'te veel verlengde Cadillacs, te veel enorme inkomens en teveel topmode'; Het country and western marxisme van Kevin Phillips

Met de begrotingsperikelen van Bush heeft de Amerikaanse auteur Kevin Phillips zijn gelijk gehaald. In het geruchtmakende 'The Politics of Rich and Poor' voorspelde deze conservatief dat de Amerikaanse middenklasse de bevoordeling van de hoogste inkomens niet langer zouden accepteren.

Phillips verwoordt al sinds Nixon de conservatieve sentimenten in Amerika. Hoe is zijn visie in die tijd veranderd?

Het begon met een papieren servetje. Daarop tekende de onder vakgenoten nauwelijks bekende hoogleraar Arthur Laffer uit Zuid-Californie tijdens een politiek diner een kromme banaan. Die moest weergeven dat vanaf een zeker punt de belastingopbrengsten daalden als de tarieven hoger werden. Het mythische servetje was de aanzet tot de Reagan-revolutie in Amerika, tien jaar geleden.

Dan was er nog het trickle down-effect: als de rijken rijker werden zou hun welstand door verhoogde investeringen ook doordruppelen op de anderen. Samen met toenmalig afgevaardigde Jack Kemp en Jude Wanniski werden de pleitbezorgers van deze aanbodeconomie 'de wilde mannen' genoemd.

George Gilder verheerlijkte kapitalisme in de bestseller Wealth and poverty. ' Kapitalisme begint met geven', schreef hij. ' Niet uit hebzucht, vrekkigheid of zelfliefde kan men de beloningen van handel verwachten maar uit een mentaliteit die nauw verwant is aan altruisme, een achting voor de behoeften van anderen, een welwillend, naar buiten gericht en moedig temperament van de geest.'

Dat was 1981. Nu siert een andere titel al maanden onverwacht de bestsellerslijsten: The politics of rich and poor. Wealth and the American electorate in the Reagan aftermath over de politieke gevolgen van ' te veel verlengde Cadillacs, te veel enorme inkomens en te veel topmode' geschreven door de Republikeinse politieke analyticus Kevin Phillips. De uitgever liet er 7500 van drukken maar nu zijn honderdduizenden exemplaren nog niet genoeg. Phillips is nu een vaste gast op televisiepraatshows. Hij heeft het zo druk dat hij zich na maandenlang smeken alleen voor een telefooninterview van veertig minuten beschikbaar kan stellen. ' In Nederland heb ik geen lezers', zegt hij.

In Amerika heeft het boek de prominentie gekregen van Paul Kennedy's analyse van de gevolgen van militaire overspanning van grootmachten. Iedereen praat en schrijft erover, of hij het heeft gelezen of niet. Phillips heeft net als Kennedy een sombere boodschap. Een citaat: ' geldpolitiek - of het nu gaat om de hebzucht van financiers of de corruptie van politici - ontwikkelt zich als het belangrijkste politieke thema voor de jaren negentig. Klassetructuren kunnen dan wel zwak zijn in de Verenigde Staten maar populistische gevoeligheden lopen hoog op'.

Inkomensdistributie

Enkele maanden na verschijning van het boek wordt Phillips op zijn wenken bediend. Nadat president Bush een begrotingscompromis in een televisierede had verdedigd, belden kiezers naar het Congres om hun vertegenwoordigers te instrueren het compromis niet te aanvaarden, omdat ze niet meer belasting wilden betalen of omdat ze geen medische voorzieningen wilden verliezen. Nu proberen Democraten die de meerderheid hebben in het Congres, de ' zeepbel uit elkaar te doen spatten', dat wil zeggen, het toptarief voor inkomens boven de 175.000 dollar per jaar omhoog te brengen van 28 procent naar het peil van de lagere inkomensschijf: 33 procent. Voor het eerst durven Democraten weer openlijk te praten over meer distributie van inkomen en vermogen, een onderwerp dat de meesten tot nu toe hadden gemeden. Democratisch presidentskandidaat Dukakis had in 1988 'competentie' tot het niet-ideologische hoofdthema van zijn campagne gemaakt. Nu gaat het om de verschillen tussen rijk en arm en het werkt. President Bush talmt. Eerst zei hij 'ja' tegen de verhoging van het toptarief, later overreedden Republikeinse senatoren hem om ervan af te zien.

De Republikeinen dalen in de opiniepeilingen omdat ze het imago hebben van de partij voor de rijken. De middenklasse heeft niet kunnen profiteren van de Reagan-revolutie en dat zal volgens Phillips de Republikeinse partij duur komen te staan. Terwijl de luxejachten steeds groter werden, ging de modale inkomenstrekker steeds dieper gebukt. Overheidsvoorzieningen zoals studieleningen vielen weg of gingen achteruit. De lasten voor AOW en AWW schoten omhoog, evenals de belastingen van de gemeente of staat. Want de Reagan-revolutie betekende ook: minder federale steun aan lokale overheden. De top 1 procent in de inkomensschaal verdient meer dan de laagste 40 procent.

Phillips propageert opnieuw een trickle down effect, maar dan voor belastingbetalers. Als de rijken meer betalen, komt de middenklasse ook wel mee. Nu blijkt uit alle peilingen dat er weinig animo is voor belastingverhoging, terwijl het overheidstekort steeds groter wordt en de dollar naar beneden tuimelt.

Conservatieve populisten

Phillips vergelijkt het tijdperk van de presidenten Reagan en Bush met de roaring twenties waarin de Republikeinse president Calvin Coolidge de belastingen voor de rijken verlaagde, een tijdperk dat eindigde met de beurskrach van '29. Voor Reagan was Coolidge een groot voorbeeld. Zijn portret werd op een prominente plaats in het Witte Huis gehangen. In die tijd ging het topbelastingtarief van 73% naar 25%, in 1986 van 70% naar 28%. De Amerikaanse weeldezucht van de rijken is volgens Phillips niet altijd zo groot maar verloopt in cycli. Eind vorige eeuw was er het Gulden Tijdperk, dat ook voornamelijk Republikeins was. Een speculatiegolf eindigde met een krach in 1893 waarop een depressie volgde.

Het verschil met toen is de zware overheidsschuld. Phillips: ' Het Witte Huis heeft gezegd dat er alleen maar goed nieuws was. Ze hebben het overheidstekort altijd veel te laag geschat. Ze zeiden: 'Er komt geen recessie en we hebben misschien wel helemaal geen recessie meer'.'

Vanaf het begin van de Reagan-revolutie heeft Phillips gewaarschuwd dat conservatisme niet gelijk staat aan kapitalisme. Integendeel, conservatieve populisten hebben altijd op gespannen voet gestaan met het grootkapitaal en met het Republikeinse establishment van de Rockefellers. Kapitalisme brengt ook sociale veranderingen en nieuwe consumptiegewoonten die onaangenaam zijn voor conservatieven. De grens tussen conservatief en progressief is vaag in de Verenigde Staten. De progressieve beweging in het midden-westen, het westen en het zuiden in het begin van deze eeuw werd geinspireerd door de bijbel.

Prominent was William Jennings Bryan die driemaal als Democratisch kandidaat tevergeefs een gooi deed naar het presidentschap. Hij kwam op voor de kleine boeren die de prijzen voor hun produkten steeds verder zagen dalen. Hij verkoos Adam en Eva boven de evolutieleer, en hij verdedigde de Ku Klux Klan van de blanke kleine man, hoewel hij er zelf geen deel van uit maakte. Bryan, met zijn donderende redes, figureerde in Frank Baums fictie als de wizard of oz, het mannetje dat vanachter een kamerschermpje met hefbomen een groot, galmend spook bediende.

Phillips heeft zich zijn hele loopbaan met conservatief populisme bezig gehouden. In 1967 en 1968 wees hij als campagne-assistent van presidentskandidaat Richard Nixon op het potentieel van tot populisme neigende conservatieven uit het zuiden en het westen van de Verenigde Staten. Nixon kwam met de zuidelijke strategie om het Democratische zuiden van de Verenigde Staten voor de Republikeinen te winnen. De nieuwe Democratische partij van desegregatie en burgerrechten voor de zwarten, sprak de kleine blanke kiezers minder aan. Phillips slaagde erin om deze ' zwijgende meerderheid' van Archie Bunkers in 1968 naar Nixon te brengen. Alle districten die eerst William Jennings Bryan en later Franklin Roosevelt steunden, gingen nu naar Nixon.

Nixon behoorde niet tot het establishment van de oostkust. Hij heeft een werkmansachtergrond en wist in campagnes de juiste toon te treffen. Phillips: ' Nixon was anticommunist. Hij was voor een buitenlands beleid waarin het nationaal belang centraal stond. Hij ondersteunde het neerslaan van geweld en van opstanden in universiteiten in de Verenigde Staten. Maar Nixon was niet zo conservatief in zijn economische denkbeelden.'

Reagan gewaarschuwd

Van de conservatieve journalist William Buckley kreeg Phillips de titel 'country-and-western-marxist'. In zijn eerste boek in 1969 voorspelde hij een 'opkomende Republikeinse meerderheid' en verzon hij de term sunbelt (zonnegordel) voor groeiende staten als Texas en Florida. Het boek is een atlas voor Republikeinse politici geworden. Achteraf zegt hij dat Watergate de kans op een meerderheid in het Congres heeft verknoeid maar het Witte Huis is wel - met uitzondering van vier jaar Carter - in handen van de Republikeinen gebleven.

In 1980 steunde Phillips Reagan maar in 1982 waarschuwde hij in Postconservative America al dat het nieuwe Republikeinse bewind de kleine man uit 'Middle America' van zich zou vervreemden. De coalitie die Reagan aan de overwinning hielp, had ongelijksoortige bestanddelen. ' Veel van de vluchtige populistische component van de Reagan-coalitie en Nieuw Rechts is niet 'van rechts' in enige klassieke of traditionele zin. De graanboeren uit Dakota, de orthodoxe joden uit New York City en de arme blanke baptisten uit de zuidelijke naaldwouden - drie opmerkelijke trendgroepen voor Reagan in 1980 - leggen de nadruk op de 'conservatieve' radicalisering van kiezersstromingen', schreef Phillips. Veel groepen uit de Reagan-coalitie stemden in de jaren dertig voor de New Deal van Roosevelt.'

In de Reaganrevolutie kwam later volgens Phillips een nostalgisch element dat uiting gaf aan 'einde van het wereldrijk'-frustraties en hij voorspelde zelfs een nieuw fascisme. Daarin heeft hij ongelijk gekregen. Evenmin wisten rechtse protestanten met satellietzenders in de jaren tachtig de agenda te domineren. De afgelopen tien jaar verdween de tv-kerk even snel weer van het politieke spectrum als het was opgekomen. Ook dat heeft Phillips niet voorzien maar hij was niet de enige. ' Bush was zo bezorgd geweest over religieus rechts in de herfst van 1987 dat hij een televisiefilm van een half uur liet maken waarin hij werd afgebeeld als herboren christen', zegt hij. ' Zes jaar na het verschijnen van mijn toenmalige boek bleef religieus rechts vooruit gaan. Maar toen zijn ze te ver gegaan en de evangelist Pat Robertson voerde geen goede presidentscampagne. Amerika heeft in het verleden vaak dergelijke oplevingen gehad van religieus rechts.'

Phillips ziet nu een dreiging in de politieke activiteiten van de voormalige leider van de Nazipartij en van de Ku Klux Klan David Duke in de deelstaat Louisiana. Duke verloor maar kreeg 44 procent van de stemmen bij senaatsverkiezingen. Phillips: ' Anderen met een minder besmet verleden zullen proberen hem na te volgen - er heerst tenslotte een algemene frustratie heerst met de liberale bureaucraten met hun sociologische experimenten, met Washington, met hoofdsteden van staten. Er is gewoon algemene weerzin tegen de machtsstructuur. De conservatieven zijn ook altijd tegen positieve discriminatie en tegen quota's geweest.'

Republikeins probleem

In hoeverre hoort Phillips zelf tot de conservatieve populisten? Hij is weliswaar in een toenmalige middenklassewijk in de Noord-Bronx opgegroeid maar hij lijkt het tegendeel van Archie Bunker. Hij heeft rechten gestudeerd in Harvard. Hij draagt donkere pakken. Hij woont en werkt in een voorstad van Washington. Zijn adviesbureau 'American political research' helpt grote bedrijven. Hij houdt niet van de radicaal evangelische dominees, laat staan van David Duke. De volgelingen van dergelijke personen moeten juist in een grote politieke coalitie worden opgevangen. Maar wat heeft de conservatieve beweging nog te bieden? Dat is precies het probleem van de Republikeinse volksvertegenwoordigers in de huidige tussentijdse verkiezingen en het is een van de oorzaken van de huidige impasse over de Amerikaanse begroting. Republikeinen zoeken naar een punt dat hen onderscheidt van de Democraten, zoals verlaging van de belasting op de vermogensaanwas. Wat maakt Phillips nog tot conservatief? Anticommunisme is sinds vorig jaar als conservatief amalgaam verdwenen. Slechts extreem-rechtse splintergroepen als de John Birch society zien nog een Sovjet-dreiging. Hoge defensie-uitgaven ondersteunde Phillips wel in de jaren tachtig maar nu niet meer.

Abortus is ook verloren als conservatief strijdpunt, vindt Phillips, omdat de meeste Amerikanen vinden dat abortus mogelijk moet zijn. ' Ik denk dat harde standpunten ten aanzien van misdaad, de doodstraf en het drugsvraagstuk de conservatieven nog baten', zegt hij. Maar ook de Democratische partij maakt zich sterk op deze punten, ' zodat deze vraagstukken hun aantrekkingskracht in economische vraagstukken niet kunnen ondermijnen'. Dan blijft alleen de oppositie tegen positieve discriminatie voor minderheidsgroepen als conservatief twistpunt over.

Bush is niet sterk

' De termen conservatief en progressief-liberaal zijn minder bruikbaar dan ooit', zegt Phillips. ' De achtergrond voor de politieke strijdvragen is in de jaren tachtig zo veranderd. Je had conservatieven die het idee van overheidstekorten steunden en heel nonchalant stonden tegenover de opkomst van een economische rivaal. Ze protesteren er niet tegen dat onze fabrieken, onze steden en onze grote bedrijven worden opgekocht door de Japanners. Dus schonden ze mijn conservatieve ideeen over financien en nationalisme. President Bush steunt een constitutioneel amendement tegen ontheiliging van de vlag maar het maakt hem niets uit boven hoeveel Amerikaanse bedrijven en monumenten een vlag van een ander land wappert.'

Het economische getij zal bepalen of er in 1992 een Democraat in het Witte Huis komt. Phillips: ' Het is duidelijk dat we nu op een recessie afstevenen. Als het een zware is, dan wordt de kans dat Bush verliest groter. Maar het moet een heel zware zijn. De Democraten hebben geen duidelijk sterke kandidaten. Ze hebben een economische recessie nodig om hun winnende argumenten te ontwikkelen. Door een recessie ontstaat een situatie waarin sommige van hun mensen, zoals de New Yorkse gouverneur Cuomo, er als sterke leiders gaan uitzien.'

' De opiniecijfers over Bush zijn wel hoog maar niet sterk. Er zit geen gevoelsdiepte in. Daarom heeft hij een probleem. Een particuliere opiniepeiler van Bush verttelde me zojuist dat hij afgelopen week 16 tot 18 punten is gezakt in populariteit. Eerst stond hij op 75 procent bijval. Dit betekent dat hij geen persoonlijke macht heeft over Amerikanen als de zaken slecht gaan. Zijn populariteitscijfers kunnen heel snel naar beneden komen.

' De Amerikanen hielden van Bush zolang de economie goed ging. Het was een langdurige groeicyclus en de Republikeinen konden zeggen dat ze al die welvaart hadden gebracht. Bush had veel baat bij de topconferenties met Gorbatsjov, de verscheuring van de Sovjet-Unie, de invasie in Panama en de militaire betrokkenheid bij het Midden-Oosten. Buitenlands beleid is heel belangrijk voor Bush, hij is een geluksvogel met de wereldgebeurtenissen van het afgelopen jaar. Hij is nooit sterk geweest in binnenlandse of economische vraagstukken.

' President Eisenhower stond veel lager dan Bush in de opiniepeilingen. Maar als hij voor de Amerikaanse televisie had gezegd dat het congres iets verkeerds deed, dan zou hij heel wat meer succes hebben gehad. Eisenhower was een vaderfiguur voor de Amerikanen. Maar van Bush weet ik gewoon niet wat hij vertegenwoordigt.'