Verkiezingen in Beieren zijn bepalend voor toekomst CSU

BONN, 13 okt Twee jaar geleden stierf Franz Josef Strauss, de man die zo ongeveer de belichaming was van het gemengde assortiment waar de conservatieve CSU als permanente Beierse meerderheidspartij voor stond en wil staan. Zeg voor moderne technologie en rooms-katholieke orthodoxie, romantische milieu-liefde en het groot-stedelijk vertoon van de Munchense Schickeria, het Oktoberfest en de Pinakotheken.

Morgen, bij de regionale verkiezingen voor het parlement van de Beierse vrijstaat, laten de kiezers weten hoe de CSU er voorstaat in een land dat volgens velen bij de Duitse eenwording van vorige week 'protestantser, Noordduitser en socialer' is geworden. En waarin tevens het gewicht van de exclusief Beierse CSU relatief kleiner werd.

Sinds Strauss' plotselinge dood werd het leven voor de CDU-kanselier in Bonn wat rustiger. Maar in Beieren kreeg de CSU de ene klap na de andere, het einde van haar dagen als vanzelfsprekende meerderheidspartij leek in zicht. Bij de Europese verkiezingen midden 1989, haalden de rechts-radicale Republikaner pijnlijk hoge scores. Begin dit jaar verloor de CSU zo'n acht procent bij lokale verkiezingen. Een paar maanden later leed zij onverwachte nederlagen (tegen SPD-kandidaten) bij burgemeestersverkiezingen in steden als Regensburg, Passau en Augsburg. De als potente zusterpartij omhelsde Oostduitse DSU, die de machtsbasis van de CSU buiten Beieren moest helpen verbreden, kwijnde in de loop van dit jaar onder veel akelige, interne ruzies terug tot marginale omvang.

Binnen de partij van Strauss hielden de Stoibers, Streibls en Gauweilers een gevecht om de macht, koers en strategie gaande dat de nieuwe partijleider, Theo Waigel (sinds april '89 minister van financien in Bonn), niet echt wist te beeindigen. De liberale FDP, ter linkerzijde van de CDU eigenlijk steeds behoorlijk verwend door Strauss' verwensingen, moest leren leven met een ongewone stilte uit Munchen. Binnen de CDU zal men wat dit betreft niet alleen af en toe naar Strauss hebben terugverlangd, men zal zich soms ook hebben afgevraagd of kanselier Kohl er wel zo verstandig aan had gedaan om de nieuwe CSU-leider enigszins te neutraliseren in zijn rol als partijpoliticus door hem minister van financien te maken.

Maar naarmate dit jaar de Duitse eenheidstrein op gang kwam en steeds sneller ging rollen, verdween ook een aantal CSU-problemen. De Republikaner van de vroegere SPD'er en CSU'er Schonhuber werd de wind zozeer uit de zeilen genomen dat zij als electorale bedreiging nagenoeg verdwenen. Bovendien kon Waigel als ernstige financiele spil in het Duitse eenwordingsproces nu veel vaker op bruikbare nationale publiciteit rekenen dan hij oorspronkelijk van zijn overstap naar Bonn had mogen verwachten.

Deze week heeft Waigel de nagedachtenis van Strauss twee keer kunnen eren. Hij presenteerde een nieuw twee-markstuk met diens beeltenis erop. En bovendien mocht hij woensdag bij de Rijn de eerste stappen zetten op de Franz-Josef-Strauss-Allee. Die is ontstaan na eindeloos touwtrekken om een plaats op de plattegrond van het politieke centrum van Bonn. Uiteindelijk is dat niet ten koste gegaan van de naar SPD'ers vernoemde Friedrich-Ebert-Allee of de Ollenhauerstrasse maar misschien nog wel mooier van een stukje straat dat de naam van de vroegere CDU-kanselier Ludwig Erhard draagt. Een stukje straat dat in Bonn, volgens Waigel, precies 'naar het centrum van de macht' voert.

Morgen kan de CSU Strauss bij de verkiezingen voor het Beierse parlement nog een eerbewijs brengen. Namelijk door met de 58 procent die de opiniepeilers haar nu voorspellen diens laatste score (55,8 in 1986) te overtreffen. Dat zou de politieke kalmte in Munchen en Bonn bevorderen en kanselier Kohl en zijn CDU dus ook goed bevallen.