De vernieling van de Donau-delta

Bij cholera denkt men eerder aan oorlogen en sloppenwijken in de tropen dan aan de Donau. Industrieel en stedelijk afval vervuilen deze eens zo veel bezongen rivier. Nu is er slechts een klaagzang aan te heffen.

Tulcea is een stad van honderdduizend zielen in Oost-Roemenie. Een havenstad aan de Donau, die tachtig kilometer verderop met drie armen, waarvan een gekanaliseerd, uitmondt in de Zwarte Zee. Daartussen ligt de moerassige Donau-delta, een soort Roemeense Biesbosch, maar dan aanzienlijk uitgestrekter. Ze beslaat een oppervlak dat bijna zo groot is als Zuid-Holland en Utrecht samen, grenzend aan de Oekraine. De Donau is een ernstig vervuilde rivier, juist hier, dichtbij de monding, en wat stroomopwaarts op ontelbare plaatsen gebeurt, herhaalt zich in Tulcea: uit een gat in de kademuur gutst ongezuiverd rioolwater onafgebroken in de rivier.

Kwam hier de bewuste ziektekiem vandaan? Of uit de riolen van Boekarest, Boedapest of Bratislava? Afgelopen maanden werd de delta, waar verscheidenen dorpen en het kuststadje Sulina liggen, getroffen door de cholera, een acute, hoogst besmettelijke darmziekte, die de vorm van een epidemie aannam. Vrijwel alle patienten kwamen in het ziekenhuis van Tulcea terecht. Terwijl de autoriteiten spreken van 'tachtig, hooguit honderd' gevallen, noemt hospitaaldirecteur dr. Mihai Romila een aantal van 150 mannen, vrouwen en kinderen, die door de bacterie Vibrio cholerae werden aangetast en als gevolg van hevig braken en aanhoudende diarree finaal uitdroogden.

Dr. Romila verklaart dat de epidemie, die geen dodelijke slachtoffers maakte, onder controle is. De meeste patienten konden na een verblijf van gemiddeld twee weken in het ziekenhuis en na toediening per infuus van minerale zouten, glucose en antibiotica naar huis terugkeren. Van de 850 hospitaalbedden worden er nu nog 28 door choleralijders bezet.

Een verzoek om enkele of desnoods een van hen te mogen bezoeken, wordt beleefd, maar zonder omhaal afgewezen. Daarvoor is het besmettingsgevaar te groot. Dr. Romila: ' Dat kunnen we in uw eigen belang niet toestaan. Zelfs familieleden en vrienden hebben geen toegang tot de patienten.'

Hoe kon de ziekte, die men in de regel met tropische streken associeert, in Roemenie met zijn gematigde klimaat uitbreken? Voor Romila en zijn staf is er geen twijfel mogelijk: ook hier werd de besmetting overgebracht door bacillendragers die met hun faecalien water verontreinigden dat anderen tot drinkwater diende. Dat is het water van de Donau, waar zo veel riolen op uitkomen; het werd hier in de delta rechtstreeks uit de rivier getapt en ongekookt gedronken. Zo zouden ook eerdere cholera-explosies in dezelfde regio, laatstelijk in 1987, te verklaren zijn. De Roemeense regering twijfelt evenmin aan de oorzaak van de epidemie en liet daarom vele duizenden liters mineraalwater in flessen, alsook diverse tanks met bronwater uit de bergen, naar de delta transporteren. Per schip, want landwegen zijn er niet in het natuurgebied, dat 14.000 inwoners telt, inclusief die van het vrije havenstadje Sulina.

Dr. Romila noemt het wel opvallend dat bewoners van de linker oever daar bij Sulina, die vanouds hun emmertje uit de Donau tapten, onbesmet zijn gebleven: ' Hun natuurlijke afweersysteem heeft blijkbaar goed gewerkt.' Die van de rechter oever hebben een dergelijke immuniteit niet weten op te bouwen. Hun drinkwater komt normaal uit de kraan, via een zuiveringsinstallatie, die ook weer met Donauwater wordt gevoed. Door de droogte van de laatste maanden is het zoetwaterpeil ter plaatse sterk gedaald, zodat het zout uit de Zwarte Zee kon opdringen. Het bereikte ook de zuiveringsinstallatie, waardoor het drinkwater een onaangename, zilte smaak kreeg. Dat was de reden waarom zoveel bewoners hun toevlucht namen tot een slok rechtstreeks uit de rivier. Dr. Romila: ' Hadden ze dat maar niet gedaan of hadden ze maar de nodige voorzorg in acht genomen. Drinken uit de rivier hoeft niet gevaarlijk te zijn, maar dan moet je het water wel eerst koken en dat hebben de mensen tot hun eigen schade verzuimd.'

Bezinkput

Roemenie heeft, bij alle tegenstellingen, ten minste een ding gemeen met Nederland: ze liggen allebei aan de monding van een grote rivier, Nederland aan die van de Rijn, Roemenie aan die van de Donau. Beide staten kennen ook een delta, die als gevolg van de verontreiniging stroomopwaarts en in eigen land degradeerde tot een bezinkput van vuil. Er is slechts verschil in ernst en omvang. De Rijn is 1250 kilometer lang en passeert, alvorens Nederland te bereiken, drie andere landen: Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. De Donau, die bij Donauschingen in Baden-Wurttemberg ontstaat uit de samenvloeiing van twee, in het Zwarte Woud ontsprongen beken, is 2860 kilometer lang. Ze stroomt door en/of langs acht landen: Duitsland, Oostenrijk, Tsechoslowakije, Hongarije, Joegoslavie, Bulgarije, Roemenie en de Sovjet-Unie.

Beide rivieren worden onderweg zwaar belast met industrieel afval en de Donau bovendien, rechtstreeks of via zijstromen, met ongezuiverd rioolwater uit tal van grote steden. Kort geleden heeft het in Amsterdam gevestigde International Centre of Water Studies (ICWS), samen met de Bulgaarse Academie van Wetenschappen, onderzoek gedaan op een van de laatste trajecten, daar waar de Donau de grens vormt tussen Bulgarije en Roemenie. De uitslag van die studie wordt binnenkort openbaar gemaakt, maar ICWS-directeur dr. J. Dogterom kan al wel een voorlopige, globale indruk geven. Die komt erop neer dat de Donau, gelet op de concentraties schadelijke en giftige stoffen, schoner is dan bij voorbeeld Schelde en Elbe, maar vuiler dan de Rijn. Omdat de waterafvoer van de Donau gemiddeld drie keer zo groot is als van de Rijn, moet de totale vuilvracht die de Donau meevoert ten minste drie keer zo groot zijn als van zijn Westeuropese broeder. Daarbij gaat het om verschillende componenten, in het bijzonder zware metalen, olie en microverontreinigingen. Van de zijrivieren die in het onderzoek waren betrokken, is er volgens Dogterom een die er in negatieve zin 'uitknalt'; dat is de Argasul, die onder meer het nog ongezuiverde rioolwater van Boekarest (bijna drie miljoen zielen) afvoert.

Alle afval, organisch en anorganisch, passeert ten slotte de Donaudelta om er deels in te bezinken. Een vergelijking met onze eigen Biesbosch dringt zich nog sterker op. Het Nederlandse natuurgebied, voormalig 'vloedwoud' met een aanmerkelijk tijverschil, zit boordevol verontreinigd rivierslib, vooral daterend uit de vroege jaren zeventig, toen het Haringvliet net was afgesloten en de Rijn vuiler was dan ooit. Een soortgelijke chemische, deels ook bacteriologische 'tijdbom' sluimert in de kreken, poelen en meertjes van de Donaudelta, terwijl het vervuilingsproces, ondanks het ontbreken van afsluitende dammen, nog altijd voortwoekert.

Delta beschermd

Eind augustus werd de delta tot beschermd gebied verklaard en daar was alle reden voor, omdat deze drassige landstreek een rijke fauna en vooral uitbundige vogelwereld kent met zeldzaamheden als kroeskoppelikaan, zwarte ibis en dwergaalscholver. Een paar maanden eerder was hier nog een groep Italiaanse jagers, gewapend met Beretta- en Benelli-geweren, verschenen om meer dan 500 vogels neer te halen. Dat gebeurde na een telefoontje met een obscuur toeristenbureautje in ruil voor drie kaartjes voor de wereldkampioenschappen voetbal. De bewuste deltawet, door het Roemeense parlement eendrachtig aanvaard, richt zich tegen dit soort praktijken en moet ook paal en perk stellen aan de vervuiling door toeristen die met motorboten rondvaren. Tegelijk is officieel een eind gekomen aan de ontginning van de delta, destijds onder het regime-Ceausecu - en met steunvan Nederlandse experts - in gang gezet terwille van de akkerbouw. Kort na de revolutie van december '89 werden die werkzaamheden voor een jaar opgeschort, later gevolgd door het besluit om van verdere drooglegging voorgoed af te zien.

Maar is dat alles toereikend om de delta werkelijk te redden? Op gezag van de regionale autoriteiten luidt het antwoord ontkennend. In het centrum van Tulcea, een stad die iets fleuriger oogt dan de gemiddelde verzameling grauwe Roemeense betonflats, zetelt het bestuur van het gelijknamige district, waar ook de moerassen onder vallen. De prefect is op reis, maar de onderprefect, Florin Hritcu, tevens hydrologisch ingenieur, wil ons wel te woord staan. Hij kan met de beste wil van de wereld geen vrolijk gezicht trekken. De vooruitzichten zijn dan ook somber. ' De vernieling van de delta', aldus Hritcu, ' komt voor 80 procent op rekening van de verdroging en de watervervuiling. De visstand is al met rasse schreden achteruitgegaan en wordt nog verder bedreigd. Ook de eutrofiering, die verstikkende wildgroei van algen door de lozing van fosfaten, heeft ernstige vormen aangenomen. Met zo'n wet, zoals die nu is aangenomen, doe je daar niets tegen, absoluut niets.'

Ook voor de drinkwatervoorziening, die recentelijk zozeer in opspraak kwam, ziet hij weinig perspectief. Het zuiveringsstation bij Sulina zal weliswaar worden verbeterd, zodat de 'zoute tong' uit zee minder kans krijgt, maar de bron waaruit men put, ook in de provinciale hoofdstad Tulcea, is en blijft de vuile Donau. ' Dus kan er elke zomer bij laag water en hoge temperaturen weer zo'n epidemie uitbreken.' Ook het grondwater in de delta deugt niet. Het bevat volgens de subprefect dermate hoge concentraties ijzer, dat er een roestbruine vloeistof wordt opgepompt.

De bestuurder klaagt over de excentrische ligging van zijn district. Het grootste deel van Roemenie wordt van drinkwater voorzien door stuwmeren in de Karpaten. Voor Tulcea, 400 kilometer van de bergen verwijderd, zou die oplossing te kostbaar zijn.

Onderliggende partij

Onder alle problemen waar Roemenie mee worstelt, strijdt ook het milieu om voorrang. Voor de revolutie was er in Boekarest een ministerie van waterbronnen, nu heet dat milieubescherming, waar ook sectoren als bodem en lucht onder vallen. Het staat onder leiding van minister Valeriu Eugen Pop en is sinds kort gevestigd tegenover het even gigantische als protserige Huis van de Republiek, de onvoltooide droom van dictator Ceausescu. De indruk dat ook in deze omgeving zoiets als een cholera-epidemie uitbrak, zet zich ten departemente voort. Steigers in het gebouw staan er verlaten bij en kwakken specie ontsieren het fraaiste marmer. De klop op een deur in een der gangen wordt beantwoord door dr. ing. Adrian Gazdaru van de afdeling water, die zich verontschuldigt voor de status nascendi waarin zijn bureau sinds de reorganisatie verkeert. 't Moet allemaal nog groeien na de chaos die het recente verleden meebracht.

Gevraagd naar het grootste Roemeense milieuprobleem noemt Gazdaru de watervoorziening ten behoeve van landbouw, burgerbevolking en industrie: ' Onze rivieren, die in de Karpaten ontspringen, zijn te klein en te kort om in alle behoeften te voorzien. Bovendien valt er te weinig regen, namelijk 660 millimeter per jaar tegen 900 in Frankrijk.' En de Donau? ' Tja, die is, zoals u weet, zwaar vervuild. Wat ze stroomopwaart allemaal in de Donau lozen, komt onherroepelijk bij ons terecht. Wat dat betreft is Roemenie net Nederland, we zijn allebei de onderliggende partij.' Maar net als Nederland doet Roemenie er zelf nog een schep bovenop. ' Ja, dat is zo, dat kan ik niet ontkennen, maar we zijn druk bezig de toestand te verbeteren. Er wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan een rioolwaterzuivering voor Boekarest. In 1992 komen de installaties klaar.'

Ecologische Beweging

Er zijn in de Roemeense hoofdstad meer tekenen die wijzen op een groeiend milieubesef. Waar eens de afdeling bouwvakken van de communistische partij haar onderkomen had, zetelt nu de Ecologische Beweging van Roemenie, de Miscarea Ecologista din Romania of Kortweg MER. Het is een groene vrucht van de revolutie, onstaan op Eerste Kerstdag vorig jaar en daarom de kerstboom als logo voerend. Vice-voorzitter prof. dr. Alexandru Rosu, een sympathieke pijproker van 59 jaar, vertelt op een stille zondagochtend ten burele, waar zich verder alleen de concierge met een stel jonge honden vertoont, hoe het sindsdien is gelopen. Dat ging niet vlekkeloos. In februari voltrok zich binnen de MER een schisma na meningsverschillen over de koers van de beweging, waarop de afgescheidenen zich groepeerden in de Ecologische Partij, die aan de verkiezingen van mei deelnam en acht zetels in het Huis van Afgevaardigden wist te bezetten. Maar ook de MER zelf wierp zich als politieke partij in de strijd, wat twaalf zetels opleverde, bij elkaar 4,5 procent van het Roemeense electoraat. Inmiddels heeft het conflict van februari volgens Rosu zijn scherpe kanten verloren: ' In het parlement werken we eendrachtig samen om hetzelfde doel te bereiken: een schoner Roemenie.'

De professor rept van een paar eclatante successen, onder andere in het Noordroemeense Suceava: ' Daar stond een kunstvezelfabriek, die zo veel gif de lucht inspoot, dat de hele omgeving werd verpest. Kinderen werden misvormd geboren, volwassenen liepen huid- en longziekten op, men sprak van het Suceava-syndroom. Op ons aandringen is die fabriek ontmanteld en de arbeiders kregen elders werk.' Pogingen om een chemische industrie in Copsa Mica, berucht om de verspreiding van roet en gruis, gesloten of op z'n minst verplaatst te krijgen, verliepen minder succesvol. Rosu: ' Er is wel iets verbeterd, maar we zijn nog lang niet tevreden. De regering van Ion Iliescu zegt dat ze beter de stad kunnen verplaatsen, maar dat is natuurlijk belachelijk.'

Een - geslaagd - initiatief van de Ecologische Beweging mag een internationaal novum heten: de oprichting van een Vrije Ecologische Universiteit in Boekarest. Het instituut, dat diverse faculteiten kent, opende maandag 1 oktober zijn deuren voor 1.400 studenten, die via een toelatingsexamen waren geselecteerd uit 7.500 kandidaten. Prof. Rosu, reeds hoogleraar aan de 'gewone' universiteit van Boekarest, gaat er geografie en geologie doceren. Als rector treedt prof. Dolphi Drimer op, een 56-jarige technicus en flamboyante persoonlijkheid, die in Roemenie vooral bekendheid geniet om zijn vaardigheden op het schaakbord.

De ecologische universiteit krijgt een eigen gebouw bij het Polytechnisch Instituut, maar moet zich voorlopig zien te redden met een oude, krappe behuizing: het pand van voorheen de communistische jeugdbeweging. Daar ontmoeten we Drimer op een maandagochtend in hectische omstandigheden. Voor zijn bureau dringen jongeren samen die zich alsnog voor een studie willen opgeven. Er zijn ook ouders afgevaardigd, soms uit verre gewesten en onder meevoering van vruchten des velds om de rector te vermurwen. Maar hij moet onverbiddelijk zijn: ' Nu niet, de zaak is volgeboekt, volgend jaar misschien.' En hij eet een zoete druif van de tros die hem desondanks wordt aangereikt.