Een raadselachtige onheilsprofeet

Hij belde prompt na de uitzending op. Hoe ik zijn optreden in het NOS-mediaprogramma Lopend Vuur had gevonden. Bespottelijk, zei ik naar waarheid, nu zullen ze helemaal denken dat je een 'nep-moslim' en een 'vermomde Hollander' bent. En ik kreeg gelijk.

'Mohammed Rasoel', over wie nu zoveel te doen is, ken ik wel. Al anderhalf jaar, zonder vervormde stem en zonder het soort kledij waarin Nederlanders zich steken als ze met carnaval een Arabier willen uitbeelden. Het raadsel van zijn identiteit is door hem zorgvuldig gecreeerd. Op 6 maart 1989, naar aanleiding van de Rushdie-affaire, plaatste deze krant op de opiniepagina een stuk, waarin werd beweerd dat de Westerse tolerantie niet bestand zou blijken te zijn tegen de islamitische intolerantie. Was getekend: Mohammed Rasoel.

Op de redactievergadering van de Haagse Post ontstond tweespalt: de ene helft nam het artikel serieus, de andere meende dat het fake was. Het Parool maakte bekend, dat de schrijver het zoveelste alter ego was van Hugo Brandt Corstius; daar waren sterke aanwijzingen voor: betekende 'rasoel' niet 'profeet, gezant'?

Toen ging de telefoon. Iemand stelde zich voor als Mohammed Rasoel en bood een stuk aan. Ik zei dat ik hem dan eerst wel eens wilde ontmoeten. Dat kon.

Zaterdagmiddag moesten wij elkaar maar bij het monument op de Dam ontmoeten. Toen ik daar arriveerde herkende ik hem onmiddellijk hij was er goed in geslaagd zo opvallend mogelijk te zijn. Hij hield mij in de gaten vanaf het trottoir voor De Bijenkorf en droeg in weerwil van het fraaie lenteweer een ijsmuts, en een shawl die mond en neus bedekte. Ik stelde hem voor in de bar van Hotel Krasnapolsky te gaan zitten. 'Oh, no', zei hij beslist. 'Another place.' Was hij bang dat in dit hotel mijn mohammedaanse handlangers in hinderlaag lagen?

In een naburig cafe hield hij zijn warme uitmonstering aan. Ons gesprek werd gevoerd in het Engels, zijn accent riep een vage associatie op met het Pakistaans. Hoe hij echt heette en waar hij vandaan kwam wilde hij 'om redenen van veiligheid' niet zeggen. Ik moest maar van hem aannemen dat hij uit een 'Arabisch land' afkomstig was. Het artikel dat hij mij voorlegde stond mij niet aan; het wemelde van Koran-citaten, die het duivelse complot van de Islam moesten aantonen. Het zou een hoofdstuk worden van zijn boek De ondergang van Nederland. Ik toonde mij geinteresseerd in een voorpublicatie.

Voor hem was dit later een reden om mij geregeld op te bellen en mij deelgenoot te maken van zijn vorderingen. Ik kon hem niet bellen, hij hield zijn verblijfplaats zorgvuldig geheim. Hij zei een 'kleine business' te hebben, die hem in staat stelde veel tijd aan het boek te besteden. Hij bracht verslag uit van zijn lange zwerftocht langs Nederlandse uitgevers. Soms kreeg hij te horen dat men zijn teksten 'interessant' vond, dat men er zelfs tot op zekere hoogte mee in kon stemmen, maar het manuscript toch niet wilde uitgeven. De uitgeverij De Geus ging in januari al zo ver de publikatie van De Ondergang van Nederland aan te kondigen, maar zag bij nader inzien af van uitgave.

Toen 'Rasoel' zijn manuscript af had, kwam hij het mij overhandigen. Zonder enige vermomming en nog wel in een openbare gelegenheid. Hij ziet er klein, tenger en inderdaad Arabisch uit. Maar heeft hij dat boek ook zelf geschreven? Of is Alfred Vierling de ghostwriter van Mohammed Rasoel en is drs. Janmaat zijn kwade genius?

Ik voerde vaak telefonisch discussies met hem over zijn opvattingen, die mij fanatiek voorkwamen. Dom leek hij allerminst en zijn argumentatie kwam overeen met wat ik in zijn manuscript las. Een overtuigend bewijs heb ik niet, maar ik ben er bijna zeker van dat hij zelf de auteur is van De ondergang van Nederland. Soms verstrekte ik hem een inlichting.

Toen hij bij vrijwel alle uitgevers nul op zijn rekest had gekregen, belandde hij in de Amsterdamse Torensteeg bij Gerard Timmer Produkties, een bedrijfje dat onder meer de uitgave van Willem Alexanders fake-brieven verzorgde. Het vergrootte Rasoels reputatie niet. Om te bewijzen dat hij afkomstig is uit een Arabisch land en dat zijn ware naam 'echt islamitisch' is, toonde hij een advocaat zijn identiteitspapieren. Het mocht niet baten. De Volkskrant, die hem nooit benaderde (hetgeen, via zijn uitgever, toch eenvoudig zou zijn), voerde aan dat Rasoel de schuilnaam is van een 'racistische Nederlander' omdat hij geen Arabisch spreekt. Ik vroeg hem of dat klopte. 'Een paar woorden', antwoordde hij, 'maar wat zegt dat? Zoveel mensen uit Arabische landen spreken geen Arabisch.'

'Rasoel' bestaat echt, al houdt hij zijn echtheid verborgen voor de islamitische wraakzucht. Maar wat hem drijft? Is het een mohammedaanse of Arabische zelfhaat? Of wilde hij op een ingewikkelde manier net zo gehaat en beroemd worden als Rushdie?