Achterstand in rijksmusea kost 400 tot 500 miljoen

AMSTERDAM, 13 okt. De rijksmusea in Nederland hebben een bedrag van naar schatting vierhonderd tot vijfhonderd miljoen gulden nodig om de achterstand weg te werken op het gebied van conservering en restauratie. Aanvankelijk werd dit bedrag geschat op 140 miljoen gulden.

Dit zegt de projectleider van het 'Deltaplan voor cultuurbehoud', WVC-ambtenaar E. van Huis. Hij loopt daarmee vooruit op de presentatie aan de Tweede Kamer van de definitieve inventarisatie van de achterstand, begin december. Volgens Van Huis kan het bedrag 'nog hoger worden'. Voor alle musea rijksmusea en andere musea schat hij de kosten van de totale 'inhaaloperatie' op dit moment op zevenhonderd miljoen gulden.

Zowel in depots als in expositiezalen staan kunstwerken bloot aan inwerking van vocht, hitte en droogte, zo blijkt uit onderzoek van WVC. Urgente problemen doen zich vooral voor in ruimten zonder airconditioning, zoals de zogeheten Drucker-uitbouw van het Rijksmuseum in Amsterdam. Tijdens de hittegolf van de afgelopen zomer, toen binnenshuis temperaturen boven de 30 graden gemeten werden, moesten twee negentiende-eeuwse schilderijen uit de expositiezalen worden verwijderd worden, omdat ze door de extreme hitte en vocht zo slap gingen hangen dat het gevaar bestond dat de verf los zou laten.

Maar ook in zalen met airconditioning zouden zich in veel musea 'onverantwoorde situaties' voordoen, bijvoorbeeld wanneer op een regenachtige dag veel mensen met natte kleding naar een expositie komen kijken. Het is dan niet langer verantwoord kwetsbare werken bijvoorbeeld werken op hout te tonen. Deze problemen doen zich regelmatig voor in het Rijksmuseum Amsterdam, in het Oudheidkundig museum en Museum voor Volkenkunde in Leiden, het Haagse museum H. W. Mesdag, het Zuiderzee-museum in Enkhuizen en Rijksmuseum Kroller-Muller op de Hoge Veluwe.

Pag.6: Vervolg