Geen Europese interne markt voor 1994

BRUSSEL, 13 okt. Het hoge woord is eruit: het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat de Europese Gemeenschap haar eerstvolgende ambitieuze doel, de voltooiing van de interne markt op 1 januari 1993, op tijd zal halen. Dat bleek deze week toen Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, zich tijdens een discussie over de Economische en Monetaire Unie in het Europees Parlement in Straatsburg liet ontvallen dat de tweede fase van de EMU wel op een vastgestelde datum moet beginnen, maar 'dat het er weinig toe doet of dat nou 1993 of 1994 is'.

Die toevoeging is veelzeggend. Volgens de oorspronkelijke plannen van Delors, zoals die zijn vastgelegd in het rapport dat zijn naam draagt, moest de tweede fase van de EMU immers beginnen wanneer ook de grote markt, het Europa zonder binnengrenzen, een feit zou zijn. Wanneer hij nu zelf echter zegt dat het er niet veel toe doet op welke datum de tweede fase begint, impliceert hij daarmee dat ook met de begindatum van de interne markt wel wat kan worden geschoven.

Delors' tijdschema's voor de EMU en daarmee dus ook het schema voor de interne markt zijn aardig in de war geraakt. Het begon deze week met de raad van ministers van financien in Luxemburg, waar de discussie over de EMU plotseling veel positiever leek te verlopen dan een maand geleden in Rome.

Toen stonden de vertegenwoordigers van de twee scholen, die van de econometristen en die van de monetairisten, vrij onverzoenlijk tegenover elkaar. De ene school meent dat door het vaststellen van een begindatum voor de tweede fase van de EMU de voorwaarden die daarvoor nodig zijn automatisch vervuld zullen worden: als er maar een datum is vastgesteld, zo redeneert men daar, krijgt het proces van het naar elkaar toegroeien van de monetaire en economische politiek van de lidstaten, van de inflatiecijfers, de rentevoeten, de hoogte van begrotingstekorten, een zodanig 'momentum' dat de verschillende economieen vanzelf wel convergeren.

De andere school meende echter dat het beter is om eerst te zorgen voor voldoende convergentie voordat er kan worden gepraat over daadwerkelijke invoering van de tweede fase, die onder meer tot de instelling van een centrale Europese bank, de Eurofed, moet leiden.

Deze week bleek echter dat een compromisvoorstel dat minister Kok deed steeds meer steun krijgt. Weliswaar menen Italie, Frankrijk en Belgie nog steeds dat het plan-Delors de beste garanties geeft voor een succesvolle EMU, maar het plan van Kok, een gedisciplineerde en wat minder vrijblijvend geformuleerde variatie op het in Rome gelanceerde plan van de Spaanse minister van financien, Carlos Solchaga, viel met name bij de Duitsers in goede aarde.

Dat bleek later deze week: toen kwam de tweede man op het Duitse ministerie van financien, Horst Kohler, met een zes-puntenplan waarvan vijf dezelfde waren als de vijf van het plan-Kok: voltooiing van de interne markt, alle lidstaten in de smalle band van het Europese monetaire stelsel (EMS), het aangepaste verdrag moet zijn geratificeerd door alle lidstaten, monetaire en gedwongen financiering van begrotingstekorten is verboden, en de gouverneurs van de centrale bank zijn via de wet volstrekt onafhankelijk van de politieke autoriteiten.

Het zesde punt van Kohler, namelijk dat er merkbare vooruitgang moet zijn geboekt bij het dichter bij elkaar brengen van de nationale economieen, ziet Kok alleen als een te realiseren doel in de loop van de tweede fase, niet zozeer als een voorwaarde vooraf. Kohler meent dat de nog steeds groter wordende verschillen tussen renteniveaus, inflatiecijfers en begrotingstekorten in de twaalf landen van de Europese Gemeenschap 'reden tot voorzichtigheid' geven. Maar wie weet zullen na het volledige Britse lidmaatschap van het EMS ook daar de verschillen met de andere meest ontwikkelde economieen in de komende tijd verminderen.

Ook de president van de Bundesbank, Karl-Otto Pohl, maande nog eens tot voorzichtigheid, zoals hij al jaren doet. Pohl waarschuwde dat de EG-regeringen werkelijk bereid moeten zijn hun monetaire soevereiniteit op te geven, een kwestie die hij nog niet zo gemakkelijk zag opgelost omdat de nationale parlementen daarvoor toestemming moeten geven: zij zijn het immers die het nieuwe verdrag zullen moeten ratificeren, de voorwaarde die ook Kok heeft gesteld.

Jacques Delors, net als Pohl sociaal-democraat, maar in het grote EMU-spel diens meest geduchte tegenstander, gaf deze week wel toe dat men niet 'te snel moet gaan'. Het feit dat de Commissievoorzitter nu zelf al het jaartal 1994 in de mond heeft genomen betekent onwillekeurig dat hij zal moeten koersen op een nieuwe horizon, een horizon die op z'n minst een jaartje verder ligt.