Wat wij zien en horen

Hebben jullie wel eens van Alberto Moravia gehoord? Dat was een Italiaanse schrijver. Misschien hebben jullie een paar weken geleden zijn foto in de krant zien staan, want toen is hij gestorven. Van de zomer is hij een dag bij ons op Pomona geweest, met Rosita Steenbeek, dat is een hele goeie vriendin van Moravia en van ons.

Er kwam een boekje van hem uit dat zij vertaald had en waar hij in Nederland in de Atheneumboekhandel in Amsterdam zijn handtekening in ging zetten voor mensen die hem bewonderen. Onze papa had een feestelijke tafel te zijner ere gemaakt met prachtige boeketten van wilde bloemen van ons terrein en schalen met asperges (het was aspergetijd en als je een beetje verstand van de natuur hebt dan weet je dat er dus veel gele lissen in die veldboeketten zaten), schalen met gerookte zalm, zo roze als de onderbroekjes van onze mama (onze papa geeft haar wel eens een sappig klapje op haar billen als ze na het douchen in zo'n slipje rondloopt en roept dan, 'Zalmpje, zalmpje!') nieuwe haring en dauwfris gepelde garnalen. En heerlijke wijn erbij, maar dat hebben we natuurlijk van horen zeggen. De allerbeste champagne en Meursault en voor het dessert (we schrijven de naam even van het etiket over) een Chateau d'Yquem, want onze papa zei, een groot schrijver als Moravia mag je niet met Algerijnse foezel laven, en als ze dan in Zweden geen eremaal voor hem willen bereiden omdat ze hem de Nobelprijs niet durven geven, de bescheten lafaards, dan zullen wij het doen. En iedere keer als hij een fles wijn ontkurkte deed hij het in een bijzonder glas. De champagne in een zeventiende-eeuwse roemer, de Meursault in een achttiende-eeuws Frans glas en de Yquem in een Engels pijpesteelglaasje.

Moravia vond het grappig en eervol want hij bekeek de glazen alsof het luchtbellen waren waarop je de hele hemel met voortdrijvende wolken weerspiegeld ziet. Hij was al tweeentachtig jaar en hij liep zo voorzichtig alsof hij doormidden kon breken van teerte, maar zijn ogen zagen eruit of hij overal doorheen keek. Toen we tegen elkaar zeiden dat hij er geheimzinnig en spannend uitzag alsof hij een geheim bewaarde, vroeg hij aan Rosita wat we toch tegen elkaar aan het fluisteren waren en waarom we hem zo aandachtig bekeken. Ze vertaalde het voor hem met zo'n lief Italiaans stemmetje en toen moest hij erg lachen en legde zijn handen op ons hoofd zoals je wel op een plechtig schilderij ziet. Hij zei dat iedere schrijver een geheim had, maar dat je dat nooit aan iemand moest vertellen laat staan er ooit over schrijven. Maar weten jullie wat zo grappig was? Dat hij alle trucjes die wij van Stan Laurel hebben afgekeken ook kende. Fingerwiggle, oortje-knietje-neusje. En hij deed het net zo goed als Stan. Hij heeft wel een uur met ons aan tafel gezeten om ons allemaal trucjes te leren met messen en vorken en met elastiekjes en lucifers. We hebben allebei een boekje gehad met zijn handtekening erin, en erboven In Vriendschap. In het Italiaans. Con Amicizie. En onze mama heeft een foto van hem gemaakt terwijl we met onze poezen naast hem staan.

Toen ze weg waren heeft onze vader de roemer waar hij uit gedronken had boven op de boekenkast gezet. Niet uit eerbied of zo, maar omdat hij bang was dat iemand het glas zou omstoten.

Een paar weken geleden reden we rond over het eiland om naar de wilde ganzen te kijken. Langs de waddenkant zie je dan midden in het weiland een groot stuk grijze kluitigheid, alsof het daar omgespit is. Maar het beweegt en dromt naar alle kanten uit. En dan zie je dat het een grote kudde rotganzen (geen rot ganzen, hoor!) is. Ja, een kudde, want pas als ze op de wieken gaan wordt het een vlucht ganzen. Ineens hoorden we dat Moravia gestorven was. Allebei begonnen we te huilen. Achter in de auto zaten we zomaar te schokken van het snikken. En onze papa hield met een hand het stuur vast en stak zijn andere arm naar achteren en streelde over onze natte wangen en onze mama boog naar achteren en hield onze handen stevig vast. Zo reden we langzaam door de schemering naar huis.

Thuis heeft onze papa de roemer van de boekenkast gepakt en om de beurt hebben we er water uit gedronken. En hij zei: 'Drink maar grote slokken, lieve jongens, dan krijg je weer vocht naar binnen. Want huilen is de beste medicijn tegen verdriet!' En later, toen we al in bed lagen, hoorden we hem in de gang tegen onze mama zeggen: 'Dat is honderd maal meer waard dan de Nobelprijs. Als twee jongens zulke zuivere tranen huilen om je dood.'

Dit was een heel droevig verhaal en daarom willen we toch nog een mop vertellen om jullie weer een beetje op te vrolijken en waar Moravia beslist ook om gelachen zou hebben. Een motorrijder voelde ineens dat er een gure wind opstak. Omdat het pufwarm zomerweer was toen hij van huis ging had hij alleen een colbertjasje aan. Natuurlijk ook nog een broek en schoenen, maar we bedoelen dat hij geen motorkleding aan had. Ineens kreeg hij een idee. Hij stopte en deed zijn colbertjasje achterstevoren aan zodat de wind er niet meer in kon blazen. Toen hij door een dorpsstraat reed stak er ineens een hond over. Hij maakte een zwieper om het dier te ontwijken maar slipte en viel met motor en al op het asfalt. Er kwamen allemaal mensen uit het dorp om hem heen staan en even later kwam de politie die vroeg wat er aan de hand was. Een van de omstanders zei: 'Daarnet leefde die man nog, agent. Maar toen we zijn hoofd rechtgedraaid hadden, want zijn gezicht zat helemaal aan de achterkant van zijn jasje, was hij plotseling morsdood.' ..knak! Treurig maar toch leuk.