Verhoging accijns op benzine geschrapt

DEN HAAG, 12 okt. De verhoging van de benzine-accijns gaat voorlopig niet door. Bejaarden met een klein aanvullend pensioen krijgen in 1991 compensatie voor koopkrachtverlies. Het kabinet deed deze toezeggingen gisteren onder druk van de Tweede Kamer aan het eind van de Algemene beschouwingen.

De accijnsverhoging per 1 november had 300 miljoen gulden moeten opbrengen voor verbetering van het openbaar vervoer. Dit bedrag wordt nu door andere maatregelen bijeengebracht. Een verhoging van de CO2-heffing op brandstoffen, die volgend jaar al op het voor 1992 beoogde niveau wordt gebracht, levert 125 miljoen op. De uitbreiding van rijkspersoneel wordt vertraagd. Het kabinet bekijkt of er geld overblijft in het mobiliteits- en energiebesparingsfonds. Als dit onvoldoende oplevert kan over een half jaar alsnog worden besloten de benzine-accijns te verhogen.

Het compromis over de bejaarden volgde na een harde botsing tussen premier Lubbers en PvdA-fractieleider Woltgens. Lubbers weigerde de kwalificatie van Woltgens te accepteren dat het koopkrachtverlies voor de bejaarden 'onrechtvaardig' is. Hij verweet de PvdA een 'jojo-beleid' te willen voeren: een fiscale maatregel ten gunste van de getroffen groep moet na het advies van de belastingcommissie-Stevens mogelijk weer worden teruggedraaid. Het kabinet kwam ten slotte met een compromis tegemoet aan de wens van een Kamermeerderheid (PvdA, VVD, D66). Bejaarden met een klein pensioen worden in de premiesfeer gecompenseerd voor het koopkrachtverlies dat optreedt door de vereenvoudiging van het belastingstelsel (operatie-Oort)

Eind volgend jaar wordt bezien of blijvende maatregelen nodig zijn. Premier Lubbers meent dat voor het koopkrachtherstel minder nodig is dan de aanvankelijk geraamde 130 miljoen gulden.

Pag.3: Vervolg/ Bolkestein zat er ongemakkelijk bij / Schimmig debat over bejaarden

Het kabinet kwam de Kamer op nog enkele punten tegemoet. Zo komt er volgens jaar 10 miljoen gulden (25 miljoen in 1994) voor een milieu-educatieplan op de basisscholen. Hierom was door D66 gevraagd. Vijf departementen hadden over het plan al overeenstemming bereikt, maar zij weigerden er geld voor uit te trekken. De bezuiniging op de stadsvernieuwing van 43 miljoen gulden gaat niet door. Onderzocht wordt of voor meer militairen dan alleen nieuwe dienstplichtigen de diensttijd tot twaalf maanden kan worden teruggebracht.

Aan het slot van het debat werd een motie van de VVD verworpen waarin hij de Kamer vroeg slechts 'onder voorbehoud' te stemmen over de begrotingen van de departementen. VVD-fractieleider Bolkestein bracht naar voren dat de Kamer zo'n houding wel moet aannemen, omdat belangrijke beslissingen bij de 'tussenbalans' volgend jaar de begroting voor 1991 weer op losse schroeven kan zetten. Premier Lubbers zei dat Bolkestein zichzelf 'komisch maakt' met zijn motie.

Bolkestein kreeg ook op buitenlands politiek en defensieterrein geen steun van het kabinet en de meerderheid van de Kamer. Een motie waarin om het in gereedheid brengen van geneeskundige troepen voor verscheping naar de Golf werd gevraagd, werd verworpen.

De VVD-fractieleider kwam gisteren met de premier in botsing over de hereniging van Duitsland. Hij noemde het 'verbijsterend' dat het kabinettijdens deze Algemene Beschouwingen zweeg over de Duitse hereniging: 'een gebeurtenis van waarlijk geopolitiek belang'. Dat zwijgen gaf volgens Bolkestein stof aan de laatdunkende kritiek die hij vaak op de Tweede Kamer hoorde, namelijk dat de Kamerleden 'politieke dwergen' zijn, 'die elkaar in onverstaanbaar bargoens de oren wassen om keutels'.

Lubbers zei naderhand zich 'niet bedrukt' te voelen door de kritiek van de VVD-leider, maar hij was zichtbaar geraakt door de beschuldiging. De premier schetste zichzelf vervolgens uitvoerig als een man die zich juist ten aanzien van de Duitse hereniging zeer had geprofileerd en die met bondskanselier Kohl een 'gezamenlijk avontuur' was aangegaan. De derde oktober, de dag van de hereniging, beschreef de premier als 'een feestdag'. Lubbers zei dat de behoefte om Duitsers te feliciteren met de vereniging was toegenomen, toen de vereniging onherroepelijk was geworden. Degenen die er jaren lang aan hadden getrokken hadden volgens Lubbers nu minder behoefte aan beschouwingen. 'Als ik daar had gestaan, had ik het zo niet gedaan', hield Bolkestein vol.