HET REPAREREN VAN DE VELUWE

De Veluwe wordt doorsneden door honderden wegen. Die leiden ondermeer naar campings, bungalowparken, kazernecomplexen, militaire oefenterreinen, dorpen en agrarische enclaves. Een landschappelijke legpuzzel die wordt beheerd door een veelheid aan stichtingen en gemeenten. Elke bewindvoerder kijkt op eigen wijze naar het 'grootste aaneengesloten bos- en natuurgebied van Nederland'.

Soms heb je pech, soms geluk. Het is 5 augustus, 05.50 uur. We hebben de auto halverwege de weg Hoenderloo-Apeldoorn geparkeerd, en lopen door het staatswildreservaat over een zandpad naar het noordwesten. Mistflarden en stilte omgorden het landschap: het pad, de beuken in de berm, en daarachter veldjes hei en percelen laag naaldhout. Alleen wij bewegen totdat luid geritsel tussen droge bladeren ineens onze aandacht trekt, en een vrij log beest ter grootte van een kleine hond een meter of dertig voor ons over de weg galoppeert: een das!

In mijn Veluws-wildwaarnemingenboekje, waarin ik de afgelopen 24 jaar 161 keer een regel met gegevens mocht vullen, maar waarin de das tot op deze nevelige zomerochtend nadrukkelijk ontbrak, zullen we dit exemplaar nauwkeurig in de kolommen vangen.

Opgetogen voortstappend horen we een paar minuten later weer geritsel, dat in de dichte begroeiing langs het pad dezelfde kant op loopt als wij, en we turen door smalle paden waar die een dwarsblik mogelijk maken. 'Weer een!', wordt in de achterhoede geroepen. Ik spurt een stukje voorwaarts, tot het volgende dwarspad, en jawel: een das van een paar maanden, niet veel groter dan een flink volkorenbrood, neus dicht bij de grond, passeert onbekommerd mijn blikveld. Vergelijking met de waarneming van een paar tellen eerder leert dat hij volwassen escorte had.

Een half uur, drie edelherten, en vijf wilde zwijnen later, verlaten we het bos, en ontvouwt zich voor ons de Hoog Buurlose Heide bij zonsopkomst.

In record tempo hebben we een Veluws grand slam binnengehaald.

Slechte nieuws

Nu het slechte nieuws. Het 'grootste aaneengesloten bos- en natuurgebied van Nederland' wordt anno 1990 doorsneden door een half dozijn spoor- en autosnelwegen, tientallen provinciale wegen, en honderden voor gemotoriseerd verkeer toegankelijke zandwegen. Die leiden ondermeer naar een slordige 200 campings en bungalowparken, een dozijn kazernecomplexen, tientallen militaire oefenterreinen (met een totale oppervlakte van meer dan 15% van de Veluwe), enkele motorcross-terreinen, een stuk of tien dorpen en een paar agrarische enclaves.

De infrastructurele weelde ten spijt, vergt het doorschrijden van de Veluwe het nodige bochtenwerk, want de wandelaar wordt gehinderd door honderden kilometers raster om wild binnen te sluiten, om wild buiten te sluiten, om mensen buiten te sluiten, om perceelsgrenzen te markeren, of om militaire terreinen te beschermen. Deze landschappelijke legpuzzel wordt ook nog eens op sterk uiteenlopende wijzen beheerd: door de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten, de Stichting Nationaal Park de Hoge Veluwe, Staatsbosbeheer, de Stichting het Geldersch Landschap, tien gemeenten, en een bonte reeks particuliere grondbezitters.

Erg? Geheel in lijn met de potpourri van doelstellingen die de Veluwe verscheurt, valt tijdens een rondgang langs beleidsmakers, beleidsuitvoerders en belanghebbenden vrijwel ieder antwoord op die vraag te noteren. Daarbij valt op dat over de praktijk van het ideale Veluwe-beleid veel minder eenstemmigheid heerst dan over de theorie.

Een wezenlijk onderdeel van het repareren van de Veluwe, is de door iedereen onderschreven noodzaak tot zonering. Recreatieve voorzieningen - campings, picknickplaatsen, restaurants, echoputten, bezoekerscentra met opgezette vossen etc. - zouden zo dicht mogelijk bij elkaar moeten liggen, opdat elders een maximum aan rust te genieten valt voor de echte natuurliefhebbers en het wild zelf. In het meest voor de hand liggende model wordt het lawaai langs de periferie gedrapeerd, en blijft het hart van de Veluwe min of meer woest en ledig. Een door velen bepleitte correctie hierop, is om tevens radiaal te zoneren opdat de verbinding met de omliggende nattere ecosystemen intact blijft danwel hersteld wordt.

Volgens de wildste plannen zou het wild- en terreinbeheer in de woeste delen overgelaten moeten worden aan de natuur zelf. Het snoei- en maaiwerk zou kunnen worden verzorgd door herten, schapen en Schotse hooglandrunderen die nu al door het landschap stappen, wellicht geassisteerd door wisenten. Zij zouden op hun beurt worden uitgedund door wolf, lynx en voedselschaarste - zij het dat het uitzetten van wolven thans in brede kring als onhaalbaar geldt.

Grofwildvisie

Door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij werden de laatste tijd verschillende varianten van laatstgenoemde visie op papier gezet: eind 1988 verscheen de conceptnota Grofwildvisie waarin betoogd werd dat de Veluwe als 'een groot leefgebied voor het grofwild' moest worden opgevat, en dat het terreinbeheer gericht moest zijn op 'een zo natuurlijk mogelijke leefwijze' van de herten en zwijnen in het bijzonder. De huidige rustgebieden voor het grofwild, waar het publiek niet komen mag, zouden overbodig worden wanneer de zonering maar krachtig werd doorgevoerd.

Ook op de ene pagina die het Natuurbeleidsplan (juni 1990) aan de Veluwe besteedt, staat de zoneringsgedachte centraal. Min of meer gelijktijdig werd aan een aantal belangrijke terreinbeheerders op de zuid Veluwe de vertrouwelijke conceptnota Proeve voor een visie op het beheer en de ontwikkeling van een GEN op de Veluwe voorgelegd, waarin GEN staat voor 'grote eenheden natuurgebied'. Minimale ruimte voor de mens en zoveel mogelijk voor een zelfvoorzienende natuur, luidt de GEN-gedachte.

Zandwegen

Aan de andere kant van het beleidsspectrum, dicht bij de feiten, opereert onder anderen ing. C. Stork, sinds 1982 hoofd van het bureau Nationale Landschappen van de provincie Gelderland. Zijn enthousiasme werd in die jaren zwaar beproefd - ondermeer bij de langdurige provinciale pogingen om binnenwegen, zandwegen in het bijzonder, af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer: een beleidsonderdeel waarmee slechts de kosten voor wat verkeersborden zijn gemoeid.

' Een uiterst cruciaal punt', meent Stork, ' want het hele beleid om de gemotoriseerde recreatie in bepaalde zones te concentreren, zodat de rest van de Veluwe meer rust krijgt, staat of valt met de toegankelijkheid voor dat gemotoriseerd verkeer. Kijk naar de kaart - het is ontzettend! Er zijn er veel meer open dan nodig voor het woon/werk en het zakelijk verkeer. Maar sommige gemeenten zeggen nog steeds: het is goed voor het toerisme als er zoveel mogelijk open zijn, dan kunnen de toeristen door de bossen rijden - met in hun achterhoofd natuurlijk het idee dat het goed is voor de middenstand.'

Wegen

De wegen waarom het gaat vallen bijna allemaal in de categorie 'gemeentewegen buiten de bebouwde kom'. Krachtens de wegenverkeerswet heeft de provincie het recht om die voor het verkeer te sluiten, maar alleen als de verkeersveiligheid dat eist. Veluwe-sympathisanten (en andere natuurliefhebbers) pleiten al twintig jaar voor een wetswijziging die het ook mogelijk maakt de wegen in het belang van de natuur te sluiten. Met spijt memoreert Stork dat minister Smit Kroes in mei 1989 voorstelde de wet in die zin te wijzigen, maar dat de nieuwe bevoegdheid niet bij de provincie zou liggen, maar uitgerekend bij de gemeenten zelf: decentralisatie. 'Waren we weer terug bij af!' Het wetsontwerp zal binnenkort aan de kamer worden voorgelegd.

Het hoeft weinig verbazing dat een veel duurdere rustbevorderende maatregel, het uitkopen van campings (een paar miljoen per camping), helemaal op niets uitdraaide. Weliswaar is het rijk in aanleg bereid te betalen, maar Stork meldt: ' Begin jaren '80 maakten we een inventarisatie, en stelden vast dat tenminste 20 campings pertinent verkeerd lagen: geisoleerd, zonder riolering, en ze trokken veel verkeer naar gebieden die stil moesten zijn. Daarvan kozen we vervolgens de vijf ergste, en van de eigenaren bleek er uiteindelijk een bereid zich te laten uitkopen. Het hoofd van de directie openluchtrecreatie van Landbouw en Visserij is vervolgens komen kijken, en zei: 'Gut, dat bedrijf ligt hier toch reuze leuk?' Geen geld dus.'

Fauna

De fauna biedt een andere invalshoek voor de Veluweproblematiek. Maximale integratie van wild- en terreinbeheer: daarvoor wordt gepleit in vrijwel alle provinciale en rijksnota's, en daar is bijna iedereen voor. In de praktijk betekent dat zo min mogelijk bijvoedering en optimale bewegingsvrijheid. Het overheidsideaal is dat alleen de snelwegen en landbouwgronden uiteindelijk nog door rasters onbereikbaar zullen zijn voor de herten en zwijnen respectievelijk om te voorkomen dat ze onder een auto komen en dat ze de maiskolven tot zich nemen.

Bij de aanleg van de in 1986 gereedgekomen snelweg Arnhem-Apeldoorn werden derhalve twee wildviaducten van een gulden of zeven miljoen per stuk aangelegd: tientallen meters breed, bedekt met zand, en langs de balustrades voorzien van vegetatie. Sindsdien hebben herten, reeen, zwijnen, dassen, vossen, en zelfs boommarters in verheugende aantallen gebruik gemaakt van dit sympathieke gebaar van Verkeer en Waterstaat.

Iets minder blij met de cerviducten, het zuidelijke exemplaar bij Terlet in het bijzonder, is ir. C. J. Stefels, directeur van het 5450 hectare metende nationale park de Hoge Veluwe, waar hekken moeten voorkomen dat de 500.000 jaarlijkse bezoekers zonder kaartje naar binnen gaan of dat de herten, zwijnen, reeen en moeflons elders op de Veluwe hun familie opzoeken. Het viaduct bij Terlet werd niet in de eerste plaats gebouwd om het Delerwoud (een luttele 500 hectare) voor het wild te ontsluiten, maar om de zuidoost en de zuidwest Veluwe met elkaar in verbinding te brengen, wat pas kan als het raster rond de Hoge Veluwe open gaat - eventueel plaatselijk.

Stefels: ' Als dat viaduct gebouwd werd om een trekroute over de zuidelijke Veluwe te creeren, dan hadden ze toch even kunnen vragen of die investering kans van slagen had? Rijk, noch provincie, noch wie dan ook heeft ons iets gevraagd. Ze hebben ons duidelijk onder druk willen zetten. Nu zegt men: Hoge Veluwe, dat wildviaduct hebben we toch niet voor niets gemaakt?! Maar de Hoge Veluwe heeft een statutair doel: de presentatie van cultuur en natuur samen. Het opgaan in een groot geheel past daarin niet. Dat hek blijft, laat ik daar heel duidelijk over zijn. Anderzijds ... hoe het er hier over honderd jaar uitziet, dat weet natuurlijk niemand.'

Behalve de Hoge Veluwe zijn er nog een paar onneembare barrieres voor het wild. In de eerste plaats is dat de snelweg Apeldoorn-Hoevelaken (A1) met een spoorlijn min of meer parallel daaraan. Een goede tweede vormen de omrasterde delen van de Koninklijke Houtvesterij het Loo (10.500 hectare), waar men evenmin bereid is het gaas open te knippen en aldus mee te werken aan het groot Veluws ecosysteem waarvoor dezer dagen in brede kring wordt gepleit.

Ontrastering

Een krachtig pleitbezorger van de ontrastering is ing. B. E. Litjens, stafmedewerker natuur-, milieu- en faunabeheer voor Gelderland van het ministerie van LN en V, en speciaal belast met het grofwildbeheer. ' Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben inmiddels het voorbeeld gegeven: het raster aan de westzijde van het Staatswildreservaat is vorig jaar bijna helemaal weggehaald, en de rasters rond het Vierhouterbos en de Noorderheide gaan binnenkort weg. Natuurmonumenten heeft het raster van het Delerwoud verwijderd', meldt Litjens.

Zijn directe chef Mr. J. A. W. M. Ponten: ' Velen hopen dat een rastervrije Veluwe rond 2050 een feit zal zijn. Het is niet afdwingbaar. We doen het nu alleen met overleg, in de toekomst misschien ook met financiele vergoedingen.' Litjens: ' Er zit wel enige beweging in. Bij de Kroondomeinen en de Hoge Veluwe kwam het een paar jaar geleden absoluut niet ter sprake, terwijl er nu tenminste over wordt gepraat.'

Over de grote hindernis op weg naar een Veluwe, de A1, zou Litjens gaarne een hele reeks passages voor zoogdieren hebben: ' Door de Stichting Natuur en Milieu is onlangs een studie gemaakt naar de mogelijkheden voor een wildviaduct bij Hoog Buurlo. Ik ben daar uiteraard voor, maar ik benadruk ook altijd dat je er met een viaduct niet bent. Een begin van de oplossing van het probleem zou kunnen zijn dat we tunnels onder en bruggen over de A1 zo aanpassen, dat ze 's nachts ook door het wild gebruikt kunnen worden. Bij Hattem, over de A50, zijn gewone verkeersviaducten waar de wilde zwijnen nu al gebruik van maken. Belangrijk is ook te beseffen dat je er met wildviaducten alleen niet bent. Er zullen wel wat beesten overheen huppelen, maar het werkt pas goed als aan weerszijden rustige gebieden liggen.'

VVV-employe's en sommige Veluwe-fans willen nog wel eens vergeten dat de Veluwse natuur meer is dan bossen met zwijnen en herten op heiden. ' Als je het hebt over de Veluwe als een groot natuurgebied', waarschuwt Ponten, ' moet je niet alleen naar het grofwild kijken. Er zijn ook allerlei andere beesten, planten, vogels, en je moet de landschappelijke waarden erin betrekken. Aan de rand van de Veluwe bevinden zich unieke kwelgebieden, de overgangszones van droog naar vochtig. Die vragen om radiale zonering. De Veluwe mag geen eiland worden, met een ring van steden en campings eromheen. Vooral de relatie tussen de Veluwe en de IJsselvallei moet juist versterkt worden. De provincie laat de grens van de Veluwe samenvallen met de bosrand, maar voor het rijk horen de overgangsgebieden naar de IJssel en de randmeren er ook bij.'

In het Natuurbeleidsplan wordt daarom, voor heel Nederland, gepleit voor enkele geintegreerde grote natuurgebieden en faunavriendelijke corridors daartussen. Daarbij zij aangetekend dat recent onderzoek aannemelijk maakte dat enkele Veluwse dassen en boommarters op dat beleidsvoornemen onlangs een voorschot namen, door de voor hen onherbergzame Gelderse Vallei door te wandelen en zich in het Gooi te vestigen (Natuur en Milieu, mei 1989).

Schotse hooglandrunderen

Het idee dat de Veluwse natuur voor zichzelf moet zorgen, hoofdthema in tal van plannen en stokpaardje van menig salonboswachter, is nergens beter uitgewerkt dan in de zuidoosthoek, het nationaal park Veluwezoom (4812 hectare) van Natuurmonumenten. Praktisch alle bomen die de afgelopen winter omwoeien liggen daar nog precies zo, terwijl drentse heideschapen, schotse hooglandrunderen en ponies het grofwild terzijde staan bij het open houden van het landschap.

' Als je de eisen voor de natuur niet hard formuleert, is mijn ervaring, dan komen andere zaken bijna altijd op de eerste plaats', aldus Ir. H. F. M. Rampen, inspecteur Gelderland van Natuurmonumenten. ' Het moet allemaal veel natuurlijker en grootschaliger. Nu is de Veluwe aan alle kanten versnipperd: veel eigenaren, allemaal met een eigen terrein- en wildbeleid. Kijk naar het New Forest in Engeland: dat wordt als een groot geheel beheerd. Daar kunnen we nog wel iets van leren, dat heeft de Veluwe heel hard nodig. Voorlopig moeten we het doen met de Nederlandse bestuurscultuur: overleggen tot je ieders medewerking hebt. Maar sommige gemeentes liggen ontzettend dwars. Je zou vaak een stok achter de deur willen hebben.'

Behalve een stok zouden ook forse fondsen goed kunnen helpen. Rampen denkt daarbij vooral aan het uitkopen van boeren zodat akkers en weilanden aan de natuur kunnen worden teruggegeven - en stelt met spijt vast dat de mogelijkheid om boeren naar de IJsselmeerpolders te verplaatsen inmiddels vervlogen is.

Maar zijn natuur-voorop-politiek ten spijt, is zelfs hij niet blij met de GEN-nota, want ' het was tactisch niet zo verstandig om die nu uit te brengen. Natuurmonumenten is er op dit moment voor om eerst het opstellen en het evalueren van de provinciale integrale deelplannen af te ronden. Om daar in dit stadium van rijkswege een schep bovenop te doen, heeft alleen maar een averechts effect.'

Een van de meest overtuigde tegenstanders van de plannen om van de Veluwe 'een groot natuurgebied' te maken is Stefels, die deze maand als pensioen gaat als directeur van de Hoge Veluwe, en eerder als terreinbeheerder bij Natuurmonumenten in dienst was. In die hoedanigheid haalde hij jaren geleden de eerste schotse hooglandrunderen naar de Veluwezoom, en op persoonlijke titel was hij een sterk voorstander van de wildviaducten over de A50. Toch zegt hij: ' Ja, die verhalen! De hele Veluwe als een groot natuurgebied! Wie zou daar niet voor zijn?! En dan is het gesprek afgelopen. Dan staan we weer met beide benen op de grond. Dan stellen we vast dat we te maken hebben met de huidige situatie van eigendom, beheer en infrastructuur. Da's een heel ander verhaal.'

Volgens Stefels moeten de beleidsmakers, bij het rijk in het bijzonder, terug naar de elementaire vraag: ' Wat is de zin ervan? Je kan wel zeggen dat de Veluwe vroeger een natuur gebied was, maar daar schiet je niets mee op. Vroeger zaten in Amerika Indianen, dus alle Amerikanen eruit.' En over het herstel van de trekroutes voor het wild: ' Daar ben ik wel voor, denk ik. Denk ik. Maar de laatste jaren vraag ik me vaak af: waarom denk ik dat eigenlijk? Omdat het in alle rapporten staat? Waarom moet een hert van Dieren naar Ede kunnen lopen?' 1975

Eerste plannen bij de rijksoverheid (ministerie van CRM) om de Veluwe te gaan beheren als Nederlands grootste bos- en natuurgebied, en niet meer als de som van een aantal kleinere natuurgebieden. De Veluwe wordt een van de vijf proefgebieden 'nationaal landschapspark'. Het rijk vergoedt 90% van de kosten, de provincie de rest.

1979

Verschijnen van een provinciaal streekplan voor de Veluwe waarop de planvorming voor het landschapspark moet worden afgestemd.

1981

Beide provinciale beleidslijnen komen samen in het interimrapport nationaal landschap Veluwe (het achtervoegsel 'park' in inmiddels opgeheven), waarin ondermeer wordt voorgesteld het terugdringen van de menselijke invloed op de Veluwe actief ter hand te nemen, o.m. door minder wegen open te stellen voor gemotoriseerd verkeer en campings uit te kopen.

1982

CRM wordt opgedoekt, het rijksbeleid ten aanzien van recreatie en natuurbehoud op de Veluwe (en elders) verhuist naar Landbouw en Visserij. Het gebiedsgerichte nationale landschappen-beleid van CRM wordt uit elkaar getrokken door vier directies: landbouw, openluchtrecreatie, natuurbeheer, en bos- en landschapsbouw.

De provincie Gelderland stelt een projectbureau nationale landschappen in (voor de Veluwe en de Achterhoek).

1984

De Nationale Landschappen worden aangewezen als bezuinigingspost. De rijksbijdrage wordt in een paar jaar afgebouwd van 90% tot 0%. Financiering voortaan vanuit het bestaande instrumentarium.

1986/90

De provincie produceert vier zeer uitvoerige streekdeelplannen aangaande de inrichting en het beheer van het nationale landschap Veluwe, die tot stand kwamen in intensief overleg met bewoners, terreinbeheerders en andere belanghebbenden.