Wie het hoogst een hamer kan gooien; Bloemlezing van Amerikaanse folkloristische verhalen

De schrijfster en folkloriste Zora Neale Hurston groeide begin deze eeuw op in het alleen door zwarten bevolkte Eatonville in Florida. Als kind was ze niet weg te slaan van de veranda van de dorpswinkel als de daarop rondhangende mannen een 'lying'-sessie hielden, wat wil zeggen dat ze elkaar trachtten te overtroeven in het vertellen van sterke verhalen met Broer Konijn, zijn woudgenoten, God en de Duivel in de hoofdrol. Na haar studie in New York keerde ze terug naar de zuidelijke staten om de cultuur van haar jeugd van Hoodoo-ceremonies tot volgens een vast stramien verlopende scheldpartijen te bestuderen. Haar verzameling folklore tekende ze op in Mules and Men (1935).

Twee verhalen uit Mules and Men zijn opgenomen in Talk That Talk. An Anthology of African-American Storytelling. Een ervan gaat over Jack en de Duivel, die het er niet over eens kunnen worden wie het sterkst is. De Duivel krijgt genoeg van het gebekvecht en stelt voor dat degene die zijn hamer het hoogst kan gooien wint. Hij gooit zelf eerst en de hamer komt twee dagen later neer, een enorme krater slaand. Als Jack zich opmaakt om te gooien schreeuwt hij naar de hemel dat Gabriel en Jezus effe opzij moeten gaan en is daarmee de Duivel te slim af: 'Don't you throw mah damn hammer up dere! Ah left a whole lot uh mah tools up dere when they put me out, and ah ain't got 'em back yet. Don't you throw mah hammer up dere!'

Inmiddels is Hurston alweer zo'n dertig jaar dood, en als je tegenwoordig ergens in Florida een aantal zwarte mannen bijeen ziet, vertellen ze elkaar geen verhalen over Broer Konijn of Meneer Slang. Tenzij ze behoren tot de kringen waarin Linda Goss en Marian Barnes, samenstellers van Talk That Talk, verkeren. Barnes is ere-verhalenverteller van Philadelphia en een van de oprichters van het sinds 1983 jaarlijks gehouden Festival of Black Storytelling. Goss en Barnes signaleren een opleving in de belangstelling voor hun stiel, en Talk That Talk is bedoeld om in bredere kring animo te kweken voor het luisteren naar en vertellen van Afro-Amerikaanse verhalen. Over de rijkdom van die verhalen geven ze hoog op: 'full of emotions, full of humor, full of rhythmic language, and full of wisdom.'

Bij lezing blijkt dat mee te vallen. Op kwaliteit zijn de verhalen in elk geval niet geselecteerd. Talk That Talk bevat naast gewone verhalen ook mondelinge geschiedenis, preken en rijmen, behalve folklore ook moderne

halen en naast verhalen uit Noord-Amerika ook verhalen uit Midden- en Zuid-Amerika en zelfs uit Afrika. Het boek is zo gevarieerd dat de afzonderlijke verhalen in de lucht blijven hangen, ondanks de beschouwende artikeltjes die zijn toegevoegd. Goss en Barnes lijken schatplichtig aan de Black Arts Movement, de culturele zijspan van de Black Power Movement uit de zestiger en zeventiger jaren een 'Negro-ness' te veronderstellen die de verhalen verbindt en waarde verschaft aan verhalen die in een andere context als onbeduidend zouden zijn afgedaan.

Het enige waar de verhalen op uitgezocht lijken te zijn en dat heeft het boek er niet boeiender op gemaakt is dat ze stroken met Goss' en Barnes' wat romantische ideeen over wat typisch Afro-Amerikaans is. De rappers van tegenwoordig passen niet in dat beeld omdat ze niet braaf genoeg zijn. In 'Spread the word: A Storyteller's Rap' veegt Goss ze de mantel uit: 'L. L. Cool J./You are a joke/Wash your mouth/Out with soap.'

Talk That Talk geeft een weinig wetenschappelijk overzicht van de Afro-Amerikaanse traditie van verhalen vertellen, maar wel een mooi beeld van wat er leeft bij de huidige generatie vertellers.

Linda Goss en Marian Barnes (red.): Talk That Talk. An Anthology of African-American Storytelling. Uitg. Simon en Schuster Inc. 523 blz. Prijs fl.32,65.