Een bestaand model van de hel; Het Koezbass-bekken

Vorig jaar kwam een einde aan het geduld van de mijnwerkers. Het Koezbass staakte, gevolgd door het Oekraiense Donbass, het Zuidsiberische Karaganda en het Noordsiberische Vorkoeta. Hoe leven de mijnwerkers en fabrieksarbeiders in Novokoeznetsk, de bakermat van de stakingen? Wordt het welslagen van de economische hervormingen door hun onvrede bedreigd? Portret van een nieuwbouwstad temidden van steenkolenmijnen, hoogovens en fabrieken.

'Dank voor onze gelukkige jeugd, heren autoriteiten', is met grote witte letters op de zwarte barak geschilderd. De barak staat, in een rijtje van vijf, langs de weg van het vliegveld naar Novokoeznetsk, de bakermat van de mijnstakingen van vorig jaar, het hart van de Siberische steenkoolprovincie Koezbass. Boris Jeltsin, die Novokoeznetsk in september heeft bezocht tijdens zijn grote toernee door de Russische federatie, liet zijn auto bij de barakken stoppen en sprak met de bewoners over hun klachten: lekkage, verzakking, verloedering, vervuiling. Politiek effectbejag, zeker, maar ook herkenning: Jeltsin heeft zelf zijn jeugd in de Oeral in afbraakbarakken doorgebracht. In twee maanden tijd moeten de barakken verdwenen zijn en de mensen nieuwe woonruimte krijgen aangeboden, verordonneerde Jeltsin en koerste verder. De bewoners hebben het op prijs gesteld. Was premier Nikolaj Ryzjkov, een jaar eerder in Novokoeznetsk in verband met de mijnstakingen, niet gewoon keihard doorgereden, ondanks de spandoeken langs de kant van de weg?

Een smalende lach weerklinkt als we de over een wasteiltje gebogen vrouw confronteren met de slogan 'De partij is de behoedster van het welzijn van het volk'. ' Welke partij? Welk welzijn? Wij geloven nergens meer in. Dit jaar hebben we zelfs geen aardappelen kunnen poten omdat de kelders onder water staan en we de oogst nergens kunnen bergen. De peppels hier zijn dood door de metaalfabriek, 's ochtends is het gewas bedekt met een soort witte waas van de vervuiling, links en rechts van ons zijn vuilnishopen waarvan er een zo diep is dat je erin kunt verzuipen als je de weg niet kent en 's nachts probeert de wc te vinden'. Maria is naaister, maar sinds een nieroperatie invalide. Ze werkt thuis. Haar invaliditeitsuitkering is 26 roebel per maand, met thuiswerk verdient ze 100 roebel bij. Ze betaalt 10 roebel per maand voor de woning en in de winter nog eens 10 roebel per ton steenkool, dat met emmers tegelijk wordt verstookt om de schimmel van de muren en uit haar kleren te houden. Vlees koopt ze niet meer, dat is te duur. Maria zou dolgraag een eigen naaiatelier openen, maar dat is onmogelijk. In een toekomst gelooft ze niet meer. Ze heeft de pech gehad in 1939 geboren te zijn. ' Stelt u zich eens voor wat een hongerige, moeilijke jeugd ik heb gehad'. Mijn hemel, verzucht ze als we erop wijzen dat Gorbatsjov in het westen een populair politicus is. ' Wat heeft hij dan voor ons gedaan? Ik kan zelfs geen gerookte worst meer krijgen. Ik zie absoluut niets in hem, dat durf ik rustig te zeggen. Jeltsin, ja, die komt uit het volk. Hij heeft onze huizen bezocht. Hij is onze laatste hoop.'

Novokoeznetsk, dertig jaar geleden nog Stalinsk geheten, telt 650.000 inwoners en leeft van de mijnen en de staalindustrie. In en om het nieuwbouwstadje staan tien steenkolenmijnen, twee metaalgiganten-annex-hoogovens, een aluminiumfabriek, een verwerkingsfabriek voor de legering van staal, een cementfabriek en talloze ketelinstallaties voor de stadsverwarming. Boven de stad hangt smog. Jaarlijks daalt op de stad 800.000 ton afvalstoffen neer en het drinkwater is zo vervuild dat een waterleidingsbuis in de loop van een jaar van binnenuit finaal wordt doorgevreten. Sinds kort noemt men dit in de Sovjet-Unie een 'ecologisch rampgebied', maar er gebeurt niets.

Vorig jaar kwam, tot ieders verrassing, een einde aan het geduld van de mijnwerkers. Het Koezbass staakte, gevolgd door het Oekraiense Donbass, het Zuidsiberische Karaganda en het Noordsiberische Vorkoeta. De eisen: meer loon, betaling van nachtdiensten, zelfstandigheid van de mijnen, afschaffing van artikel 6 van de grondwet (over de leidende rol van de communistische partij in de samenleving - inmiddels afgeschaft) en verhoging van de veiligheid in de mijnen. Na lange onderhandelingen met premier Ryzjkov en de minister voor mijnbouw Michail Sjtsjadov bereikte men een akkoord, de zogenaamde resolutie 608, waarin een aantal eisen van de mijnwerkers werden ingewilligd. De vakbonden schrokken wakker maar het was al te laat: de mijnwerkers stelden zelf arbeiderscomite's in met gekozen vertegenwoordigers en maakten een begin met de verwijdering van de partijcomite's uit de mijnen. De afgevaardigden in de arbeiderscomite's werden vrijgesteld van hun werk maar blijven betaald door hun ondernemingen. De positie van de partij wankelde. Het hele afgelopen jaar bleef de stakingsdreiging hangen. De laatste waarschuwingsstaking in het Koezbass was op 11 juli, toen de mijnwerkers het aftreden van premier Nikolaj Ryzjkov eisten, een eis die tot op heden niet is ingewilligd.

Tweehonderd meter onder de grond, in de Bajdajev-mijn, somberen de mijnwerkers naast de immense electronische schraapschijf waarmee zij de steenkool laag voor laag afschaven. ' Van onze eisen is niets terecht gekomen, alleen overuren krijgen we betaald. Drie maanden geleden hebben we voor het laatst gestaakt, maar Ryzjkov zit er nog steeds. Wat heeft dat voor zin?', zegt Andrej, die al 18 jaar in de mijn werkt en over twee jaar met pensioen mag. Hij gelooft nergens meer in, zelfs niet in God. De arbeiderscomite's hebben het afgelopen jaar niets klaargespeeld en ze hebben geen enkele macht. Met stakingen kun je niet te vaak dreigen want, dat zien de mijnwerkers zelf ook wel, het land staat aan de rand van de afgrond. De enige in wie de mijnwerkers nog een zeker vertrouwen hebben is Jeltsin, al zetten ze vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het 500-dagenprogramma, dat de economie in anderhalf jaar naar een vrije markt moet brengen.

In de mijnen van het Koezbass - ruim honderd in totaal - sterven jaarlijks 300 mijnwerkers, vertellen ze zelf. Terwijl we, gehuld in vakkleding, met helm en lamp op, de voeten in beenlappen gewikkeld en met te grote laarzen aan, struikelend afdalen in de duistere mijngang, geeft produktieleider Valeri Kiseljov commentaar. Dat getal is schromelijk overdreven, lijkt hem, het zullen er hooguit 250 zijn. Kiseljov is verantwoordelijk voor de naleving van de veiligheidsvoorschriften. Hij barst voortdurend in vloeken uit wanneer uit de diepte mijnwerkers, staande op een snel omhoogschietende lopende band, langsflitsen. 'Liggen', snauwt hij. De band, die de steenkool omhoog transporteert, wordt als handig vervoersmiddel gebruikt, maar volgens de voorschriften moeten de mijnwerkers op de steenkool gaan liggen om ongelukken te voorkomen. Zo zullen wij zelf als briketjes tussen de steenkool even later de mijn ook weer in sneltreinvaart verlaten.

De Bajdajev-mijn is al 50 jaar in exploitatie en geldt als gevaarlijk. Het laatste grote ongeluk in de mijn vond vijf jaar geleden plaats, toen 15 man omkwamen na het instorten van een mijngang. Het komt door de haast waarmee wij moeten werken, de plancijfers die moeten worden gehaald, zeggen de mijnwerkers, maar volgens Kiseljov komt het omdat de mijnwerkers de veiligheidsvoorschriften niet naleven.

De techniek die in de mijnen wordt gebruikt is van vaderlandse bodem en de kwaliteit doet niet onder voor buitenlandse apparatuur, aldus Kiseljov. De eis om buitenlandse techniek weerklonk dan ook alleen in het Oekraiense Donbass, waar de steenkoollaag maar 50 centimeter dik is. Dat bemoeilijkt de winning en daarvoor is de eigen techniek niet voldoende. In het Donbass zijn bijna alle mijnen verliesleidend en de economische hervormingen zullen daar onvermijdelijk tot massale mijnsluitingen leiden. In het Koezbass zijn de meeste mijnen winstgevend, al kan dat van de Bajdajev-mijn niet worden gezegd. Op de vraag of Kiseljov aandelen in de mijn zou kopen als zij geprivatiseerd zou worden antwoordt hij ontwijkend. Hij weet niet precies wat dat betekent, ze hebben nog niet eerder met dat bijltje gehakt. Plassend door het water in de mijngang - mijn laars lekt - lopen we terug naar het ijzeren treintje dat ons in een half uur weer naar de oppervlakte moet rammelen. Het water in de mijnen wordt via een buizenstelsel afgezogen en in de rivier de Tom geloosd. Het afval van de mijnen komt zo bijna direct in het drinkwater terecht.

De vervuiling van het drinkwater is het allergrootste milieuprobleem in het Koezbass, zegt Joeri Kaznin, arts uit Kemerovo, de hoofdstad van het Koezbass, en gedeputeerde van het Volkscongres. Hij weet waarover hij spreekt. Hij behoort tot de kleine groene lobby in het Volkscongres, die hemel en aarde beweegt om de burgers enig milieubewustzijn bij te brengen. Hij heeft net met een groep Franse drinkwaterspecialisten het Koezbass bereisd. Als wij dit water aan onze bevolking zouden aanbieden zouden we in de gevangenis belanden, zeiden de Fransen verbijsterd. In Kemerovo heeft hij een onderzoek gedaan onder zevenjarige kinderen. Hij heeft er niet een bij gevonden dat gezond was. Infecties, longaandoeningen, chronische astma, oor-, neus- en keelklachten, nier- en leverstoornissen en aangeboren afwijkingen behoren tot het normale patroon. Ook de volwassenen zijn ziek. De mijnwerkers hebben stoflongen, de vrachtwagenchauffeurs lijden aan een vibratieziekte, waarbij de zenuwen en spieren van de handen en armen onherstelbare schade oplopen. Vrouwen hebben een keur aan gynaecologische klachten. De schuldigen: in Kemerovo is het de chemische industrie, in Novokoeznetsk zijn het de mijnen en de metaalindustrie, in Belovo de zinkfabrieken. Geen van de fabrieken beschikt over moderne zuiveringsinstallaties en fabrieksdirecteuren verschuilen zich achter het ontbreken van enige wetgeving, die milieuvervuiling strafbaar stelt.

Kaznin spreekt tot de conferentie van arbeiderscomite's, die vorige week in Novokoeznetsk werd gehouden. Een Moskous onderzoeksinstituut is tot de conclusie gekomen dat, zonder tegenmaatregelen, de helft van de bevolking van een van de grootste steden van het Koezbass voor het jaar 2000 zal sterven. Om geen paniek te zaaien noemt Kaznin de stad niet, maar om ons heen fluistert men 'Novokoeznetsk'. De onverstoorbare arbeiders geven Kaznin nog vijf minuten extra spreektijd, maar daarna gaan ze over tot de orde van de dag, de bespreking van het werk van de arbeiderscomite's, die vorig jaar na de stakingen zijn opgericht. Of de feiten nu kloppen of niet, onbegrijpelijk blijft de lauwe reactie uit de zaal, terwijl het toch om de gezondheid van de aanwezigen en hun gezinnen gaat. Kaznin verklaart deze reactie uit de onmenselijke leefomstandigheden in het Koezbass. ' De mensen verliezen het contact met de omringende wereld, ze overzien de problemen niet. De algemene ontwikkeling is laag en bovendien is er een schrijnend gebrek aan informatie. Daarnaast is onze geschiedenis bloedig geweest. Mensen zijn gewend geraakt aan geweld, dat mag je ze niet aanrekenen. Wij zijn in slavernij opgegroeid.' Ter illustratie vertelt Kaznin dat een medisch student een paar dagen geleden tegen hem zei: het is me om het even of de communisten of de fascisten aan de macht komen, als er maar genoeg te eten is! Voor de mijnwerkers is het summum van geluk rechtstreekse contracten met Japan afsluiten en voor de aldus verdiende yens een Toyota kopen, waarin ze dan zielsgelukkig rondrijden, aldus Kaznin. ' Maar voor die yens zouden ze medicijnen moeten kopen in plaats van Toyota's!'.

Al begint er langzamerhand iets van de ernst van de situatie door te dringen, echt gehoor vindt de vermoeid ogende Kaznin nog niet. Tijdens het eerste Volkscongres in Moskou vroeg hij aan Gorbatsjov of hij het woord kon krijgen om over de milieusituatie in het Koezbass te berichten. ' Gorbatsjov zei dat de tijd daarvoor nog niet rijp was. Eerst moest de kwestie van de macht geregeld zijn. Daarna waren het de economische hervormingen die voor gingen. Zo is er nooit tijd, maar zo zet je de dingen op zijn kop: waarom hebben we een vrije markt nodig als er niemand meer is om de produkten te kopen?' Een uitweg uit de catastrofale situatie is volgens Kaznin alleen mogelijk met buitenlandse hulp. Hij wil een internationaal steunfonds-a-la-Tsjernobyl oprichten en noemt het voorbeeld van de Duitse industriestad Saarbrucken, waar de milieuvervuiling dertig jaar geleden even ernstig was als in Novokoeznetsk, maar waar de mensen nu weer vrij kunnen ademen. ' Het Koezbass is een bestaand model van de hel. Als we het Koezbass niet redden loopt het met de hele wereld slecht af'.

Verzoenende taal

Twee dagen duurt de conferentie van de arbeiderscomite's in Novokoeznetsk en ze is bedoeld om de politieke situatie in het land te bespreken, de positie van de comite's onder de loep te nemen en beslissingen te nemen over al dan niet staken. Aan de conferentie nemen niet alleen mijnwerkers, maar ook metaalarbeiders en nieuwbakken politici deel en er is zelfs een vertegenwoordiger van het Centraal Comite van de CPSU uit Moskou overgekomen, die verzoenende taal uitslaat en zijn tevredenheid uitspreekt over het 'samenwerkingsmodel' waarvoor de arbeiders gekozen hebben. Die optimistische toon wordt onmiddellijk afgestraft door de voorzitter van de vergadering die er, tot hilariteit van de aanwezigen, op wijst dat het voornemen tot samenwerking met politieke partijen bepaald niet bedoeld is als handreiking aan de communistische partij. Het anticommunisme in de zaal is sterk voelbaar.

Voelbaar is overigens ook de onervarenheid van de aanwezigen en de aarzeling over de standpunten die moeten worden ingenomen. De arbeidersbeweging zit met een probleem. Na het aanvankelijke succes van de stakingen leek zij de wind in de zeilen te hebben. Er werden arbeiderscomite's opgericht, die de vakbondscomite's in de mijnen ontbonden en de partijcomite's van het fabrieksterrein joegen. Ze leken een nieuwe machtsfactor. Nu zijn we een jaar verder en begint de scepsis over hun functioneren onder de mijnwerkers gevaarlijke vormen aan te nemen. Wat hebben ze eigenlijk bereikt en wie luistert er naar ze? Het gedrag van Gorbatsjov heeft de onduidelijkheid vergroot. Door zich niet onomwonden uit te spreken over de economische hervormingen - Gorbatsjov steunt en het 500-dagenprogramma van Sjatalin en zijn impopulaire premier die een tegenstander is van dat programma - brengt hij de arbeiders in problemen: zij staan achter het 500-dagen-programma, maar eisen tegelijkertijd het aftreden van premier Nikolaj Ryzjkov. Moeten ze nu in staking gaan of niet? In een slotresolutie behouden de mijnwerkers zich het recht voor opnieuw een politieke staking af te kondigen om Ryzjkov tot aftreden te dwingen, maar de voorzitter van de Raad van arbeiderscomite's, Vjatsjeslav Golikov, hult zich in het vage. Als het komende Volkscongres van de Russische federatie in december het hoofd van de premier niet zal eisen, zullen de mijnwerkers in actie komen, zegt hij. Dat betekent overigens niet dat er niet eerder acties kunnen worden ondernomen. ' De situatie in het land ontwikkelt zich zo snel dat het nodig kan blijken eerder besluiten te nemen. Men spreekt nu in alle ernst over de mogelijkheid van een militaire coup. Als de noodtoestand wordt uitgeroepen dan moeten wij handelen. Als het nodig is krijgen wij zonder moeite het hele Koezbass op de been.'

Toen Jeltsin Novokoeznetsk aandeed hebben de mijnwerkers hem lichtelijk overvallen door hem een protocol van goede bedoelingen onder de neus te duwen, wat hij na enige aarzeling heeft ondertekend. Het protocol staat pontificaal op de eerste bladzijde van 'Nasja Gazeta' (Onze krant), de eerste vrije arbeiderskrant van het Koezbass, die - onder protest van de partij - gedrukt wordt op de partijpersen van Kemerovo. Jeltsin en Golikov beloven elkaar daarin te streven naar een snelle doorvoering van radicale economische hervormingen, depolitisering van de maatschappij, met name van KGB, leger, rechterlijke macht en politie, en de arbeidersbeweging allerwegen te ondersteunen. Golikov: ' We hebben meer vertrouwen in Jeltsin dan in Gorbatsjov omdat hij de eerste politicus is die onze taal spreekt. De oplossingen die hij voorstelt voor onze problemen lijken op de onze. We zijn tot samenwerking bereid.' Het is griezelig te zien hoezeer de Russen hun allerlaatste hoop op Jeltsin hebben gesteld, die zich tijdens zijn toernee heeft laten verlokken tot de meest lichtzinnige beloftes. Als hij die niet waar weet te maken zullen velen vervallen tot absoluut cynisme.

Golikov, voor de stakingen bankwerker in de mijn, steunt het 500-dagen-plan voor de economische hervormingen maar realiseert zich dat het niet eenvoudig zal zijn de bevolking uit te leggen dat er offers moeten worden gebracht om het plan door te voeren. ' Ons systeem kun je niet pijnloos afbreken, we moeten enige tijd de broekriem aanhalen. Maar de mensen zijn verbitterd en geloven bijna nergens meer in en dat passieve afwachten heeft iets angstaanjagends.' Ook aan het vooruitzicht van werkloosheid zullen de mensen moeten wennen. De arbeidersbeweging lijkt zich over die massale werkloosheid wonderlijk genoeg nog niet veel zorgen te maken. Volgens premier Nikolaj Ryzjkov zal stopzetting van de subsidies leiden tot massale mijnsluitingen. Van de 500 mijnen in het land zullen er 120 dicht moeten, en dat betekent 270.000 werklozen. Golikov: ' De mensen moeten weer in zichzelf gaan geloven, ze moeten leren trots te zijn op hun werk. Niemand is hier afhankelijk van de kwaliteit van zijn werk. De ontslagen zullen voornamelijk vallen onder de mensen die weigeren goed werk af te leveren. Natuurlijk zit er een gevaarlijke kant aan massale werkloosheid. We moeten sociale onrust zien te voorkomen'.

Vrije vakbeweging

Golikov is tevreden over de conferentie. Vergeleken met de vorige bijeenkomst is er duidelijk vooruitgang geboekt, denkt hij. De mensen leren langzamerhand naar elkaar te luisteren. De enige belangrijke beslissing is dat de arbeidersbeweging een eigen vrije vakbeweging wil gaan opzetten, maar de plannen daarvoor zijn rijkelijk vaag. Een mijnwerker komt ons uitgebreid uithoren over de Nederlandse vakbeweging: CAO's, stakingskassen, secundaire arbeidsvoorwaarden, werkloosheidsuitkeringen, ontslagprocedures, het zegt hem allemaal niks en hij pent het ijverig op in een schriftje. Groot is het isolement waarin de Sovjet-burgers tot op de dag van vandaag leven. En onevenredig zwaar is de last op de schouders van te weinig competente mensen. Golikov heeft uitnodigingen van verschillende westerse vakbonden, maar kan niet weg uit het Koezbass omdat er niemand is die zijn werk kan overnemen.

's Avonds worden de debatten voortgezet in een pionierskamp (de communistische jeugdbeweging) buiten Novokoeznetsk, tussen de knalgele herfstige berkebomen, waar de lucht weer fris ruikt en de maan helder aan de hemel staat. Mijnwerkers en staalarbeiders staan heftig gesticulerend buiten te discussieren. Maar terwijl de redactiecommissie zich buigt over de uiteindelijke tekst van de resoluties druppelt de een na de ander de discotheek binnen, waar wodka, champagne, Lambada, de smartlap 'Antosja, jij bent de man van mijn leven' en een nagesynchroniseerde Amerikaanse film over een zeemeermin het uiteindelijk winnen van de politiek en de stoflongen. De vredige stemming wordt slechts verstoord door een woordenwisseling tussen twee dronken mijnwerkers en de verwijdering van een eveneens beschonken meisje dat zich, volgens de mijnwerkers, op onfatsoenlijke wijze aan een van de buitenlandse gasten opdrong. In een wolk van lieveheersbeestjes daalt vervolgens de rust over het pionierskamp neer, waaruit we de volgende ochtend worden gewekt met luidkeelse operaklanken.

Arbeidersbeweging

Het is in het Koezbass eigenlijk net als in de rest van het land: waar de macht ligt is niet meer duidelijk. De partij wordt met de nek aangekeken en verschuilt zich in haar protserige gebouwen. Ze zal zich waarschijnlijk ontpoppen als de eerste kapitalist van het land en heeft al een aarzelend begin gemaakt met het ontwikkelen van commerciele activiteiten. Formeel ligt de macht bij de gekozen volksvertegenwoordiging, de Sovjets, maar die hebben geen geld en geen ervaring. De arbeidersbeweging is een nieuwe ster aan het firmament en zowel de partij als de sovjets proberen met de arbeiders op goede voet te blijven, bang als ze zijn voor arbeidsonrust. Zo verschijnt ook de voorzitter van de Sovjet van het hele Koezbass, de communist en Kazach Aman Toelejev op de conferentie van de arbeiderscomite's, en deelt links en rechts complimenten uit.

Toelejev is in mei tot voorzitter gekozen en had daarvoor een bestuursfunctie bij de spoorwegen. Hij prijst de arbeiderscomite's, die de bevolking wakker hebben geschud, en hoopt nu de vruchten te plukken van de stakingen. De Sovjet heeft een plan ingediend bij de Opperste Sovjet van de RSFSR, waarin het Koezbass de status krijgt van 'joint venture zone' met eigen douane, recht op lokale wetgeving, rechtstreekse contacten met het buitenland en recht om bedrijven belastingvrijstelling te verlenen. Het parlement heeft het voorstel in principe goedgekeurd en het wordt nu door specialisten uitgewerkt. De tijd van stakingen is voorbij, denkt Toelejev, consolidatie is geboden.

Er zijn geen meningsverschillen tussen de arbeiderscomite's en de Sovjets, zegt Valeri Kiseljov, die in beide vertegenwoordigende lichamen zit. Als mechanicus in de mijn is hij na de stakingen in het arbeiderscomite gekozen en sinds deze lente ook parlementslid van de RSFSR en lid van de lokale Sovjet. Maar de macht ligt nu bij de grote bedrijven, voorlopig de enige instellingen met geld. Om hun monopolie te doorbreken moeten de bedrijven geprivatiseerd worden en de subsidies stopgezet. Hierbij heerst de angst dat de ministeries en de partij op grote schaal aandelen zullen gaan kopen om zo een vinger in de pap te houden. Om dat te voorkomen zullen de aandelen waarschijnlijk voor een schijntje aan de arbeiders worden aangeboden, denkt Kiseljov. ' De partij heeft hier geen macht meer. Het partijcomite heeft maar een zorg: overleven. Steeds meer mensen verlaten de partij, die wanhopig probeert de gunst van de arbeiders terug te winnen.'

Toch lijkt het hier en daar of ook het aanzien van de arbeiderscomite's al weer wat is verbleekt. Valeri Potapenko, rood, kaal en vol schuine moppen, was vroeger kraandrijver op de Zabsib, de Westsiberische metaalfabriek, een van de grootste vervuilers van de streek. Na de stakingen werd hij vrijgesteld en sindsdien werkt hij in het arbeiderscomite. Nadat de directeur zich aanvankelijk poeslief tegen het arbeiderscomite had opgesteld, klaagt Potapenko, is hij sinds het 28ste partijcongres een keiharde lijn gaan voeren. Het comite is inmiddels dan ook van 15 tot 7 man geslonken en al probeert Valeri daarvoor allerlei huis-tuin-en-keukenredenen te bedenken, tijdens de rondleiding door de staalgieterij maakt hij niet de indruk de situatie op de fabriek - waar overigens 33.000 man werken - onder controle te hebben. De Zabsib is een verbijsterend complex, dat enkele vierkante kilometers beslaat en van buiten voornamelijk bestaat uit pijpen en schoorstenen, die verschillende giftinten walm uitbraken. Binnenin de hoogovens herleeft even het hoeracommunisme van het staalarbeidersparadijs van de jaren dertig, wanneer uit een gigantische ketel onder een eindeloze vonkenregen vloeibaar staal in de mond van de hel wordt gegoten. De staalarbeiders hebben vorig jaar niet meegestaakt omdat stilstand voor de hoogovens fataal is, maar ze steunen de arbeiderscomite's voor honderd procent, zegt Valeri hoopvol. We kunnen het aan niemand vragen, want langs de kilometerslange produktielijn van gloeiend metaalblok tot sissende stalen pijp is nauwelijks een arbeider te bekennen.

Het is bloedheet in de fabriek en ik moet denken aan het reumatische omaatje in de afbraakbarakken op weg naar het vliegveld. ' Mijn neus is warm maar mijn rug bevroren', huilde ze, terwijl ze naar buiten strompelde om zich een paar minuten in het zonnetje te warmen. Tweeentwintig jaar werkte ze als visser in het Noordsiberische Narym. Een schoonheid was ze en vier kinderen heeft ze grootgebracht, en nu, krom als een hoepel, moet ze haar levensavond slijten in een lekkende barak in Novokoeznetsk. God zal ze ervoor straffen, de bazen, bezweert ze, want 'God is geen dommejan, hij hakt de bonzen in de pan'. Een wens heeft ze nog voor ze haar laatste adem uitblaast. ' Lieve mensen, laat me voor ik sterf nog een keer een warm bad mogen nemen'.