Beslissing zaak Theunisse pas over zes weken

ZURICH, 13 okt. De arbitragecommissie van de Internationale Wielerunie (UCI) heeft gisteren een uitspraak ten minste zes weken opgeschort over de vraag of de Belgische en de Spaanse wielerbond vormfouten hebben gemaakt bij de dopingcontrole van de Nederlandse toprenner Gert-Jan Theunisse. Deze instanties betrapten Theunisse in april en juni dit jaar op een te hoog gehalte testosteron. Theunisse tekende bezwaar aan tegen de dubbele schorsing, tot juli 1991, en de geldboetes van twee maal 3000 Zwitserse frank.

Een mogelijk tot opzienbarende jurisprudentie voerende uitspraak in de affaire is Theunisse het onschuldige slachtoffer van hiaten in het UCI-reglement of is hij een onhandige recidivist ? stelde de abritragecommissie liever nog even uit. Nieuwe medische bewijsvoering uit Nederland bezorgt de UCI grotere problemen dan was verwacht. Voorzitter Gohner, in het dagelijks leven directeur van het Olympisch stadion in Munchen, zei meer tijd nodig te hebben. De bonden hebben tot 20 november om te reageren op de argumenten die Theunisse en zijn beide raadslieden, mr. E. Beugels en mr. E. Clerx, samen met de Utrechtse hoogleraar prof. J. Thijssen, gisteren in Zurich aandroegen. Daarna zal de voorzitter zijn oordeel vormen, zo mogelijk nog voor het eind van dit jaar.

Proeven

Gohner betrekt in het bijzonder Thijssens lijvige medische rapport van 50 pagina's bij dit nadere onderzoek van de arbitragecommissie. Daarin betoogt de endrinoloog (specialist in hormoonleer) op basis van uitgebreide proeven met Theunisse in het laboratorium van het Nederlands Instituut voor Drugs en Doping Research, dat testosteron niet schadelijk is voor de gezondheid en evenmin de prestaties bevordert van beoefenaars van duursporten.

Tijdens de vertrouwelijke hoorzitting van bijna vijf uur in een hotelsuite in Zurich ontstond een levendig wetenschappelijk debat tussen Thijssen en de Duitse biochemicus professor Donike, een dopingsexpert uit Keulen aan wie Theunisses positief bevonden urinestalen in april na de wielerwedstrijd de Waalse Pijl waren opgestuurd.

Donike bevestigde weliswaar Thijssens oordeel over het onbewezen sportieve rendement van testosteron, maar hij bleef het hormoon rekenen tot anabole, spierversterkende middelen die de gezondheid in gevaar brengen.

Thijssen toonde Theunisses uitzonderlijk hoge natuurlijke testosteronspiegel aan in verhouding tot het hormoon epitestosteron. Dit komt voor bij slechts drie procent van de wereldbevolking.

Winst

Theunisses raadsman mr. E. Clerx was niet ontevreden over het uitstel van een beslissing. 'De bezwaren van ons zijn tenminste niet direct afgewezen, dat is winst'. Hij ontkende dat hij zou hebben voorzien dat als gevolg van de affaire-Theunisse de UCI het reglement zal wijzigen en testosteron zal schrappen van de dopinglijst. Wel houdt hij rekening met een uitspraak 'die is toegespitst op dit speciale geval, de uitzonderlijke hormoonhuishouding van Theunisse'.

De hoofdpersoon zelf was veel minder goed te spreken. 'We zijn niets wijzer geworden', zei hij beteuterd, 'ik weet net zo min als gisteren onderweg hierheen of ik op tijd voor de Tour de France van volgend jaar mijn trainingsprogramma kan beginnen. Ik heb maandenlang naar deze dag toegeleefd. Dat is op zich al een aardige kwelling. Nu zal ik nog eens zeker zes weken moeten wachten'.

Mr. E. Beugels, voorzitter van de internationale bond voor wielerprofs Aicpro, ontweek de vraag of het verzoek om eerherstel voor Theunisse niet al te ambitieus is. De renner is ook bij de Tour de France in 1988 positief bevonden bij dopingcontrole. 'Wat mij enorm stoort', zei hij, 'is dat testosteron nog steeds op een hoop wordt gegooid met anabole steroiden, ondanks wetenschappelijk bewijs van het tegendeel'.