'De wetenschapper dient uit zijn ivoren toren te komen';

ROTTERDAM, 13 okt. Draagt een paard een horloge? Dat is een van de duizenden vragen die de afgelopen dagen aan bod kwamen tijdens de Nationale Wetenschapsweek. De vraag fungeerde als titel van een lezing over de psychologie van de taal.

Gedurende honderden bijeenkomsten zijn de meest uiteenlopende onderwerpen besproken, varierend van het melkwegstelsel en hoorbaar groeiende planten tot het mysterie van het geheugen.

Het doel van de wetenschapsweek is mensen kennis te laten maken met waarmee wetenschappers zich bezig houden. De wetenschapper moet uit zijn ivoren toren komen en op een heldere manier vertellen over zijn werk, vindt directeur F. van der Pols van de Wetenschapsweek. Daar staat tegenover dat 'de gewone man' vaker vragen moet durven stellen en zich niet afzijdig en onverschillig moet houden, zegt Van der Pols. De wetenschapsweek helpt volgens hem de barriere tussen wetenschapper en leek weg te nemen.

De Nationale wetenschapsweek wordt morgen afgesloten met de landelijke manifestatie 'Wetenschap op Zicht'. Deze manifestatie trekt verreweg de meeste van de ongeveer 50.000 mensen die naar verwachting de week zullen bezoeken. Ongeveer 80 musea, sterrewachten, universiteiten en andere instellingen brengen morgen een op wetenschap toegespitst programma. Buiten alle programma's wordt in het Museon in Den Haag het startsein gegeven voor de scholierenwedstrijd 'Samen naar Mars'. Kinderen kunnen in een opstel of een werkstuk oplossingen verzinnen voor problemen waar ruimtevaarders op reis naar Mars mee te maken kunnen krijgen.

Een groepje wetenschappers riep vijf jaar geleden de stichting Wetenschapsweek in het leven, enthousiast geworden door vergelijkbare manifestaties in onder meer Engeland en de Verenigde Staten. De eerste jaren verzorgden de universiteiten van Utrecht, Groningen en later Rotterdam lezingen en workshops voor middelbare scholieren. Zij vormen nog steeds een belangrijke doelgroep voor de wetenschapsweek, maar ook voor volwassenen wordt nu veel georganiseerd. 'Wetenschap is leuk en dat kun je niet jong genoeg ondervinden', zegt de historicus Van der Pols.

Basisschoolleerlingen zijn sinds dit jaar bij de activiteiten betrokken. Evenals een groter aantal universiteiten, zoals onder meer die van Nijmegen, Amsterdam en Wageningen. Bij veel universiteiten leeft tegenwoordig het besef dat het voor hen noodzakelijk is zich te presenteren, aldus de directeur. 'Wetenschap wordt voor een belangrijk deel beoefend op kosten van de samenleving. De belastingbetaler mag dan ook weten waar zijn geld naar toe gaat. Bovendien zijn een aantal van de scholieren de toekomstige studenten.'

De stichting Wetenschapsweek werkt met een budget van een half miljoen gulden. Bijna twee ton daarvan is subsidie van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, het overige deel is bijeen gebracht door bedrijven. Van der Pols wil de bedrijven volgend jaar verder laten participeren. Het publiek moet de mogelijkheid krijgen een kijkje in bedrijflaboratoria te nemen, maar de meeste bedrijven zijn nog wat terughoudend hiermee, volgen Van der Pols wegens 'bedrijfsgeheimen'.

Wel enthousiast zijn uitgeverijen en boekhandelaren. 'Populair wetenschappelijke literatuur is een van de manieren om mensen meer bij de wetenschap te betrekken', zegt Van der Pols.

Het belangrijkste element van wetenschap is verwondering, zegt Van der Pols. Daarin verschillen de mensen die wetenschap beoefenen volgens hem zeer weinig van een klein kind dat op weg naar volwassenheid doorlopend op ontdekkingsreis is en voortdurend zoekt naar antwoorden. 'Het enige verschil', zegt Van der Pols, 'is dat een wetenschapper meer parate kennis heeft en daarmee systematischer te werk gaat om het antwoord te vinden.'