Aanbod van antiekbeurzen beinvloed door concurrentie

DELFT, 13 okt. Een eenvoudige zeventiende-eeuwse 'zakrekenmachine' koop je op de tweeenveertigste Oude Kunst- en Antiekbeurs in Delft al voor 1500 gulden. De perehouten muntgewichtdoos van Gulliam de Neve moet wat meer opbrengen: dit charmante prive- uitklapwaagje, dat nog geen tien bij vijftien centimeter meet, is namelijk compleet. Hij verkocht het in 1657 in zijn huis in de Amsterdamse Warmoesstraat 'waar de Goutschael uithangt'. Alle minuscule vakjes zijn gevuld met gewichtjes, waarin afdrukken staan van de meest gangbare muntsoorten die een koopman in de loop van de handelsweek kreeg aangeboden: pistoletten, rozenobels, Spaanse matten. Met het erin opgevouwen handweegschaaltje en de gewichtjes kon hij testen of ze gesnoeid waren. Na afloop van de transactie sloot hij de doos met een enkel gebaar en werd de inhoud door middel van een pennetje verzekerd.

Muntenhandelaar Laurens Schulman uit Bussum is een van de antiquairs die deze wondertjes van vernuft op de Delftse beurs verkopen. Dit jaar staat hij in het Prinsenhof met precies dezelfde collectie als hij vorig jaar had willen tonen. Dat ging toen op het laatste moment niet door. Twee weken voor de opening werden hij en zijn vrouw gewelddadig overvallen en van al hun in jaren verzamelde munten en penningen beroofd. Enkele maanden later bracht de politie hun goed gedocumenteerde verzameling terug. De dieven, geschrokken van de publiciteit die de zaak had getrokken, hadden hun buit nog niet verhandeld. Behalve enkele zware gouden exemplaren, die al waren omgesmolten, liggen Schulmans munten daarom nu alsnog in de vitrines.

Dank zij de zorg van zijn collega's van de antiekbeurs was Schulman vorig jaar niet afwezig: 'Zij overreedden me met man en macht om toch te komen. Door hun contacten in te schakelen, stelden ze binnen twee weken een nieuwe muntencollectie samen. Ze zorgden voor mijn uitnodigingen en bouwden zelfs de vitrines. Bovendien hielden ze overdag een oogje in het zeil en 's avonds namen ze ons mee uit eten. Het schijnt dat ik goed verkocht heb, maar we waren zo uit het lood geslagen dat ik me er niks meer van kan herinneren.'

Dit staaltje van solidariteit onder de Delftse antiekhandelaren tekent de sfeer op de beurs. Hier is men onder elkaar. Waar de European Fine Art Fair in Maastricht in de loop der jaren een internationale aangelegenheid is geworden met de hogere prijzen die daarbij horen richtte de Delftse beurs zich meer en meer op Nederlandse klanten en een traditioneel vaderlands aanbod. De verzamelaar met een meer dan gemiddeld gevulde portemonnee vindt er Delfts Blauw, Hollandse kabinetten, Friese staartklokken en Nederlands zilverwerk.

Voor de extreem koopkrachtige klanten en ook voor de top van de kunsthandel is Delft niet zo belangrijk meer als vroeger. Een aantal van de kunsthandelaren dat op de Fine Art Fair eigen stands huurt, onder wie Hoogsteder, Kattenburg, Roelofsz en Schlichte Bergen, heeft in de Prinsenhof dit jaar een gezamenlijke stand ingericht. Daar hangen van iedere handelaar slechts een of twee schilderijen. Hoewel er aardige werken bij zijn, zoals het door Charles Roelofsz aangeboden Vrolijke gezelschap van Karel van Mander uit 1594, treft de bezoeker geen museumkwaliteit. Die wordt bewaard voor Maastricht.

Nieuw is de aanwezigheid van kunsthandelaar Wurfbain uit Oegstgeest, de voormalige directeur van het Leidse museum De Lakenhal. In minder dan twee jaar bouwde hij een collectie op van goede meesters van het tweede garnituur. Wie niet alleen op grote namen uit is en op zijn eigen smaak vertrouwt, kan hier voor enkele tienduizenden guldens interessante zestiende- en zeventiende- eeuwse werken kopen: een Man en een vrouw aan een tafel van de Leidse fijnschilder Jacob Toorenvliet (1640-1719) of een intrigerende en zeer menselijke Vlaamse Lot en zijn dochters uit het einde van de zestiende eeuw.

Amsterdam

De antiquairs hebben voor het vierde jaar te lijden van de concurrentie van PAN Amsterdam, dat vorig jaar 2.000 bezoekers meer trok dan de 15.000 in Delft. De openingstijden van deze Nationale Kunst- en Antiekbeurs in de RAI overlappen dit jaar die van de Delftse beurs en nogal wat handelaren die vroeger hier waren te vinden zijn inmiddels van antiekstad veranderd. De PAN heeft een andere sfeer dan die van het middeleeuwse Prinsenhof, en deels ook een ander aanbod, zoals twintigste-eeuwse schilderijen en jonger 'antiek' in Jugendstil en Art Deco.

Wellicht brengt de Delftse beurs daarom uit concurrentie-overwegingen dit jaar tevens een kleine tentoonstelling, waarop drie anonieme verzamelaars hun collecties tonen: VOC-zilver en -serviesgoed, Indische meubelen uit de VOC-periode en een elegante verzameling Chinees porselein uit de Mingperiode (1565-1644). Dat een Wanli-potje met vliegerende en muziek makende jongetjes in de catalogus tweemaal staat afgedrukt, zowel als koopwaar van Blitz Antiek- en Kunsthandel uit Amsterdam als behorend tot de collectie van deze verzamelaar, blijkt geen vergissing van de drukker. De Kunst- en Antiekbeurs blijft in de eerste plaats een plek voor negotie en die begint niet zelden al voor de officiele opening.

Oude Kunst- en Antiekbeurs, Museum Het Prinsenhof, Sint Agathaplein 1 Delft, t/m 25 okt., ma. t/m za. 11-17u., zo. 13-17u, di.- en do.avond 19-22u., do. 25 okt. tot 17 u. Toegangsprijs fl.8, catalogus fl.20. Pan Amsterdam Nationale Kunst- en Antiekberus, Hollandhal RAI, 19 t/m 28 okt., vr. 19/10 18-21 u., za. en zo. 12-18u., ma. t/m vr. 12-21u. Toegangsprijs fl.20 incl. catalogus.