Taiwanese kunstenaar behaagt kijker op papier

Kunst, zeker ook hedendaagse beeldende kunst uit landen buiten de westerse culturele traditie, moet bij ons eerst een etnografisch filter passeren voordat zij voor vol wordt aangezien. Tenzij het om overweldigend oude of kostbare dingen gaat, om goud van de Phoeniciers, schatten van de Inca's of om de overdaad uit een Verboden Stad, komen de Afrikaanse, Aziatische of Eskimo-kunsten in de musea voor volkenkunde terecht. Zij worden curieus gevonden, als knap en geheimzinnig bewonderd maar slechts af en toe evenwaardig geacht aan onze eigen kunst, die dan ook in kunst-musea wordt gepresenteerd. Merkwaardig genoeg geldt voor de daar getoonde eigentijdse kunst in veel gevallen dat zij door Japanse prenten, Chinese karakters of primitieve Afrikaanse beeldjes werd beinvloed en geinspireerd.

Zelfs een in zijn eigen deel van de wereld hoog geschat schilder als de 55-jarige Au Ho-Nien uit Taiwan, werkend in een sterk door het westen beinvloede Chinese traditie, wordt hier via de etnografische deur geintroduceerd, namelijk in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden, waar in ongeveer vijftig schilderingen op papier een overzicht wordt gegeven van zijn meest recente oeuvre.

Au Ho-Nien schildert in een gemengde techniek van inkt en aquarel in de stijl van de Zuidchinese School van Lingnan. Dat is de geografische aanduiding (zoiets als hier de Bergense School) van een kunstenaarsgroep, die in de jaren dertig de traditionele Chinese schilderkunst wilde vernieuwen en open stond voor westerse elementen als perspectief, schaduwwerking en sterkere kleurcontrasten. Met behoud van de vele eeuwen teruggaande ambachtelijke tradities en de daarin gewortelde thema's werd een realistische stijl ontwikkeld, op het behagen gericht en geraffineerd charmant. Au schildert in deze trant bij voorkeur landschappen en dierfiguren met af en toe gestileerde portretten van historische dichters en wijsgeren. De schilderingen gaan altijd samen met reeksen lettertekens die begeleidende dichtregels behelzen, of slechts de titels van de werken, soms een simpele mededeling als: 'Lente van het jaar van de tijger, voor het genoegen geschilderd.'

De goed geillustreerde catalogus (f. 17,50) verschaft helaas weinig opheldering over de achtergronden waartegen we de kunst van Au Ho-Nien moeten plaatsen. We moeten het dan ook doen met de oppervlakkige kennis over de Chinese schilderkunst, waarover de meesten van ons slechts beschikken.

We weten bij voorbeeld dat sinds oudsher de Chinese karakters een sterker beeldende betekenis en bedoeling hebben dan onze lettersymbolen, dat daardoor schilder- en dichtkunst nauwer dan hier met elkaar zijn verbonden. De Chinese schildertraditie ontstond in de bestuurlijke intellectuele elite rondom de keizers, diende een wereldbeeld waarin het keizerlijk gezag een harmonie tussen hemel, aarde en mensheid in stand hield en bediende zich van een aan het landschap en het dierenrijk ontleende symboliek, waarin onmetelijke rotspartijen, watervallen, bloemen, veel reigerachtige vogels en wilde dieren hun vaste plaatsen hadden. De menselijke figuur diende meestal slechts als nietige aanduiding van de grootsheid der natuur, die weer gelijk stond aan de macht en invloed van de god-keizers. Navolging en verfijning van deze symbolische thematiek werden in de Chinese kunstbeleving hoger gewaardeerd dan originaliteit.

Ondanks de duidelijk aanwezige westerse elementen in het werk van Au Ho-Nien is de hierboven aangeduide symbolische thematiek steeds overheersend, de oude gegevens worden moderner belicht en gerangschikt. Met een door eindeloze routine bereikt gemak en vanzelfsprekendheid schetst hij in inkt en kleur zijn zilverreigers, kraanvogels, een haan, bloesemtak, vis, paarden, angstig hoge rotsen met neerstortend watergeweld. Soms beslaan de papieren schilderijen, uitgevoerd als vier- of meerluiken hele wanden, soms blijven ze klein en bescheiden. Het sterkst aansprekend zijn ze als de mens niet als een piepklein repoussoir dient maar om zichzelf werd geschilderd, bij voorbeeld het portret van de wanhopig naar de juiste karakters zoekende dichter Han Shan.

Au Ho-Nien is op Taiwan een autoriteit, de bekendste schilder, hoogleraar aan de academie en het kunstzinnige visitekaartje van de eilandstaat. Zijn knappe, maar dikwijls te routineuze en gladde werkstukken, zien er soms uit of ze met grote snelheid zonder nadenken zijn ontstaan, maken nieuwsgierig naar het bestaan op Taiwan van een avant-garde. Au Ho-Nien vertegenwoordigt de officiele kunst ter plaatse, hoe zou de jonge garde er werken? En nog nieuwsgieriger kunnen we zijn naar het hedendaagse schilderen in het grote, het echte China. In de catalogus had althans een poging behoord om die zich als vanzelfsprekend opdringende vragen te beantwoorden.

Tentoonstelling: Au Ho-Nien, de Chinese traditie hernieuwd. T/m 28/10 in Rijksmuseum voor Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden. Geopend: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 13-17 uur.