Een koninklijke nul

Het verhaal is uit eerdere biografieen bekend, maar blijft mooi, zeker als het opnieuw wordt verteld door een historicus van naam die alle officiele papieren tot zijn beschikking heeft gehad met de kennelijke dan wel oogluikende goedkeuring van zijn staatshoofd-opdrachtgeefster om de vuile was van zijn hoofdpersoon zonder terughoudendheid of gene uit te hangen. Het verhaal speelt zich af in de laatste fase van de abdicatiecrisis van 1936 in Engeland. Na afloop van slotbespreking over de troonsafstand van Edward VIII lopen Baldwin en de koning met uitgestoken handen uit het vertrek waar de voorwaarden van de abdicatie zijn vastgesteld, op het drankbuffet af. Baldwin arriveert het eerst bij de whiskyfles en vraagt of de koning behoefte heeft aan een whisky met soda. De koning knikt, maar staat erop de premier zelf in te schenken en pakt met bevende handen de fles. Terwijl ze op het punt staan elkaar te bevleien (geen van beiden wist zich later te herinneren wat hij had willen zeggen) barst de koning in huilen uit.

Iemand aan wie Baldwin het voorval vertelde, vroeg hem hoe hij daarop had gereageerd. Waarop de premier antwoordde dat ook hij in huilen was uitgebartsen en de twee mannen zich aan elkaar hadden moeten vasthouden.

Het verhaal over de schamele ontvangst in Engeland die de afgetreden koning na zijn terugkeer uit Frankrijk in 1939 ten deel viel, is eveneens overbekend, maar ook hier geldt: een goed verhaal moet worden doorverteld. De Hertog van Windsor, zoals hij nu heette, verkeerde lang in de veronderstelling dat de Britse regering hem bij het uitbreken van de oorlog met het regeringsvliegtuig uit zijn luxe verbanningsoord in Zuid-Frankrijk zou komen ophalen, maar alles wat er af kon (dankzij Winston Churchill, een van de weinigen die nog op zijn hand waren) was een onderzeeer, die hem van Cherbourg naar Southampton bracht. Op de kade van de Engelse marinehaven dezelfde vanwaar hij drie jaar eerder Engeland had verlaten was een ontvangst van een soort Dad's Army-erewacht geimproviseerd, maar de koninklijke familie, die hem als een nagel aan haar doodkist beschouwde, liet demonstratief verstek gaan. Er was niemand om hem op te wachten, zelfs geen kamerheer. De koning (zijn broer) stelde zelfs geen auto ter beschikking om hem naar Hartfield te rijden waar hij enige tijd zou verblijven voordat de regering een onbetekenende overzeese betrekking voor hem vond die hem voor goed buitengaats zou brengen. Het was bijna dezelfde behandeling die tsaar Nicolaas II na het uitbreken van de Russische revolutie in 1917, van het Engelse hof had ondervonden, met dien verstande dat het uitblijven van een officiel Engels asielaanbod (het kabinet wilde wel, maar George V verzette zich tegen toelating van de tsaar) Nicolaas II uiteindelijk het leven kostte.

Edward VIII was slechts kort koning van Groot-Brittannie, van 20 januari 1936 tot 11 december van dat jaar, toen hij gedwongen werd afstand van de troon te doen (dus niet: er de brui aan gaf) omdat hij niet bereid was het advies van het kabinet te volgen en zijn relatie met Wallis Simpson, die al twee huwelijken achter de rug had, op te geven. Het kabinet, dat eerder zakelijke dan morele bezwaren tegen die relatie met de gescheiden Amerikaanse liet gelden, onder het motto 'Het regeringswerk kan niet langer worden opgehouden', stelde de koning voor de keus tussen de constitutie of zijn eigenbelang, met de stok achter de deur dat het zelf zou aftreden als hij de knoop niet zou doorhakken.

Over Edward VIII en zijn geringe staatkundig gewicht leek in Frances Donaldson's biografie uit 1974 alles wel te zijn gezegd, maar de Engelse historicus Philip Ziegler heeft toch nog heel wat belangwekkends achterhaald over de sympathieen van Edward VIII voor nazi-Duitsland. Ziegler doet een aantal relevante mededelingen over het beperkte denkraam van de koning waarop nog niet eerder zoveel licht is gevallen. Uit zijn zojuist verschenen monumentale biografie komt Edward VIII tevoorschijn als een ongedisciplineerde, narcistische, politiek ignorante nul in het kwadraat. Edward VIII was niet de eerste politieke analfabeet op de troon van Engeland, maar hij was wel het grootste bedrijfsrisico dat de wereldmacht Engeland tot dan toe in die constitutionele functie had gekend. Edward dweepte met obscure Duitsers en onderhield onzalige betrekkingen met de nationaal-socialisten, die weliswaar zijn invloed overschatten, maar hem in 1937 nadat hij ten slotte met zijn even Duitsgezinde Wallis Warfield (de eerdere mrs. Spencer respectievelijk mrs. Simpson) in ballingschap was gegaan tijdens zijn bezoek aan Duitsland als een mascotte voor hun propaganda gebruikten. In Frances Donaldsons biografie zijn die Duitse sympathieen zeker niet verzwegen, maar dat boek is al weer vijftien jaar oud (naar Engelse begrippen een veel te lange tussenpoos voor koningsbiografieen) en niet-officieel. Ziegler daarentegen heeft een onbeperkt gebruik kunnen maken van papieren uit het Koninklijk Huisarchief en het heeft er veel van weg dat de Engelse koningin die naar het schijnt zeer te spreken was over Zieglers Mountbatten-biografie de Engelse historicus geen beperkende voorwaarden heeft opgelegd, opdat hij zich toch vooral niet geremd zou voelen de stompzinnigheid van haar oom met huid en haar te openbaren.

Zieglers biografie brengt een schrikbarende politieke naiviteit van Edward VIII aan het licht. Al zijn geflirt met de nazi's kwam niet voort uit een ideologische tic of een omlijnde politieke filosofie, maar uit louter politieke onwetendheid. Hij wist in wezen niets van Duitsland of de Duitsers, een eigenaardigheid die stamde uit zijn jeugd waarin hij al een ongezonde afkeer van buitenlanders had ontwikkeld, maar hij las ook nooit een boek en had in feite een intellectuele vorming gehad die niet op zijn latere constitutionele verantwoordelijkheid berekend was. Doordat hij intellectueel een nonvaleur was, niets met de democratie op had en van zijn vroegste dagen af in de verkeerde gezelschappen had verkeerd, maakte hij in politiekie kringen een armzalige indruk en sloeg hij doorlopend reactionaire en defaitistische taal uit. Zijn politieke instincten kwamen op z'n best overeen met wat de man-in-the-street in de jaren dertig van de wereld buiten Engeland vond, maar zelfs die kwalificatie was volgens vele kritische tijdgenoten ook in de Conservatieve partij nog veel te welwillend. In Whitehall en in de regering en ook door zijn broer werd hij algemeen beschouwd als een man zonder verantwoordelijkheidsgevoel. Volgens Baldwin had de koning 'het verstand van een kind'. Uit de financiele aanspraken waarmee hij George VI regelmatig verraste bleek overigens dat hij een volwassen geldwolf was. En hij wist ook wat zijn goede betrekkingen met de Duitsers waard waren. Lang nadat Engeland met Duitsland in oorlog was geraakt had hij nog de onbeschaamdheid de Duitsers te vragen een militaire wacht te plaatsen bij de huizen die hij in Parijs en in Zuid-Frankrijk had achtergelaten.

    • H. A. van Wijnen