92 mln gulden steun voor Iraks 'frontlijnstaten'

ROTTERDAM, 13 okt. Nederland zal 40 miljoen ecu (92 miljoen gulden) bijdragen aan noodhulp voor de drie landen die economisch het hardst getroffen worden door de Golfcrisis. De Nederlandse bijdrage, die zal worden betaald uit de begrotingen voor ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken, maakt deel uit van een hulppakket aan Turkije, Jordanie en Egypte.

Gisteren is in Washington een tweede bijeenkomst gehouden om de coordinatie van de internationale hulp aan de drie zogenoemde frontlijnstaten Turkije, Jordanie en Egypte te bespreken. 'Er was volledige overeenstemming dat de economische steun aan de frontlijnstaten de derde peiler is van het antwoord aan Saddam Hussein, naast het diplomatieke en militaire front', zei thesaurier-generaal van financien Cees Maas, die Nederland vertegenwoordigde. 'Met deze hulp vormen we een financiele ring om Irak.'

De bijeenkomst werd bijgewoond door de onderministers van financien of thesaurier-generaals van alle EG-landen, de VS, Canada, Japan, Zwitserland, Zuid-Korea, Saoedi-Arabie en de Golf-staten. Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank verlenen technische assistentie maar doen niet mee met de noodhulp aan de frontlijnstaten. Zij hebben hun eigen programma's voor deze landen.

Twee weken geleden kondigde president Bush in een toespraak tot de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank de oprichting aan van de 'Golf crisis financiele coordinatie groep'. De Amerikanen zetten grote vaart achter de coordinatie van de hulp en hebben inmiddels bereikt dat de overige industrielanden en de Golfstaten aanzienlijke hulpbedragen hebben toegezegd. Het geld begint nu naar de frontlijnstaten te stromen.

De Amerikanen gaan uit van een bedrag van 14 miljard dollar hulp in 1990 en 1991 voor Turkije, Jordanie en Egypte. De Europese Gemeenschap, die eerder een bedrag van 1,5 miljard ecu (2 miljard dollar) toezegde, schat de financiele behoefte vooralsnog op 9 miljard dollar. De Nederlandse bijdrage van 40 miljoen ecu valt onder het EG-bedrag. Hieraan draagt de Europese Commissie 500 miljoen ecu bij; de twaalf lidstaten samen een miljard ecu.

Door de stijging van de olieprijs en de daling van de dollar in de afgelopen dagen is de financiele behoefte van de frontlijnstaten inmiddels gestegen. Voorlopig begint de coordinatiegroep met de bedragen die nu zijn toegezegd. Volgens Maas is dat 10 a 11 miljard dollar. Als na verloop van tijd blijkt dat meer geld nodig is, hoopt men dat via extra bijdragen van olie-exporterende landen bij elkaar te krijgen.

Vooralsnog is de financiele hulp beperkt tot de drie meest getroffen landen en wordt deze niet uitgebreid naar landen zoals India, Pakistan, Bangla Desh en Sri Lanka, die door het wegvallen van inkomsten van gastarbeiders deviezen derven.