RICHARD BURTON; Reiziger zonder maatgevoel

Na zijn vijftigste verjaardag in 1871 moet het de ontdekkingsreiziger Richard Burton zijn gaan dagen dat zijn carriere was mislukt. Hij was als Brits consul 'begraven' in de mistroostige Oostenrijks-Hongaarse havenstad Triest en besefte dat er weinig uitzicht was op vooruitgang. Veertien jaar later schreef hij: ' Mijn gezonde verstand vertelt mij op dit moment dat ik, vanuit professioneel oogpunt, geen succes ben; en tegelijkertijd, dat ik ook geen reden heb mij te schamen voor mijn falen.' Burton had in de toen achter hem liggende jaren carrieres in de wetenschap, het leger en de diplomatieke dienst de mist in zien gaan. Dat zat hem onmiskenbaar dwars. Want ondanks zijn non-conformisme, arrogantie en sarcasme over de Britse 'society', hongerde deze levenslange rebel naar erkenning. Ten slotte kreeg hij, na lang marchanderen door zijn vrouw Isabel, vier jaar voor zijn dood in 1890 een koninklijke onderscheiding. Een lage.

Over Richard Burton is wel eens opgemerkt dat hij een renaissance-figuur was, een 'orkest zonder dirigent', met te veel talenten en te weinig gevoel voor maat. Hij beheerste ongeveer veertig talen en dialecten, waaronder Sanskrit, Arabisch, Perzisch, Marathi, Punjabi, Pashto, Telugu en Sindhi. Daarnaast was hij bezeten van de culturen, godsdiensten en literatuur van oosterse volken. Hij liet zich bekeren tot hindoe, soefi en sikh. Bij een groot publiek werd hij vooral beroemd als reiziger door Afrika en Arabie en vertaler van oosterse erotica.

Onlangs verscheen een nieuwe biografie over deze fascinerende figuur onder de titel Captain Sir Richard Francis Burton van de hand van Edward Rice, die eerder boeken schreef over Margaret Mead en Thomas Merton. Uit deze levensbeschrijving blijkt weer dat Burton de onverzadigbare belangstelling had van een consument in een spirituele supermarkt, net zoals de hippies in de twintigste eeuw. Wel bleef hij zijn hele leven worstelen met twijfel of nu God of Satan de scepter zwaaide in het universum. Burton was een romanticus pur sang, maar tevens een hardnekkig scepticus, die prat ging op zijn 'scientific habit of mind'.

BORRELPRAAT

Desondanks is Burtons bijdrage aan de antropologie, in zijn tijd een beginnende wetenschap, altijd omstreden geweest. Voor sommige van zijn vijanden was hij een dilettant die zijn zucht naar avontuur sublimeerde in 'etnologisch veldwerk'. Volgens hen ontaardden Burtons observaties te vaak in borrelpraat, zijn eruditie in pedanterie. Latere critici hebben gewezen op het racisme en de preocupatie met seks die zijn belangstelling voor het Oosten kenmerkte. Zij houden hem mede-verantwoordelijk voor het romantische cliche-beeld van Azie als een spirituele en erotische pleisterplaats voor westerlingen.

Ondanks zijn fascinatie met het Oosten, bleef de Victoriaan Burton overtuigd van de superioriteit van het blanke ras en de 'rationele' westerse cultuur. Hij hing de destijds gangbare theorieen aan over een 'rassen-hierarchie'. Zwarten behoorden volgens hem tot ' de kinderlijke rassen die, nimmer reikend tot de status van mens, als versleten schakels uit de grote keten van de bezielde natuur vallen'. Het is ironisch dat hij zelf wegens zijn omgang met de inheemse bevolking van India de bijnaam 'the white nigger' kreeg.

Burtons bewonderaars wijzen er ter verdediging op dat geen enkel ras of volk, zeker niet het Engelse, gespaard bleef voor zijn sardonische temperament. Zijn vooroordelen hebben hem bovendien niet belet om indringende studies te maken van niet-westerse volkeren. In deze trant schreef Fawn Brodie in 1967 een gezaghebbende biografie van Burton, The Devil Drives. Daarin wordt hij bevrijd van het stigma een 'fascist avant la lettre' te zijn, zoals hij ooit werd bestempeld, en wordt hij geportretteerd als een pionier van linguistiek en antropologie.

Edward Rice treedt met zijn nieuwe biografie in de voetsporen van deze zienswijze. Hij schildert Burton af als een doorbreker van taboes, een voorvechter van seksuele vrijheid, een groot geleerde en een hippe vogel. Hij was, zo betoogt Rice, zijn tijd ver vooruit en met zijn vertalingen van oosterse erotica waarmee hij processen en celstraffen riskeerde. Aan Burtons racisme en seksisme worden in dit boek weinig woorden vuil gemaakt. Zijn haat-liefde verhouding met het imperialistische Engeland wordt geheel gegoten in vorm van een overzichtelijke tegenstelling tussen rebel en gevestigde orde. Daarmee negeert Rice de tweeslachtigheid van Burton, de spanning tussen zijn wetenschappelijke pretenties en zijn romantische passies die zijn leven en oeuvre kenmerkt.

RUW GEDRAG

Rebels was Richard Francis Burton al vroeg. Hij werd geboren in Devonshire in 1821, maar bracht zijn kinderjaren voornamelijk door op het Europese continent. Daar zocht zijn vader, een in diskrediet geraakte beroepsmilitair, genezing voor zijn astma. Burton junior was een raddraaier, die zijn kindermeisje mishandelde en op zijn negende met een geweer van zijn vader de glas-in-lood ruiten van een katholieke kerk aan diggelen schoot.

Op school leerde hij vooral zijn 'vuisten te gebruiken'. Richard sprak als kind al Frans, Italiaans, Grieks en Latijn, maar een studie aan Trinity College in Oxford mislukte door zijn ruwe, 'continentale' gedrag. In 1842 scheepte hij zich in naar India, in dienst van de Britse Oost-Indische Compagnie als onderofficier van het achttiende regiment inlandse infanterie te Bombay.

In zijn garnizoensplaats Baroda, het huidige Vadodara in de provincie Gujarat, kreeg hij alle tijd zich toe te leggen op zijn interesses. Hij leerde de talen en dialecten en nam zoals veel Britse militairen een 'bubu', een inheemse minnares. Bovendien verdiepte hij zich in yoga en werd opgenomen onder de Nagar-brahmanen, een tamelijk unieke prestatie voor een Engelsman, al stond deze sekte van slangen-vereerders ook in India lang niet overal in aanzien.

Maar het hindoeisme ging Burton al snel vervelen. Hij vond een nieuw spiritueel onderdak bij de sji'itische islam in Sind, in het huidige Pakistan, een strategisch belangrijk gebied aan de monding van de Indus-rivier. Daar liet hij zich besnijden vooral om ontmaskering tijdens spionagemissies te voorkomen, maar ook een teken van zijn toenemende belangstelling voor de islam.

In Sind werd Burton opgenomen in de soefi-sekte van de Qadiris, als 'hafiz', iemand die een deel van de Koran uit het geheugen kan reciteren. Hij kreeg de initiatie-opdracht de formule 'la ilaha ill Allah' ('er is geen God dan Allah') achthonderdvijfentwintig maal daags te herhalen. Burton schijnt zijn bekering tot de islam bij vlagen zeer serieus te hebben genomen, al zondigde hij later als opium-schuiver, seksuele vrijbuiter en alcoholist tegen de islamitische gedragsregels. In Triest nam hij wel nog dagelijks tijd voor het gebed. Na zijn dood vond de lijkschouwende arts tientallen littekens op zijn lichaam sporen van de zelfverminking tijdens de 'sama', de extatische dans van de soefi's.

BORDELEN

Zijn militaire loopbaan strandde, na groeiende irritatie over zijn omgang met de inheemse bevolking, op een controversieel rapport van zijn hand over de homoseksuele bordelen van Karachi. Dit rapport is nooit teruggevonden en Rice speculeert zelfs dat Burton de hele affaire heeft verzonnen als excuus voor zijn mislukte carriere. Hoe dan ook, in 1849 keerde hij gedesillusioneerd terug naar Europa.

Vanuit Engeland volgde een bedevaart naar Mekka, met steun van de Royal Geographical Society. De gediplomeerde soefi Burton kon ongehinderd naar Mekka reizen, maar hij gaf kennelijk omwille van de spanning de voorkeur aan een tocht 'under cover'. Vermomd als Afghaanse arts bereikte hij de heilige stad Mekka na een zware tocht, notities krabbelend op in zijn handpalmen verborgen papiertjes. Zijn reisverslag A Pilgrimage to El-Medinah and Meca (1855) bezorgde hem faam in brede kring, al hebben latere critici betoogd dat Burton de gevaren van de tocht schromelijk overdreef.

Burtons honger naar exotica richtte zich vervolgens op Afrika. In Engeland woedde toentertijd een levendig debat over de exacte oorsprong van de Nijl. Burton kreeg in 1854 een kleine subsidie van de Oost-Indische Compagnie voor een expeditie met twee collega-officieren naar Somalie, het huidige Ethiopie. Zijn kennismaking met de zes jaar jongere officier John Hanning Speke luidde het bekendste hoofdstuk van zijn leven in.

De expeditie verliep stroef. Burtons reputatie was hem vooruitgesneld en hij stuitte op veel tegenwerking van de Britse autoriteiten in Aden. Na een moeizame tocht bereikte hij Harar. Hij werd de eerste Europeaan die een bezoek aan deze heilige moslem-stad overleefde. De terugreis werd hem alsnog bijna fataal. Bij een overval op de expeditie werd een van zijn reisgezellen vermoord, raakte Speke zwaar gewond en kreeg Burton een speer dwars door het gezicht. Hij kreeg de schuld van het echec. Speke was bovendien woedend op hem, omdat hij diens amateuristische reisverslag had herschreven, in de derde persoon enkelvoud.

Speke was het tegendeel van Burton een preutse, geborneerde Brit, die bitter weinig krediet heeft gekregen van Burtons biografen. Rice doet hem af als ' cold, priggish and calculating'. Hij was een paranoide figuur, die graag nijlpaarden afschoot en zich voedde met foetussen van dieren. Maar Burton was erg op hem gesteld en hun latere, spectaculaire breuk lijkt vooral geforceerd door Speke, die zijn dominante en betweterige partner niet langer kon verdragen.

De uitbarsting kwam op hun tweede tocht door Afrika in 1857, van Zanzibar naar het Tanganjika Meer. Een barre onderneming, die beiden zo verzwakte dat ze al snel weinig anders meer konden dan koortsig balanceren op hun ezels. 's Avonds lazen ze elkaar voor uit Shakespeare, onderwijl twijfelend aan elkaars verstand. Het was ten slotte Speke die de hoofdprijs in de wacht sleepte. Terwijl Burton voorbereidingen trof voor de terugtocht, trok hij naar een tweede, nog groter meer, dat hij Lake Victoria doopte. De rivier die eruit stroomde was de Nijl, meldde hij tegen de afspraak in reeds bij zijn terugkeer in Engeland, toen Burton nog in Afrika was.

Speke werd een held en kreeg geld voor een volgende expeditie om zijn vondst te documenteren zonder Burton. Een bittere pil voor Burton, wetenschappelijk gezien verre zijn meerdere. Zijn reisverslag Lake Regions of Central Africa, werd geroemd, maar hij delfde het onderspit in de controverse over de bronnen van de Nijl. Veel plezier beleefde Speke overigens niet aan zijn zege; hij kwam in 1864, aan de vooravond van een debat met Burton, om bij een jachtongeluk.

BITTERE PIL

Voor Burton waren de grote avonturen voorbij. Een tocht in 1860 door het Wilde Westen van Amerika verliep alcoholisch. 'Getting liquored up' werd zijn favoriete Amerikaanse uitdrukking. De reis leverde wel een indringend boek op over de Mormonen van Salt Lake City.

Na zijn huwelijk met de katholieke Isabel Arundell, die met hem dweepte, trad Burton toe tot de diplomatieke dienst. Een reeks van frustrerende tweede-rangs benoemingen op buitenposten in West-Afrika, Brazilie en het Midden-Oosten mondde uit in gedwongen ontslag als consul in Damascus omdat hij zich niet wist aan te passen aan de lokale politieke machinaties en 'verbanning' naar Triest.

In de tweede helft van zijn leven bleef Burtons produktie groot. Hij schreef negen boeken over West-Afrika en begon met de vertaling van oosterse erotica. Dat was niet helemaal zonder risico's, gelet op de straffe censuur in Groot Brittannie, maar het gevaar lijkt achteraf gezien tamelijk gering. Hij publiceerde zijn erotische vertalingen in eigen beheer en met een beperkte oplage, strikt bedoeld voor circulatie onder respectabele heren.

Het grote publiek had echter ook belangstelling. De vertaling van de Kama Sutra (1883), de erotische catalogus van het hindoeisme, sloeg in als een bom en werdt vele malen illegaal herdrukt. Daarna volgde Burtons 'tour de force': een integrale vertaling van de vertellingen van Alf laila wa laila, de Duizend en een nacht. De verhalen waren al eerder vertaald, maar Burton maakte een ongekuiste zestiendelige editie en greep zijn kans de tekst te 'verrijken' met een vracht aan noten. Het zijn deze, vaak pseudo-wetenschappelijke, observaties en anekdotes over eunuchs, het leven in harems en besnijdenis-rituelen die zijn editie uniek en berucht maken. Een 'Terminal essay' bevat een verhandeling over homoseksualiteit, dat werd gepubliceerd in 1885, hetzelfde jaar dat de herenliefde in Engeland strafbaar werd bij wet.

Burton overleed in 1890 in Triest. Isabel, met wie hij een keurig huwelijk in stand had gehouden, ging toen over tot de daad waar wetenschappers en biografen haar om hebben vervloekt: om een zo kuis mogelijke nagedachtenis van haar man te waarborgen, verbrandde ze dagboeken van haar echtgenoot, al zijn persoonlijke aantekeningen en zijn meest recente manuscript, een nieuwe, uitvoerig geannoteerde vertaling van het arabische liefdeshandboek The Scented Garden of Cheikh Nefzaoui, dat hij was gaan beschouwen als zijn levenswerk. Burton had zijn papieren bij de gewetensvolle Isabel in veilige handen gewaand. Zijn wereldwijsheid over vrouwen had hem in het geval van zijn brave, burgerlijke echtgenote behoorlijk in de steek gelaten. Hoe wrang ook voor zijn biografen, het lijkt een passend lot voor Burton. Hij was immers zijn leven lang evenzeer een rebel tegen zijn tijd, als een produkt ervan.