Nooit meer liegen

Jiri Ruml was de laatste Tsjechoslowaakse dissident die vorig najaar werd vrijgelaten. Toen Alexander Dubcek zijn triomfantelijke rentree maakte op het Wenceslausplein, zat hij in de gevangenis wegens het in gevaar brengen van de socialistische staat. Het ondergrondse blad dat hij uitgaf, Lidove Noviny, is nu de belangrijkste krant van het land en Ruml is lid van het parlement dat binnenkort het bezit van de communistische partij zal onteigenen.

De tienduizenden die deze week de straten van Praag opgingen om te protesteren tegen de voortgaande invloed van de partij die Tsjechoslowakije tweeenveertig jaar onder de duim heeft gehouden, konden dat met een betrekkelijk veilig gevoel doen. Er is zoveel veranderd in minder dan een jaar, dat het nu mogelijk is in het openbaar ongeduldig te zijn.

De economie is niet snel genoeg vernieuwd, de regering rekent niet drastisch af met de oude machthebbers, het Burger Forum is niet meer voldoende radicaal, de kliek rondom Havel houdt de regering buiten de belangrijkste beluitvorming, en Dubcek is een ouwe communist. Het kan allemaal worden gezegd. En geschreven. Vooral in de krant, waar alle vernieuwers vroeger met gevaar voor eigen leven in schreven. Oplage toen: 35. Oplage nu: 260.000.

D e burelen van Lidove Noviny (letterlijk: volks-krant) doen nauwelijks aan een redactie denken. Het adres van de krant is aan het beroemde plein waar het vorig jaar november allemaal gebeurde. Op de vierde verdieping is een weinig uitnodigende voordeur die toegang geeft tot een net van nauwe gangen. Overal dozen en troep, het kan ook een hoedengroothandel in de Lower East Side van New York zijn. Nergens is een ruimte die overzicht over de gebeurtenissen biedt.

In de kamers die op de gangen uitkomen is het opeens echt krant. Redacteuren zitten te tikken en te strepen of lezen elkaars stuk. De plattegrond van de redactie illustreert de huidige werkelijkheid van het samizdat-pamflet dat in april pas dagblad werd. Men went aan het idee Nieuws: eerst de feiten en dan de uitleg. Maar Mening is nog een zo belangrijke verworvenheid dat iedere redacteur er voor zichzelf mee bezig is, en onder naam op vrijwel alle zestien (half formaat) pagina's mee voor de dag kan komen.

De ontwikkeling van Lidove Noviny is fenomenaal snel gegaan. In september 1987 waagden Ruml en de huidige hoofdredacteur Rudolf Zeman het de oude krant van dezelfde naam (in 1893 in Brno opgericht) te doen herleven. In gefotokopieerde vorm. Van januari '88 af verscheen het schotschrift maandelijks, op den duur in een oplage van enige honderden.

J iri Dienstbier, de huidige mi nister van buitenlandse zaken, Petr Pithart, de premier van de Tsjechische republiek, de schrijver Zdenek Urbanek en Vaclav Havel hoorden tot de prominenten die het blad steunden en erin schreven. De meesten maken nog steeds deel uit van de Vereniging Lidove Noviny die zich sinds de revolutie tot een uitgeefcircus heeft ontwikkeld.

De vereniging verdiende al snel geld, niet speciaal met het uitgeven van documentaire boeken, een rock en pop-tijdschrift, een maandblad met vertaalde literatuur, een video-magazine, een historisch kwartaalblad, een studentenkrant en het surrealistisch magazine Analogon. Het is vooral de krant die, ondanks de geringe bijdrage van advertenties, rendabel blijkt te zijn.

De hele operatie moet desondanks geprofessionaliseerd worden, zegt directeur Petr Masopust, om vrijere concurrentieverhoudingen en inkoop van apparatuur in harde valuta aan te kunnen. 'Wij hebben geld nodig om onafhankelijk te kunnen blijven schrijven'. Aanbiedingen van Maxwell en Murdoch voor deelneming zijn van de hand gewezen, maar dat betekent niet dat de toekomst buiten de deur wordt gehouden.

Sinds kort zijn op de redactie personal computers binnengedragen. Niet iedereen van de nu zeventig redacteuren werkt erop. De machines zijn nog niet met elkaar verbonden, laat staan dat zij kopij naar een zetmachine kunnen versturen. Dat komt allemaal. Voorlopig wordt er nog met kokend lood gezet en op grauw papier gedrukt in de voormalige staatswerkplaats, waar alles wat niet waar was de afgelopen decennia werd gedrukt.

Lidove Noviny is van acht naar twaalf en sinds 1 oktober naar zestien paginaatjes gegroeid. Er is nu meer ruimte voor berichten uit Slowaakse kranten en brieven van lezers. Op donderdag zit er een bijlage Literarni Noviny bij, die de oplage met 30.000 doet dalen, maar dankzij de hogere prijs de inkomsten heeft vergroot. Andere bijlagen staan op stapel. In Nederland is af en toe iets van de krant te lezen in de vrijdagse International Guardian waarin Europese kranten stukken uitwisselen.

Heeft Lidove Noviny al primeurs gehad? Masopust: 'Nauwelijks. De mensen willen niet te veel vuiligheid uit het verleden horen.' Maar het heden dan, is daar niets te onthullen? 'Ja, onze krant heeft aan het licht gebracht dat Josef Bartoncik, leider van de Volkspartij (die deel uitmaakt van de Christendemocratische Unie), zeventien jaar voor de geheime politie heeft gewerkt. Daardoor heeft het Burger Forum zo'n grote overwinning in juni behaald.'

B estaat de kans dat Lidove Noviny, door al zijn banden met het Forum en de regering, over tien jaar een nieuw soort Pravda of Rude Pravo is? Chef buitenland Adam Cerny: 'Nee. Men zegt dat wij een Burger Forum-blad zijn, maar het Forum heeft zijn eigen krant. Wij hadden vorige week een stuk 'Quo Vadis, Burger Forum?', geschreven door Jan Urban, die maandenlang de woordvoerder van het Forum was en nu bij onze redactie is komen werken. Wij voelen ons even vrij de regering te kritiseren.' Masopust: 'Havel heeft nogal wat kritiek op de krant. Hij heeft gezegd dat democratie zo werkt dat hij moet betalen om zijn mening in de krant te krijgen. Hij betaalt door iedere zondag een interview te geven dat wij maandags afdrukken.'

Droom en daad werken iedere dag samen. Tot verrassing van de Tsjechoslowaken, die ook taalkundig op adem komen. Zoals Ruml bij de verschijning van het eerste nummer van Lidove Noviny in krantevorm zei: 'Een van onze belangrijkste doelen is herstel van de goede taal waarin kranten geschreven horen te zijn, in tegenstelling tot de journalistieke woordpap die we zo lang hebben moeten slikken.'