Waarom Chinezen zo onbeleefd zijn

Volgens de dichter Duoduo zijn Chinezen tegenwoordig vreselijk ongeduldig. Bij voorbeeld: vroeger wachtten zieke of gewonde mensen gewoon af totdat de pijn minder werd en nu willen ze net als westerlingen meteen een injectie of een hechting. 'Het Westen leert beter van het Oosten dan andersom.'

In Londen heb ik in het dagelijks leven een drieledige status: : 's ochtends ben ik student, 's middags docent en 's avonds schrijver. Op een ochtend tekende de lerares tijdens de Engelse les een piramide op het bord. De hoogste inkomensgroep wordt in Engeland gevormd door de directeuren van grote bedrijven. Hun jaarinkomen is 450.000 pond. De tweede groep is die van de overige directeuren, met een jaarinkomen van 250.000 pond. Hooggekwalificeerd personeel vormt de derde groep. Hun inkomen is 100.000 pond. Op de vierde plaats komen de professoren, die tussen de 15.000 en 25.000 pond verdienen. Vijfde en laatste zijn de arbeiders, met een jaarinkomen van 7000 pond. Ik zei in het Engels tegen de lerares, dat ik de zesde groep was, omdat mijn salaris de helft is van dat van de arbeiders.

's Middags geef ik conversatieles aan studenten van de Universiteit van Londen. Die middag gingen we prijzen met elkaar vergelijken. Als je bijvoorbeeld in Peking een kip wilt kopen, dan kost het omgerekend ongeveer twee pond. In Londen scheelt dat niet veel. Maar de maandelijkse huur van een tweekamerappartement in Peking is ongeveer gelijk aan de prijs van acht Engelse sigaretten. In Londen kost zo'n appartement zo'n vierhonderd pond per maand...

Mijn studenten hebben allemaal een jaar in China gestudeerd, dus zodra ik over China begin worden ze enthousiast. (En als conversatiedocent moet je de mensen enthousiast zien te maken, zodat je ze aan het praten krijgt.)

'Wat missen jullie het meest aan China?' vroeg ik.

'Dat je je nooit druk hoeft te maken: 'Haast je langzaam', ' zei een van de studenten.

Iedereen begon te lachen.

'En waar hebben jullie de grootste hekel aan?' ging ik verder. De studenten kwamen langzaam los.

'Dat je, als je fietst, de spuug van de persoon voor je in je gezicht geblazen krijgt.'

'Dat mijn leraar, waar ik zoveel respect voor had, van die vreselijke geluiden maakte als hij z'n bami at.'

'Dat Mao Zedong, als hij buitenlandse staatshoofden ontving, met zijn vinger naar hun gezicht wees.'

'Dat jullie premier bij toespraken aan zijn vinger likt voor hij de bladzijde omslaat.'

'Waarom hebben Chinezen eigenlijk zoveel speeksel?' vroeg de laatste.

'Ik ken een Amerikaans meisje met blauwe ogen, ' zei ik. 'Zij heeft drie jaar in Wuhan, centrum van de Chinese staalindustrie, gewoond. Toen ze in Amerika terugkwam, waren haar ogen donkergroen, bijna bruin. Toch heb ik nog nooit gehoord van een Chinees die van luchtvervuiling blauwe ogen heeft gekregen. Ze zeggen altijd dat de lichamelijke gesteldheid van de Chinezen slecht is. Maar als je onder zulke omstandigheden kunt leven, bewijst dat volgens mij juist dat je een ijzersterk lichaam hebt!'

'En jij, Duoduo? Aan welke tekortkoming van de Chinezen heb jij de grootste hekel?'

'Ik zal eerst eens vertellen over een keer dat ik een hekel aan mezelf had. Dat was vorig jaar in Canada, in het vliegtuig. Ik zei tegen de stewardess: 'Ik wil een biertje'. Onmiddellijk zeiden vijf Canadese vrienden tegelijkertijd tegen me: 'Je moet alstublieft' zeggen 'Mag ik alstublieft een biertje'.'

'Aha! Zo onbeleefd ben jij dus!' zei een studente plagend.

'Het spijt me dat je daar nu pas achter komt. We zijn er trouwens in China allemaal te laat achter gekomen. Al tweeduizend jaar geleden bestond er in China een uitgebreide etiquette op het gebied van kleding, eten, gedrag en taalgebruik. En in dat land, dat zo'n oude en verfijnde beschaving heeft gekend, moet men vandaag de dag westerse uitdrukkingen leren als 'alstublieft', 'hoe maakt u het?' en 'neem me niet kwalijk'. Ze zeggen dat als je de Amerikanen, de Japanners en de Chinezen met elkaar vergelijkt, de Chinezen de afgelopen honderd jaar het meest veranderd zijn. Ze zijn veranderd in een volk dat met veel kabaal bami eet en grote klodders speeksel uitspuugt. Het enige wat ze nog moeten leren is om, net als jullie, als je jam gegeten hebt je vingers af te likken en op je nagels te sabbelen... '

Stropdassen

'Wat vind je het leukste aan Engeland, en waaraan heb je de grootste hekel?' vroeg een van hen.

'Er is niet een iets waaraan ik de grootste hekel heb, ' zei ik, 'omdat er ook niet een iets is wat ik het leukste vind. Maar ik wil er wel wat over zeggen. De geschiedenis van Engeland mag dan tweeduizend jaar korter zijn dan die van China, maar de Engelse houding ten aanzien van hun traditie zouden de Chinezen in nog geen tweehonderd jaar kunnen aanleren. Ik heb een tijdje bij een Engels gezin in huis gewoond. Ze hadden een grote woonkamer en een grote eetkamer, die allebei vol stonden met allerlei geerfde meubels en gebruiksvoorwerpen. Het leek wel een museum. De hele familie gebruikte de maaltijden en keek televisie in een andere, kleinere kamer. Misschien is die houding ontstaan, omdat er in Engeland de afgelopen tweehonderd jaar geen revoluties hebben plaatsgevonden.' (Een student viel me in de rede door te zeggen dat er in Engeland nooit revoluties hadden plaatsgevonden.) 'Daarentegen is de Chinese recente geschiedenis een geschiedenis van revoluties. Revoluties die er zelfs toe leidden dat boeren hun varkenskotten bouwden met stenen uit de Chinese Muur, of dat iemand als ik twintig jaar geleden de vloer veegde met een bezem die ik had gemaakt van dertig stropdassen van mijn vader... '

'Echt waar?'

'Ja. Stropdassen waren tijdens de Culturele Revolutie immers een symbool van de bourgeoisie. Bovendien gaat een bezem van stropdassen heel lang mee. Wat me trouwens bij dat Engelse gezin het meest geraakt heeft, is het feit dat er in hun huis geen sloten op de kamerdeuren zaten. (Die hadden ze er bewust afgehaald, evenals de deurkrukken. Als de wind door het huis trok gingen de deuren vanzelf open.) Als de familie niet thuis was, stonden alle deuren wagenwijd open. Her en der lagen spullen of stonden laden half open. Ik ben nooit de kamer van een van de gezinsleden binnengegaan, want zij kwamen ook nooit zomaar op mijn kamer. Mijn brieven en kranten legden ze altijd op de vloer voor mijn deur. Voor Chinezen is zoiets onvoorstelbaar; die doen in huis alles op slot. Door alles open te laten bevestigden die mensen in wezen hun respect voor andermans privacy. Misschien ging hun respect zelfs wel iets te ver, want behalve dat ze me 'sochtends en 'savonds gedag zeiden, wisselden ze nooit een woord met me... '

Schelden

'Zo, zo. En wat heb je allemaal nog meer geleerd?' vroegen ze weer plagend.

'Vorig jaar ging ik vanuit Londen naar Amerika. Toen ik op Heathrow mijn bagage ging inchecken, bleek de lopende band kapot te zijn. Het vliegtuig zou over veertig minuten vertrekken. Er stonden zo'n tweehonderd mensen te wachten. Toch was er, zelfs na twintig minuten wachten, niemand die er iets van zei. Iedereen begreep dat de kapotte band eerst gerepareerd moest worden en dat het vliegtuig zeker niet zou vertrekken zolang de bagage nog niet was ingeladen. In China zouden de reizigers en het vliegveldpersoneel tegen die tijd al lang tegen elkaar hebben staan schelden.'

'Zo te horen kunnen de Chinezen van tegenwoordig bij jou geen goed meer doen.'

'Dat is niet waar. Ze hebben maar een grote fout: ze zijn te ongeduldig. Maar misschien zorgt die fout er wel voor dat ze niks goed kunnen doen. Honderdvijftig jaar geleden werd China door de westerse grote mogendheden verslagen. Sindsdien willen de Chinezen het Westen zo snel mogelijk inhalen en zelf weer een grootmacht worden. In dat opzicht denken ze heel radicaal en zijn ze vreselijk ongeduldig. Vandaar dat ze voortdurend kiezen voor de revolutionaire methode in plaats van voor een meer geleidelijke vooruitgang. Ze denken dat een revolutie sneller resultaten oplevert. Maar na honderd jaar is er nog steeds geen sprake van een werkelijke verbetering van de Chinese maatschappelijke structuur. Een Chinese geleerde heeft weleens gezegd: 'De Chinezen hebben de afgelopen honderd jaar voortdurend hoge koorts gehad. Ze lijden aan een zenuwziekte, die hun geestelijke gezondheid volledig heeft ontwricht.' Volgens mij heet die ziekte 'ongeduldigheid'. Een paar dagen geleden kreeg het kindje van een Chinese vriend van mij, die ook in Londen woont, 'snachts enorme pijn in zijn buik. Met een ambulance brachten ze hem naar het ziekenhuis. Een Engelse dokter onderzocht hem, maar kon niets abnormaals ontdekken. De dokter zei: 'Blijf hem maar even in de gaten houden.' Het kindje lag te krimpen van de pijn, maar de dokter kwam niet terug. Tenslotte viel het kind langzaam in slaap. Pas twee uur later verscheen de dokter weer en zei: 'Als hij kan slapen, dan is hij niet ziek.' In de wachtkamer lag ook nog een man met een gapende hoofdwond, die flink bloedde. Ook hij kreeg van de dokter geen enkele vorm van behandeling en langzaam maar zeker stolde het bloed vanzelf. De dokter zei: 'Jullie kunnen allemaal naar huis.'

'Wat wil je daarmee zeggen?' vroeg een student.

'Dat je de natuur zijn werk moet laten doen. Vertrouwen op het afweervermogen van de patient zelf is de beste geneeswijze. Traditioneel ging het in China ook zo. Maar tegenwoordig worden de Chinezen in zulke gevallen meteen ongeduldig: snel een injectie, snel een hechting. Dat zijn trouwens dingen die ze van het Westen geleerd hebben, maar de westerse medische wetenschap is alweer een stap verder. Volgens mij leert het Westen beter van het Oosten dan andersom.'

Lege stoel

'En wat heb jij dan van Engeland geleerd?'

'Eerst iets over Duitsland. In 1985 bracht een delegatie van Duitse schrijvers een bezoek aan Peking. Daar hadden ze een ontmoeting met Chinese collega's, waarvoor ik ook was uitgenodigd. In eerste instantie bleef er een plek aan de tafel leeg. Pas na een tijdje werd die ingenomen door een Duitse dichteres. Men stelde haar voor als een beroemd schrijfster. Ze glimlachte en ging zonder iemand de hand te schudden, meteen zitten. Van begin tot eind zei ze geen woord, maar ze luisterde voortdurend heel aandachtig naar wat de anderen zeiden. Ze leek echt heel bescheiden, gevoelig en verlegen. Toen het allemaal voorbij was, begon iedereen afscheid te nemen, maar zij schoof haar stoel naar achteren, pakte haar sigaretten van de tafel en sloop weg zonder iets te zeggen. Op dat moment rees een gedachte langzaam op van de lege stoel die ze had bezet: wij zijn allen slechts voorbijgangers op het schouwtoneel van het leven en poezie is slechts een verslag van het verstrijken van de tijd.'

'Wat bedoel je daarmee?' vroeg iemand.

'Wat Londen mij geleerd heeft, is dat ik me nergens over hoef op te winden en dat ik naar iedere andere plek ter wereld kan gaan zonder deze plek te missen.'

'En wat bedoel je daarmee?'

'Tussen Londen en mij bestaat geen enkel misverstand. In mijn relatie met China zijn ontelbare emotionele geschillen, die nooit opgelost kunnen worden.'

Ik keek op mijn horloge en zei: 'De les is voorbij. Tot ziens allemaal.'

'Tot ziens.' 'Tot ziens.' 'Tot ziens.'

Twee weken later moest ik vertrekken naar Amerika. Ik zou lange tijd niet naar Londen terugkeren. Toen ik met mijn koffer in de hand het studentenhuis uitliep, kwam ik op het laatste moment nog de schoonmaakster tegen. Zij is een oude Italiaanse vrouw. Meestal is zij de enige in huis die met mij praat. En ik ben de enige die met haar praat. Toen ik haar vertelde dat ik niet meer naar het huis zou terugkeren, begon ze te huilen. Ik moest ook huilen. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit om iets anders dan om China heb gehuild. Dit is mijn laatste herinnering aan Londen...

Vertaling Michel Hockx

    • Duoduo