Obligatiekoersen blijven op peil ondanks onzekerheden

UTRECHT, 13 okt. Ondanks de aanhoudende onzekerheid rond het Amerikaanse begrotingstekort en de verdere stijging van de olieprijzen, bleven de obligatiekoersen redelijk op peil. De laatste 10-jaars staatslening, die onlangs qua effectief rendement het hoge niveau van 9,3 procent bereikte, noteerde gistermiddag rond de 9,2 procent.

Wel waren er de nodige bewegingen aan het valutafront. Een verminderd vertrouwen in de dollar leidde deze week tot een nieuw dieptepunt van 1,70 gulden. Het afgelopen jaar heeft de dollar een geleidelijke maar gestage depreciatie laten zien van circa 20 procent. In het Europese Monetaire Systeem (EMS) nam de gulden de laatste positie van de lire over. Nu het Britse pond in het wisselkoersstelsel is opgenomen, kan met een beperkter valutarisico een aanmerkelijk hoger rendement op pondenbeleggingen worden behaald. Dat kan in eerste instantie ten koste gaan van fundamenteel sterkere maar lagerrentende valuta als de gulden en mark.

Opgemerkt zij, dat de toegestane bandbreedte van het pond sterling 6 procent bedraagt, hetgeen ten opzichte van de gulden nog altijd een fluctuatiemarge tussen de 3,13 en 3,53 gulden inhoudt. Overigens is van enige spanning in het EMS geen sprake.

Ten opzichte van de Duitse mark, uiteindelijk de bepalende factor bij het wisselkoersbeleid van De Nederlandsche Bank, kon de gulden weer enig terrein winnen. Hierbij speelde mee dat beleggers opnieuw van marken- naar guldenobligaties overstapten.

Begin deze week werden de eerste directe gevolgen van de gestegen olieprijzen voor de Nederlandse economie zichtbaar. De door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde prijsstijging over september bedroeg 0,9 procentpunt, zijnde 2,7 procent op jaarbasis.

Tenslotte kwam gistermiddag toch nog vrij verrassend de aankondiging van een nieuwe 9,25 procent staatslening. De Agent heeft gezien het onrustige internationale marktbeeld gekozen voor een tender (inschrijving aanstaande maandag) met daarna het systeem van inschrijving over de toonbank.

Eurokapitaalmarkt

De Amerikaanse kapitaalmarktrente steeg de afgelopen week onder invloed van stijgende olieprijzen en een pijnlijk gebrek aan leiderschap in de Verenigde Staten voor wat de overheidsbegroting betreft. Kabinetsleden en volksvertegenwoordigers verketterden elkaar soms om enkele miljarden dollars bezuinigingen meer of minder, terwijl een lichte wijziging van de groei van het Bruto Nationaal Produkt of de toekomstige rente het uiteindelijk tekort met tientallen miljarden dollars kan beinvloeden.

Voorts zijn de economische veronderstellingen die aan het totale budgetplan ten grondslag liggen in veler ogen te optimistisch. In de jaren 1992/1993 verwacht men bijvoorbeeld een reele groei van 4 procent te realiseren bij een inflatie van 3,5 procent en een kapitaalmarktrente van 6 tot 7 procent. De FED, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, heeft zich voorlopig gebonden aan een geloofwaardige begrotingsreductie als voorwaarde voor een monetaire versoepeling.

Toch daalde de afgelopen week wederom het rendement op driemaandse treasury bills. Dit heeft alles te maken met een vlucht naar kwaliteit nu de Amerikaanse economie in een recessie is terechtgekomen en enkele banken het dividend moesten verlagen. Deze lagere geldmarktrente en de nog te verwachten verruiming van de FED leidden tot een verdere daling van de dollarkoers.

Voor langlopend papier bestond de afgelopen week weining belangstelling. Voor de veiling van 8,5 miljard dollar aan zevenjarige treasury notes was het aantal biedingen het laagst sinds 1983. De belangstelling voor 5 miljard dollar Refcorp (spaarbank reddingsoperatie) papier met een looptijd van dertig jaar, was ook gering. Het rendement hierop bedroeg 9,33 procent.

Op de eurokapitaalmarkt hadden US-dollar emissies te lijden onder deze negatieve stemming. Emissies van Citicorp Euro Creditcard Trust en zelfs Toyota Motor Credit Corp waren moeilijk te plaatsen. In het Eurosterling segment stegen de koersen aanvankelijk met 2 tot 3 punten maar later in de week zorgden winstnemingen voor enige teruggang. Men realiseerde zich dat elders een hogere reele rente gemaakt kan worden. In het ECU-segment plaatste Frankrijk additioneel ECU 556 miljoen bij een reeds bestaande 9,5 procents lening per 2000 tegen een zodanige koers dat het rendement 10,59 procent bedroeg.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek