Oost-Europa inspiratie voor oud-managers; 'Dit advieswerk isde goedkoopste en beste vorm van ontwikkelingshulp'

PRAAG, 13 okt. Met veel enthousiasme verliet de gepensioneerde Fokker-ingenieur Itzig Heine enkele weken geleden zijn zonnige buitenverblijf in het Portugese Estoril, om een maand in een kille en grijze buitenwijk van Praag te werken bij het Tsjechoslowaakse vliegtuigbedrijf Letov. Twee jaar na zijn pensioen voelde Itzig Heine zich nog lang niet uitgeteld.

Hij had zich aangemeld voor het 'Project uitzending managers' (Pum). Zijn dossier kwam in een map met 1.200 namen van gepensioneerde managers. Pum opgericht in 1978 heeft de afgelopen jaren 600 missies vervuld in 32 landen, met name in de Derde wereld. Sinds kort kunnen de oud-managers ook naar OOst-Europa worden uitgezonden.

De uitbreiding naar Oost-Europa werd mogelijk, nadat het Nederlandse ministerie van economische zaken in Den Haag, in het kader van het 'project samenwerking Oost-Europa', ruim een half miljoen gulden uittrok voor Pum-werk in Oost-Europa, in het buitenland bekend onder de beter klinkende naam 'Netherlands Managers Consultancy Program'.

'Ik kan mijn ervaringen bij Fokker hier erg goed gebruiken', zegt Itzig Heine over de fabriek Letov in Praag. De fabriek bestaat uit een aantal oude gebouwen en bij de fabriekspoort staan afbeeldingen van Sovjet-raketten. 'Het is bovendien fascinerend te zien welke technologie bij Letov in gebruik is', zegt de ingenieur die voor zijn loopbaan bij Fokker circa dertig jaar werkte bij de Marine Luchtvaartdienst en die nog nooit in Oost-Europa was geweest.

Letov werd in 1918 opgericht en is een onderneming met een lange luchtvaarttraditie. Het bedrijf werd na de oorlog opgenomen in de Tsjechische planeconomie, de gebouwen raakten in verval en Letov produceerde voor de Sovjet-markt als leverancier van vleugels en staarten. 'Ik ben verbaasd welk technologisch niveau Letov weet te behalen met beperkte middelen', zegt de Nederlandse ingenieur. Letov maakt vliegsimulatoren die hoewel gemaakt voor de Sovjet-markt aan alle internationale normen voldoen.

Itzig Heine staat Letov bij met raad en daad. Het bedrijf is slecht georganiseerd (te veel mensen zonder echt werk), verkeerd gestructureerd en moet zich voorbereiden op de vrije markt. De handel met de vaste afnemers in de Sovjet-Unie is ingestort, Letov moet nu de marketing zelf gaan doen. Het Tsjechoslowaakse staatsexportbedrijf Omnipol functioneert slecht, als de bedrijfsleiding van Letov niet zelf met de verkoop begint, wordt er niets verkocht. Enkele managers van Letov zijn daarom naar de Sovjet-Unie vertrokken om zelf de simulatoren aan de man te brengen, in harde dollars.

'Dit bedrijf heeft zeker een toekomst', zegt Itzig Heine. Hij is bezig met Letov door te lichten 'De Sovjet-markt blijft immers bestaan en Letov heeft de Russen iets te bieden.' Tsjechoslowakije heeft ten tijde van de Cemocon, de Oosteuropese tegenhanger van de EG, vier bedrijven in de sector van de luchtvaart weten te behouden. Alle bedrijven met een totaal van 15.000 mensen zijn gespecialiseerde toeleveranciers van de Sovjet-Unie, een land met de grootste luchtvloot. 'De Tsjechen hebben dat goed gezien. Zij hebben op deze markt een technologie die geen ander land heeft. De Russen zijn daarvan afhankelijk.'

Binnen het bedrijf moet de loonstructuur volgens Itzig Heine wel veranderen, want 'prikkels' om harder te werken ontbreken, en ook de personele organisatie moet veel doorzichtiger worden.

Gepensioneerd bedrijfsleider bij Philips ir. Swinkels valt Heine bij: 'Je moet vaak mensen motiveren. Dat is een taak van het management'. Ook hij ging op 60-jarige leeftijd in de vut, maar wilde zich in Oost-Europa ten nutte maken. 'Ik blijf zo bezig en kan ervaring overdragen aan mensen met een hart voor hun bedrijven', aldus Swinkels, die het bedrijf Pal, producent van auto-onderdelen, met advies bijstaat. De produkten van Pal, onder andere dashbords, gaan direct naar het auto-bedrijf Skoda. 'Het valt me op dat Pal grote voorraden heeft aangelegd, die te lang blijven liggen. Dat is stilliggend kapitaal dat elders kan worden geinvesteerd.'

Ook Swinkels ziet een toekomst voor 'zijn' bedrijf. 'Je ziet dat dit land een industriele traditie heeft. De mensen leveren met beperkte middelen redelijke produkten af, ze werken bijzonder conscientieus'. Volgens Swinkels kan Pal de lage arbeidskosten en het goede opleidingspeil gebruiken om zich op een vrije markt staande te houden.

De marketing, die tot nu toe altijd is behartigd door het staatsexportbedrijf Motokov, kan Pal volgens Swinkels het best zelf in handen nemen. 'De bedrijfsstructuur moet flexibeler worden en het begrip 'kwaliteitscertificaat' zal Pal moeten ontwikkelen. De tijd dat alleen maar aantallen worden geproduceerd is voorbij'. Pal is van plan 'business-units' in te stellen, kleine eenheden met eigen bevoegdheden. Swinkels heeft enkele managers van Pal aangeraden stage te lopen bij Nederlandse bedrijven.

Na een maand van inventariseren en adviseren maken de twee Nederlandse managers een eindrapportage, met aanbevelingen aan de leiding van het bedrijf. 'Het is een stimulans te zien hoe je werk hier nog op prijs wordt gesteld. Ik had het niet willen missen', zegt Swinkels, die intussen terug is in zijn woonplaats Sittard. 'Dit advieswerk moet je eigenlijk zien als de beste en goedkoopste vorm van ontwikkelingshulp.'