AMERIKA HOUDT DE ARMEN DOM

Door de troosteloze straten van South Vermont (Los Angeles) slentert een schriel, armoedig gekleed jongetje. Het is in de verlopen wijk warm als altijd. De trage, lome dagen gaan voorbij met rondhangen en tv kijken. Het jongetje is de enige zoon van Italiaanse immigranten. Zijn vader is ziekelijk en meestal werkloos, en zijn moeder komt na haar werk in Coffee Dan's elke dag moe thuis. Hun leven in South Vermont is niet onaangenaam. De hitte ligt over de wijk als een veilige deken van onmacht. Verdovend als een drug.

Bijna veertig jaar later schrijft het jongetje van toen onder de titel Lives on the Boundary een vlammende aanklacht tegen het Amerikaanse onderwijssysteem. Dat geeft, zegt hij, jongeren als hijzelf geen eerlijke kans. Natuurlijk, er zijn talloze hulpprogramma's voor moeilijk lerende kinderen, uitgebreide voorbereidingscursussen voor studenten met een achterstand en duizenden deskundigen die zich bezighouden met remedial teaching. Maar zonder uitzondering, zo luidt in dit boek, gaan die ervan uit dat de jongeren die zij moeten helpen iets missen, een ziekte hebben, of op een andere manier achterlijk zijn. ' They focus on pathology rather than on possibility.' Geen wonder dat ze hun doel voorbij schieten. Amerika zou zich daarentegen moeten richten op de mogelijkheden van haar jeugd, niet op de onvolkomenheden ervan.

Lives on the Boundary is een autobiografie. Het boek vertelt hoe Mike Rose zich opwerkt uit het benauwende South Vermont, terecht komt op de gerenommeerde University of California in Los Angeles (UCLA), daar zijn studie afbreekt en zich ten slotte gaat inzetten voor wat in de Verenigde Staten de 'educational underclass' heet. De ervaringen van Rose dienen in dit boek tegelijkertijd als uitgangspunt en bewijs voor zijn stelling dat het onderwijs in zijn land niet deugt.

Wat Rose zelf betreft, begint dat falen bij zijn toetreden op de middelbare school. Als bij de in Amerika gebruikelijke testen voor de highschool zijn resultaten worden verwisseld met die van zijn minder begaafde medeleerling Mike Rose, heeft niemand dat door. Hij wordt in het laagste niveau geplaatst, een soort lager beroepsonderwijs. Rose is een dromerige, weinig oplettende leerling en het duurt twee jaar voordat een docent, die door het teruggetrokken jongetje wordt geintrigeerd, de vergissing ontdekt. Dankzij een aanbevelingsbrief en wat telefoontjes van weer een andere docent, de door Rose hevig bewonderde leraar literatuur, belandt hij ten slotte toch nog op de universiteit.

Ook hier gaat het eerst mis. Zijn Engels is beroerd en veel vakken stellen eisen waaraan hij niet kan voldoen. Kritisch lezen, verbanden leggen, abstraheren: hij heeft het op school nooit geleerd. Zijn college-dictaten zijn niet veel meer dan onafgemaakte zinnen zonder samenhang. Maar opnieuw heeft Rose geluk. Zijn vroegere literatuurdocent grijpt in en hij krijgt bijlessen. Na vier jaar wordt Rose genomineerd voor een beurs voor graduate school, het equivalent van de tweede fase op de Nederlandse universiteiten.

Maar op UCLA strandt hij voor de derde keer. En ditmaal definitief. Terwijl zijn medestudenten geen moeite lijken te hebben met deze bijna gewijde omgeving, beseft Rose dat hij er niet thuishoort, dat zijn wereld die van de moeilijk lerende kinderen is. Hij haakt af en wordt lid van het Teacher Corps van docenten die bijspringen in moeilijke scholen.

NETWERK

Hoewel het hele boek gelardeerd is met afstandelijk commentaar en abstraherende beschouwingen, begint vooral op dit moment in het verhaal de aanklacht tegen het Amerikaanse onderwijssysteem. En dat is geen wonder. De schoolloopbaan van Rose zelf zou een nogal zwakke onderbouwing van zijn stelling vormen. Met hem is het immers steeds weer goed gekomen. De manier waarop dit gebeurde door persoonlijk ingrijpen en betrokkenheid van docenten zet hij af tegen de geinstitutionaliseerde hulpverlening. Onder de talloze voorbeelden van de tekortkomingen hiervan bevindt zich het schrijnende geval Harold.

Harold is een jongetje als Rose zelf eens was, maar dan gevangen in een verstikkend netwerk van deskundigen. Dat begon met de juffrouw in de tweede klas, die vond dat hij het wel aardig deed, maar misschien toch een 'diagnostic workup' nodig had. Zijn taal was zwak, zijn rekenen eigenlijk ook. Al snel wordt Harold een dag per week in een speciaal klasje voor moeilijk lerende kinderen geplaatst. De juffrouw daar signaleert een 'neurologisch probleem, misschien afasie'. Harold gaat naar de neuroloog, diverse therapeuten en een oogarts. Op school gaat het ondertussen steeds slechter. Na jaren van hulpverlening concludeert het inmiddels duimdikke dossier met Harolds gegevens dat de jongen niet geholpen kan worden: ' Zijn probleem is psychologisch.'

Daarmee is de cirkel rond. Harold miste zijn weggelopen vader. Dat dit de oorzaak van zijn falen op school was, had niemand bedacht. Want Harold was opgedeeld in losse stukjes hulpverlening. Als iemand de tijd had genomen om Harolds vertrouwen te winnen en met hem te bladeren in de prentenboeken van de rivieren en meren waar hij altijd met zijn vader ging vissen, had dit waarschijnlijk wel tot een succesvolle aanpak geleid.

Het is de moeite waard om de geschiedenis van Harold te vergelijken met de situatie in Nederland, waar nu ook 'leerlingvolgsystemen' worden ontwikkeld en het speciaal onderwijs in de vorm van 'zorgverbreding' en 'ambulante begeleiding' de gewone school binnenkomt. Voor hoeveel kinderen zal straks een dagje extra hulp in de week een ongetwijfeld nuttige, maar tegelijk bedreigende werkelijkheid worden? En zullen ook hier kinderen van negen, tien jaar oud een loodzware, belastende klapper met zich mee gaan dragen?

Jammer genoeg is het alternatief van Rose van een wel erg doorzichtige eenvoud. In plaats van steeds meer deskundigheid, zou er meer menselijkheid in de scholen en op de universiteiten moeten komen, is zijn boodschap. Want pas toen een paar bijzondere docenten hem de mooiste passages aanwezen, begreep Rose de waarde van literatuur. Niet een voorbereidende cursus grammatica, maar een bevlogen letterkundige deed hem in leerzame namiddagen de rijkdom van taal beseffen.

Rose baseert zijn inzichten op een rijke ervaring. Na zijn werk voor het Teacher Corps heeft hij onder meer nog lesgegeven aan oorlogsveteranen, analfabeten en zwakke studenten. Hij heeft zich, dat is wel duidelijk, met hart en ziel in het onderwijs aan de educational underclass gestort. Maar kun je ook van anderen verwachten dat zij alle geinstitutionaliseerde hulpmiddelen opzij schuiven en zich verdiepen in de zieleroerselen van hun leerlingen of studenten?

Bij het verschijnen van Lives on the boundary juichtten verscheidene kranten in de Verenigde Staten dat het boek een werkelijk democratische visie op het onderwijs gaf. Met dit boek in de hand zou Amerika, zo meenden sommige recensenten, opnieuw de gelijke kansen in het onderwijs kunnen bieden waar het land zich zo graag op beroept. Toch is de kans bijzonder klein dat iemand met de voorstellen van Rose daadwerkelijk uit de voeten kan. Eerder lijkt het erop dat hij zijn eigen, voorbeeldige geschiedenis van arm maar veelbelovend en daarom door een aantal docenten op handen gedragen jongetje heeft aangegrepen om er een onwerkbare theorie uit te destilleren. Dat maakt het boek tot een weliswaar boeiende, maar toch wat sentimenteel aandoende getuigenis.

    • Penguin Books 1989