Steden houden band met Nicaragua

ROTTERDAM, 13 okt. De verkiezingsnederlaag van de sandinisten in Nicaragua eind februari was door veel Nederlandse gemeenten die in dat land een zusterstad hebben, niet voorzien.

Groningen, Utrecht en Delft kwamen met de schrik vrij: in hun zustersteden behield het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (FSLN) een meerderheid. Burgemeesters en wethouders van de overige zeven steden die een officiele band hebben met een Nicaraguaanse stad, haastten zich te verklaren dat de 'jumelage' wat hen betreft in stand blijft. De anti-sandinistische Amerikaanse Nationale Oppositie Unie (UNO) was immers democratisch gekozen door de Nicaraguanen, aldus onder andere burgemeester Van Thijn van Amsterdam.

Verscheidene Nederlandse organisaties menen echter dat het duidelijk is dat de UNO 'zich niet inzet voor de armsten' en hebben besloten de samenwerking met UNO-gemeentebesturen te verminderen. In plaats daarvan worden de banden aangehaald met particuliere organisaties, waarvan de meeste pro-sandinistisch zijn.

De Stichting Samenwerking Tilburg Nicaragua (SSTN) besloot dinsdagavond de samenwerking met het rechtse gemeentebestuur van Matagalpa, Tilburgs zusterstad in Nicaragua, een langzame dood te laten sterven: de SSTN zal aan de gemeente Matagalpa geen nieuwe projectvoorstellen doen. In plaats daarvan gaat de stichting samenwerken met particuliere organisaties, waaronder een vrouwencollectief en een groep gezondheidswerkers van sandinistische signatuur.

De Tilburgse wethouder Timmermans (CDA) stelt dat de SSTN de Nicaraguaanse kiezer passeert door haar beslissing de samenwerking met het gemeentebestuur van Matagalpa te verminderen. Maar de SSTN, die jaarlijks ruim 100.000 gulden subsidie krijgt van de gemeente Tilburg, heeft wel het recht te besluiten dat ze bij voorkeur met particuliere organisaties in Matagalpa wil samenwerken, aldus Timmermans.

Naast de subsidie aan de SSTN heeft de gemeente Tilburg 180.000 gulden vrijgemaakt om de komende drie jaar in Matagalpa te helpen bij het verbeteren van de afvoer van regenwater, de bouw van huizen en de aanleg van een park. Volgens de Tilburgse wethouder Timmersmans (CDA) is er geen enkele aanleiding tot stopzetting van deze projecten zolang het nieuwe gemeentebestuur in Matagalpa de overeengekomen opzet onderschrijft.

Behalve de SSTN veranderen ook andere Nederlandse organisaties hun samenwerkingsrelatie met Nicaraguaanse gemeenten. De Amsterdamse 'scholenbanden' zijn 'voorzichtig' met het aangaan van nieuwe contacten met scholen in Managua. Het Gemeentelijk Vervoersbedrijf in Amsterdam overweegt de ondersteuning van het zusterbedrijf in Managua te stoppen. De directe aanleiding daartoe is het mogelijk politiek gemotiveerde ontslag van drie Nicaraguanen die bij het Amsterdamse vervoersbedrijf een jaar lang stage hebben gelopen.

De Stichting Samenwerking Nijmegen-Masaya 'verschuift de aandacht' van het gemeentebestuur van Masaya naar een particuliere organisatie, Masaya sin fronteras (Masaya zonder grenzen), die na de verkiezingen is opgericht door ex-ambtenaren en leden van sandinistische organisaties. De beslissing daartoe is volgens Angela van Aalst, voorzitter van de stichting, vooral genomen op praktische gronden. In de nieuwe Nicaraguaanse organisatie 'zitten mensen met ervaring, waarmee we al vijf jaar samenwerken', aldus Van Aalst.

De Nicaragua Komitee's in Rotterdam en Amsterdam beginnen geen nieuwe projecten meer met het UNO-gemeentebestuur van respectievelijk Corinto en Managua. 'We verwachten niet dat de UNO zich inzet voor de armsten', aldus Ludy Oosterhof van het Amsterdamse comite, waar de koffie nog wordt geserveerd uit bekers met het opschrift 'Daniel Presidente'. Daniel Ortega was de presidentskandidaat van de sandinisten. Het Komitee in Rotterdam begint alleen aan projecten 'die gesteund worden door het FSLN'.

De Nicaragua Komitee's gaven begin jaren tachtig de aanzet voor het aangaan van de stedenbanden. Voor Gerrit Vledder, coordinator van het Nicaragua Komitee Nederland, is handhaving van de banden niet langer vanzelfsprekend. Vledder spreekt van 'een dilemma van burgemeesters in oorlogstijd'. Hij vreest dat de stedenbanden 'gebruikt worden om een sociaal label te plakken op asociaal beleid'. Maar tegelijkertijd wil Vledder niet zonder meer pleiten voor het verbreken van de banden omdat hij hoopt met projectgelden UNO-gemeentebesturen 'in de goede richting te duwen'.

De stedenbanden zijn van financieel belang voor sommige Nicaraguaanse gemeenten. Daarmee beschikken de Nederlandse steden over een drukmiddel, erkent Ronald van der Hijden, secretaris van het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland Nicaragua. Volgens het beraad ging tussen 1985 en 1990 via stedenbanden 15 tot 20 miljoen gulden naar Nicaragua. Projecten voor de aanleg van drinkwater hadden daarin een hoofdaandeel.

Van der Hijden hecht aan voortzetting van de stedenbanden. Volgens hem zal dat ook bijdragen aan vermindering van de polarisatie in Nicaragua. Hij vindt het wel vanzelfsprekend dat Nederlandse gemeenten van UNO-gemeentebesturen verlangen dat ze instemmen met de doelstelling 'de allerarmsten te helpen'. Volgens hem werd in de samenwerking met het FSLN aan die doelstelling voldaan, maar kan dat ook met de UNO. Desgevraagd sluit Van der Hijden niet uit dat met de UNO op sommige terreinen beter kan worden samengewerkt dan met het FSLN. 'Als wij vroeger een project wilden beginnen met Conapi, de Nicaraguaanse raad voor het midden- en kleinbedrijf, reageerde het FSLN niet altijd even enthousiast. Voor hen had het geen prioriteit', aldus Van der Hijden.