Twee jaar voor antisemitisme in Sovjet-Unie

MOSKOU, 13 okt. Een van de leiders van de Russische radicaal-nationalistische beweging Pamjat is gisteren door een rechtbank in Moskou wegens antisemitisme tot twee jaar strafkamp veroordeeld. De 54-jarige Konstanin Smirnov-Ostasjvili werd ervan beschuldigd een van de organisatoren te zijn geweest van de gewelddadige overval op het centrale Schrijvershuis in januari.

Het vonnis is conform de eis. Het is de eerste keer sinds mensenheugenis dat antisemitisme in de Sovjet-Unie strafrechtelijk wordt vervolgd. Formeel was antisemitisme nooit toegestaan in de Sovjet-Unie. Maar in feite werd het de niet alleen nooit bestraft maar werd het zelfs aangewakkerd door de staat, openlijk onder Stalin in de jaren veertig/vijftig en subtiel onder Brezjnjev in de twintig jaar daarna. Twee jaar is overigens wel de minimale straf die er volgens het Russische wetboek van strafrecht op antisemitisme en aanwakkeren van rassenhaat staat. De maximumstraf zou vijf jaar zijn geweest.

Schrijvershuis

Smirnov-Ostasjsvili was een van de mensen die op 18 januari het Schrijvershuis bestormden, waar toen net een bijeenkomst aan de gang was van de 'links-democratische April'-groep. De Pamjat-aanhangers verschaften zich toegang tot het gebouw, dat gewoonlijk alleen met een speciaal pasje van de Schrijversbond is te betreden, ontrolden spandoeken, hieven leuzen aan als 'Kameraden joden eruit, jullie tijd is voorbij, noch de partij noch de KGB kunnen jullie nog helpen' en lieten het vervolgens op een vechtpartij aankomen. Een aantal schrijvers moest met ernstige verwondingen in het ziekenhuis worden opgenomen.

Pamjat is daarna actief gebleven onder de slogan 'Weg met de bezetting van Rusland door 0,6 procent', het percentage joden dat nu nog in de Sovjet-Unie leeft. Ook hun anti-communistische karakter verbinden deze ultra-nationalisten meer en meer met antisemitisme. Zo is de bolsjewistische revolutie de schuld van joden als Trotski, Kamenev en Zinovjev en is het stalinisme vooral het werk van Kaganovitsj, een van de rechterhanden van Stalin en zo ongeveer de enige joodse communist die niet door hem is vervolgd. Op straat manifesteert Pamjat ('herinnering' in het Russisch) zich bij voorkeur in zwarte uniformachtige kleding en koppelriemen. Maar politiek-demagogische kracht heeft de beweging (nog) niet. De leiders ontberen minimaal retorisch talent. En de organisatie lijkt meer te berusten op bluf dan op mensen. Het aangekondigde pogrom voor 5 mei dit jaar bleek op het kritieke moment vooral een hetze in het geruchtencircuit te zijn geweest.

Smirnov-Ostasjvili, die volgens zijn advocaat een 'slachtoffer van het totalitaire systeem is', gaf tijdens de rechtzitting de schuld van zijn veroordeling op voorhand al aan 'de pers' die niet zuiver Russisch is. Na het aanhoren gisteren van het vonnis, waarbij hij werd toegeklapt door een deel van het publiek dat hem ook nog rozen en andere bloemen toewierp, riep Smirnov-Ostasjvili dat deze 'schande' hem door president Gorbatsjov was aangedaan en dat Bush de 'leider is van de joodse mafia'. Bij het verlaten van de zaal kwam het wederom tot heftige uitbarstingen van antisemitisme. Aanhangers van de Pamjat-leider riepen dat het vonnis, een 'jiddisch nazi-vonnis', de 'grootste schande van de eeuw' was en dat dit 'zelfs onder Hitler niet zou zijn voorgekomen'.

Emigratie

De dreigende antisemitische sfeer die de laatste jaren rond anti-semitische groepen als Pamjat en andere zich vaak 'rechtzinnig' en 'monarchistsich' nomende bewegingen is gaan hangen, heeft de emigratie van Russische joden verder gestimuleerd. Momenteel verlaten er per maand ongeveer tienduizend joodse burgers de Sovjet-Unie. Veel anderen, die nu nog blijven, hebben een uitreisvisum op zak voor het geval dat het nodig zou zijn. De omvang van deze emigratiebeweging is mede zo gegroeid omdat de Sovjet-overheid weinig beperkingen meer oplegt aan emigranten. De verhoudingen tussen de Sovjet-Unie en Israel zijn bovendien beter dan ooit. Een volledig herstel van de diplomatieke betrekkingen is nu op handen.