie tegen reorganisatie ('Het departement wordt al zeker tien jaar gereorganiseerd', zegt een wat ouder ogende ambtenaar), het voorstel van Meyerink bevat ook weinig nieuws. 'In grote lijnen was het allemaal al bekend. De uitleg die mijn directeur vanmorgen gaf past redelijk in het raamwerk dat in mei al bekend werd gemaakt', verklaart een ander. 'En och, dat verhaal over die gedwongen ontslagen, dat is door de bonden en de pers opgeblazen ik wil eerst wel eens zien of het werk straks inderdaad met veel minder mensen kan worden gedaan. Dan zullen er toch eerst een paar wetten moeten worden gewijzigd.'

Veel opwinding was er gisteren in Zoetermeer niet te bespeuren. Enige scepsis is er wel te beluisteren: 'We zullen eerst maar eens afwachten hoever deze minister van onderwijs komt. Voor hij met deze operatie klaar is hebben we waarschijnlijk een andere minister die het dan wel weer anders zal willen.'

Voorlopig gaat het bij de reorganisatie nog om de ongeveer dertig pagina's van het concept-reorganisatieplan dat Meyerink vorige week met zijn vier directeuren-generaal besprak; donderdag lichtte hij een wat gewijzigde versie toe voor de ruim veertig directeuren. Dat plan vormde een verdere uitwerking van het in mei verschenen rapport 'Ministerie op maat'. Het plan van Meyerink vormt de tweede fase in het proces dat een einde moet maken aan de verkokering binnen het departement en dient te leiden tot een doelmatiger beheer van de begroting. Formeel moet minister Ritzen het plan nog goedkeuren, in feite heeft het zijn zegen al: het plan is immers in nauwe samenspraak met hem (en staatssecretaris Wallage) opgesteld.

Het voorstel voorziet in een wat plattere organisatie dan in 'Ministerie op maat' was geadviseerd. De ambtelijke top van het ministerie komt te berusten bij een soort raad van bestuur waarin de secretaris-generaal, zijn plaatsvervanger en de directeuren-generaal zitting hebben. Die raad krijgt de leiding over zo'n twintig directies. De zeven velddirecties vormen het hart van de nieuwe organisatie: die gaan als 'werkmaatschappijen' elk een deel van het onderwijs beheren. Zoals het primair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderzoek en het wetenschapsbeleid. En net zoals de huidige directoraten-generaal zullen die directies over zelfstandige beleidsafdelingen beschikken. Een grote, centrale dienst die al het beleid moest gaan uitstippelen is van de baan.

Door een aantal (hogere) ambtenaren wordt er over het nieuwe organisatiemodel wat meesmuilend gesproken. 'Als de minister nu klaagt over scheidsmuren tussen drie directoraten-generaal moet hij zich eens afvragen hoe die samenwerking straks zal zijn tussen de zeven velddirecties', zegt een van hen.

Het zijn nog voorlopige plannen, verklaarde Ritzen gisteren toen hij over de reorganisatie werd aangesproken. Over het aantal banen in de nieuwe organisatie wil hij nog niets zeggen. Dat aantal zal, zoals hij ook al in mei zei, wel blijken als we alle taken hebben ingevuld. Pas begin volgend jaar wordt duidelijk hoeveel er overbodig worden. Eerst moet er ook meer zicht komen op de verzelfstandiging van de uitvoerende werkzaamheden van het departement.