AMERIKA

Dit is al het derde boek in evenzoveel jaren over Amerika vanuit de redactie van NRC-Handelsblad (en ik tel dan Hoflands We passeerden het vrijheidsbeeld en H. M. van den Brinks Boven de grond in Washington en New York mee; misschien waren er nog wel meer). Er is weinig durf voor nodig om, zonder verificatie, de uitspraak te doen dat er perioden waren in het verleden van deze krant waarin die produktie lager was. Niet dat fluctueringen in de belangstelling voor Amerika alleen maar zouden gelden voor de redactie van NRC-Handelsblad ; integendeel, maar evenmin is deze krant ongevoelig voor de golfbewegingen van een verschijnsel dat even wispelturig maar ook even uitlegbaar is als het weer. De meteorologie van het Amerika-kijken is al een studie op zichzelf aan het worden binnen de Amerikanistiek (vergelijk recente boeken van de hoogleraren Lammers en Van Berkel), waar men er, in de voetsporen van Den Hollander, terecht van uitgaat dat zowel de omvang als de geaardheid van die aandacht minstens net zoveel zegt over het land van waaruit als over het land waarnaar gekeken wordt.

Ben Knapen was van 1987 tot 1990 correspondent in de Verenigde Staten en de bundel bevat grotendeels materiaal dat in een eerdere vorm in deze krant verscheen. Hoewel Knapen de lezer meeneemt op een trektocht die zo ongeveer door heel het land voert, zijn zijn reportages niet als reisverhalen te betitelen. Het zijn eerder essay-achtige beschouwingen, die ter plekke zijn ingegeven en geillustreerd. Het is dus niet 'travelling on a theme' a la Naipaul wat Knapen doet, want daarvoor is de rode draad die hij zelf enigszins terughoudend formuleert, namelijk de verhouding tussen fictie en non-fictie, met een vermoeden dat in de ondertitel is vervat: 'Verkenningen in het land van eertijds onbegrensde mogelijkheden', inderdaad te dun. Maar boeiende beschouwingen zijn het wel, informatief en gedegen als het gaat over het Texas van na de crisis, het Chicago na 'de (politieke) machine' en het Atlanta van na de strijd om de burgerrechten.

Knapen laat zich in het spectrum van de Amerika-watchers plaatsen als een sympathiserend, maar Europees-afstandelijk beschouwer. Die visie valt zelfs enigermate af te lezen uit zijn journalistieke aanpak, die nuchter en gelijkmoedig is en nergens neigt naar de 'verhalen-vertellerij' die nu al decennia in de Amerikaanse journalistiek (en niet alleen daar) in de mode is. Maar hij haakt daarentegen ook nergens in op de Europese neiging tot het portretteren van Amerika als dolle kermis, hoewel sommige van zijn onderwerpen daartoe makkelijk aanleiding zouden geven. De prachtige reportage bijvoorbeeld over de Mormoonse computers in Utah, waarin alle stervelingen die ooit op aarde hebben rondgelopen, staan opgeslagen met als doel hen alsnog postuum te dopen. Of de hilarische beschouwing over de (uiteraard tijdelijke) demise van Jimmy Swaggart en zijn Bible College.

Het is vooral in dit laatste hoofdstuk overigens dat Knapen zich, naar mijn smaak, bij de bewerking van dagbladstuk tot boek-onderdeel, wel wat meer moeite had mogen getroosten. Over de 'sociale schizofrenie' van de zuiderling is veel interessants geschreven, door W. J. Cash voorop in The Mind of the South , daterend uit 1941, maar nog steeds geldig in zijn constatering dat de zuiderling de beide onverenigbare tendensen van zonde en puritanisme ' in zijn persoonlijkheid kan samenvoegen zonder dat ze ooit tot een open en beslissend conflict hoefden te komen'. Enige verdieping van het onderwerp was buiten de beperkingen van een krant wel op zijn plaats geweest.

Het best op zijn gemak voelt Knapen zich, blijkens dit boek, toch in het gezelschap van schrijvers en academici en het is mede daarom dat hoofdstukken als dat over de Duitse literaire ballingen in Californie (' een kleine episode, die kwam en ging, voor Californie niet meer dan een rimpeling') en over de voortgaande discussie aangaande de Turner-these tot de beste delen van het boek behoren. Dat die laatste discussie, over de uniciteit van Amerika, nog lang niet ten einde is, beseft Knapen terdege, en zijn beschouwingen bevatten voldoende prikkelende uitspraken ter voortzetting daarvan.