Draketanden

Is dit een uitzonderlijk beukenootjesjaar? Als ik op het ogenblik in de tuin sta hoor ik een nieuw geluid naast het ruisen van de bladeren in onze eeuwige wind: het zachte kletteren van vallende beukenoten. Ze vullen de hemel, als een sneeuwstorm. Dan landen ze, keurig de omtrek van de boom plus zowat een meter op de grond aftekenend, als een dikke vaste vloerbedekking. Er op lopen is een beetje zoals lopen op een keienstrand, maar stroever, zonder het wijken van de stenen onder je voeten.

Sommige vallen in de bloembedden, sommige op het kale droge perk waaronder de Cyclamen hederifolium liggen te wachten, en andere op het grind. Terwijl ik ze opveeg - ik heb er al twee enorme vuilniszakken mee gevuld - dringt tot me door hoe het natuurlijke uitdunningsproces van grind in zijn werk gaat. De steentjes die opgeveegd worden met de afgevallen bladeren gaan naar de composthoop en vandaar in een volgend stadium naar de bloembedden, waaruit een zeker aantal weer zal worden verwijderd en tussen zijn soortgenoten teruggegooid. Maar de steentjes die met de beukenoten de vuilniszak ingaan keren nimmer weer; ze hebben een sprong gemaakt naar een andere kringloop, waar ze, zo maak ik mij ongerust, ook weer niets dan overlast zullen veroorzaken. Maar vooral van de beukenoten zelf vraag ik me af hoe zij zich gedragen als afval, dat wil zeggen de bolsters ('napjes'): die zijn zo ongelofelijk hard en duurzaam (daarom doe ik ze niet bij de compost) dat misschien zelfs de pers van de vuilniswagen ze niet aankan. Ik zie de volle zakken weer onaangedaan tevoorschijn komen en hoor de vuilnismannen vloeken; gelukkig maar dat ze niet weten uit welk huis ze komen.

Maar het allerergst zijn degenen die in het gras vallen. Christopher Lloyd waarschuwt dat men om reden van de harde bolsters nooit beuken op grasvelden moet planten. Wij deden het omgekeerde: we legden een grasveld aan onder een beuk, denkend, verblind als tuiniers kunnen zijn wanneer ze beheerst worden door de hartstochtelijke drang om iets aan te leggen, dat het waarachtig zo'n vaart niet zou lopen, dat hij overdreef. Het was tenslotte maar een keer per jaar en dan niet langer dan een week of twee.

Iedere tuin heeft wel zo'n lijk in de kast, iets dat je niet had moeten doen maar toch hebt gedaan en waar je nu ieder jaar voor moet boeten. Twee planten waarvan de kleuren vloeken en de bloeitijden net overlappen bijvoorbeeld, of een pad met een verkeerd trace zodat de mensen doorsteken over het gras. Resolute karakters corrigeren zulke dingen zodra ze ze opmerken; wij besluitelozen modderen voort, al klagend.

Zo vergaat het ons met de beukenoten in het gras. Als je het probeert met een hark komt het gras mee, net als het grind. Als ze met de hand tracht op te rapen trap je er ongeveer evenveel de grond in als je er oppakt, en met iedere windvlaag van enige betekenis regenen ze op je neer, duidelijk een van de minder subtiele aardigheden van de Natuur.

Maar het gras kan niet gemaaid worden tot ze allemaal weg zijn gehaald, aangezien de maaimachine ze alleen nog maar dieper de grond in werkt. Het is als amandelen die in een cake worden gedrukt; nadat de maaimachine zijn werk heeft gedaan zie je weer een keurig glad oppervlak, maar als je er met je hand overheen gaat voel je ze zitten, knobbelige Fremdkorper: zo moet de grond gevoeld hebben na het zaaien van draketanden.

De stervormig opengebarsten verse bolsters zijn nog enigszins samendrukbaar, en door zeer hard duwen zijn de vier zijkanten dan nog min of meer in hun gesloten vorm terug te krijgen; van de uitsteeksels buitenop blijft dan een afdruk in je vingers staan die aan een vingerhoed doet denken, en als je probeert de eigenlijke beukenootjes er in terug te doen kan je je gemeen bezeren aan de uitstekende punten. Binnenin deze ijzeren handschoen zit een heel dun laagje fluweel, dat door schrapen kan worden verwijderd, waarna een vaag geribd en onvoorstelbaar hard oppervlak aan het licht komt. De hele vrucht is gemaakt van een taai-compacte en toch zeer lichte stof, staande onder een zo geduchte spanning dat je je afvraagt waarom je het niet hoort scheuren en kraken wanneer het openspringt.

Het bedje van de beukenoot is dus niet erg comfortabel; het ziet er hard en meedogenloos uit, niet de knusse behaaglijkheid die je je voorstelt bij de doosvrucht van een kastanje. Maar het moet er wel heel veilig zijn; geen insekt of knaagdier dat bij de nootjes ook maar in de buurt kan komen - totdat de tijdklok van die organische brandkast in werking treedt: dan is de inhoud plotseling weerloos aan alle ongedierte overgeleverd.

Hoeveel kilo - of kubieke meter - vrucht produceert een gezonde beuk? Welk gewicht heeft zo'n boom aan zich hangen? En hoeveel daarvan is nutteloos organisch materiaal dat alleen maar wordt weggegooid?

Want het grootste deel is nutteloos. Ik weet niet of het alleen maar opgaat voor onze boom, of voor dit ene jaar, maar de meeste nootjes zijn loos. In de bolsters zitten namaak beukenoten, perfect in ieder detail behalve dat ze leeg zijn. Niet meer dan een op de tien bevat een werkelijke vrucht. In het licht daarvan is de totale onvernietigbaarheid van de bolster nog zonderlinger; je kunt je er haast niet bij neerleggen dat die zwaar gepantserde verpakking gemaakt werd om er niets in te doen. Het heeft iets van die produktiecatastrofes in gecentraliseerde socialistische economieen: de fabriek die de dozen maakte werd te laat verteld dat de fabriek van wat er in moest niet eerder kon leveren dan volgend jaar.

Soit. De Staat haalt gratis de lege verpakkingen weg. Volgend jaar beter.