HET OPMERKELIJKE SUCCES VAN 'ACH LIEVE TIJD'

Met het verschijnen - verleden week - van de vierentwintigste aflevering is de Amsterdamse versie van Ach Lieve Tijd klaar. Zeven eeuwen geschiedenisvan de hoofdstad en haar inwoners, in een voor iedereen begrijpelijke taalgeschreven en rijk geillustreerd. Volgende maand komt nog een een namen- enzakenregister uit.

Het partwork heeft het zo goed gedaan in Amsterdam en een paar omliggende gemeenten werden er iedere maand zo'n dertigduizend exemplaren van verkocht dat uitgeverij Waanders al op 6 november met de eerste aflevering van een nieuwe serie start. Onder de titel Als de dag van gisteren komen de laatste honderd jaar aan bod, in achttien maandelijkse afleveringen. Het begin ligt rond 1860, bij de uitbreiding van de stad. Onderwerpen zijn onder meer: sport, politiek, erotiek, leefstijl, wonderen der techniek, schurkenstreken. Het sociale aspect wordt niet geschuwd en de aanpak zal, met veel interviews met nog levende ooggetuigen, wat journalistieker zijn dan in Ach Lieve Tijd. De tijd na de Tweede Wereldoorlog, de jaren vijftig, zestig en zeventig krijgen veel aandacht.

Henk van der Wal, directeur van Waanders: ' We komen met nog meer illustraties, foto's, affiches. En de verhalen worden nog herkenbaarder voor gewone mensen. We moeten nog attenter zijn op de juistheid omdat mensen zich dingen zelf zullen herinneren.' Zegt een verkoop van dertigduizend exemplaren iets over het historisch besef van de Amsterdammer? De theorie luidt dat elk boek over Amsterdam kan rekenen op een oplage van minstens tienduizend exemplaren. Van der Wal: ' Dat is volslagen onzin, ik wou dat het zo was. Van ons boek over de bevrijding van Amsterdam hebben we nog niet de helft verkocht. Alleen in Rotterdam gebeurde er iets vergelijkbaars met Ach Lieve Tijd, maar daar stopte de serie na achttien afleveringen. In Amsterdam heeft het twee jaar gelopen, het langste tot nu toe.'

VASTE KOPERS

De serie werd op 450 verkooppunten verkocht. Sommige boekhandels en inloopzaken namen per maand duizend exemplaren af. ' Er is heel weinig verloop geweest, er was een vaste groep kopers. En dertigduizend is echt waanzinnig hoog, zeker als je bedenkt dat over die stad al heel veel wordt gepubliceerd en Amsterdammers kritisch zijn.'

Ook Richter Roegholt, historicus en schrijver over Amsterdam, blijkt ervan uit te gaan dat elk boek over Amsterdam altijd in tienduizendvoud over de toonbank gaat. Drie maal zoveel is dus erg, erg veel. Wat zegt het succes hem? Roegholt: ' De liefde voor Amsterdam is ongelooflijk gestegen, dat blijkt eruit. Toen ik begin jaren zeventig de Amsterdamse School behandelde, ondervond ik nog nauwelijks weerklank.' Volgens hem is het enthousiasme voor de stad begonnen in 'het revolutiejaar 1974'. ' Dat was het jaar van Dennendal, van de bezetting van Bloemenhove (de abortuskliniek - IR) en van De Sterke Arm.'

De Sterke Arm was een actiegroep die in de Dapperbuurt protesteerde tegen het kaalslaan van hun wijk. ' Volgens de plannen moest het een mooi buitenwijkje worden, maar de mensen gingen beseffen dat ze houden van historisch gegroeide structuren, ' zegt Roegholt. Op een bijeenkomst in de Amstelkerk gaven zij er luide blijk van dat er voor de binnenstad geen 'buitenwijkse' normen moesten worden aangelegd. ' Mensen blijken een geweldig plezier te hebben in de oude dingen in hun buurten; mooie maskertjes op de gevels, koperen kopjes, van die dingen. In de stadsvernieuwing wordt daar nu ook meer rekening mee gehouden. Ach Lieve Tijd heeft daarvan de vruchten geplukt.'

Roegholt heeft er geen bezwaar tegen dat de serie in gewone mensentaal is geschreven. ' Je moet natuurlijk geen onzin zeggen, maar je moet heel ver gaan met het populariseren van geschiedenis. Het is pret en plezier.'

Peter-Paul de Baar, hoofdredacteur van het blad Ons Amsterdam, met een vaste oplage van 21.000 en een losse verkoop van enkele duizenden per maand, bevestigt dat het historisch gevoel van de Amsterdammers sterk is ontwikkeld, al is het volgens hem geen verschijnsel van de laatste vijftien jaar. ' Dat blijkt uit het feit dat wij al veertig jaar een dergelijke oplage hebben. We hebben geen last van Ach Lieve Tijd gehad, zij hebben zo'n andere formule.'

Dat roept de vraag op in hoeverre Ach Lieve Tijd iets nieuws heeft toegevoegd aan de stroom historische publikaties. ' Nieuw was het niet, ' zegt Lodewijk Wagenaar, leraar geschiedenis en conservator van het Amsterdams Historisch Museum. ' Maar er is met liefde en conscientieus aan gewerkt.'

Boudewijn Bakker en Margriet de Roever van het Gemeentearchief hebben wel het gevoel met Ach Lieve Tijd te hebben meegewerkt aan een nieuwe vorm van geschiedschrijving? Bakker: ' Niet nieuw in de zin van nieuwe historische feiten, dingen die nog niet eerder waren beschreven. Nieuw is wel het enorme publiek waarvoor we het maakten, de mensen die niet gewend zijn historische publikaties te lezen, de abonnees van De Echo of het Nieuws van de Dag. Er is door collega's wel gesneerd op het niveau van de stukken. Volstrekt ten onrechte, want dat was allerbehoorlijkst. Ik ken ook geen werk dat zo goed is gelezen door de eigen redactie en waarbij de auteurs zo goed zijn begeleid.'

HUIZEN

Bij de kiosk om de hoek ga ik nummer 23 halen, dat ik nog mis. Het gaat over de Amsterdammers en hun huizen, binnen en buiten de grachtengordel. Sinds ik in 1988 een stukje over de tweede aflevering heb geschreven, heb ik het partwork iedere maand gekocht en vrijwel helemaal gelezen. Kundiger mensen dan ik mogen zeggen dat het niets nieuws bracht, ik heb er talloze wetenswaardigheden aan over gehouden, en het inzicht dat de stad waar ik woon en werk weliswaar in al die eeuwen is uitgegroeid tot een 'wereldstad in zakformaat', maar in wezen steeds hetzelfde is gebleven. De Baar: ' Als mensen zich zo betrokken voelen bij het verleden, neemt de kans aanzienlijk toe dat het hen interesseert wat er met hun stad zal gebeuren. Dat ze tegen het bestuur zeggen, wees voorzichtig met wat je doet. En dat ze anderzijds weten: de stad heeft zich altijd al veranderd, wees niet te huiverig voor verandering.'