Veel werk recherche computercriminaliteit

NIJMEGEN, 12 okt. De achttien rechercheurs die speciaal zijn opgeleid voor het bestrijden van computercriminaliteit kunnen het werk nauwelijks aan. De rechercheurs, verdeeld over drie regionale teams in Den Haag, Amsterdam en Nijmegen, zijn maandag met hun opsporingswerkzaamheden begonnen. Dat heeft coordinator F. van Gulik van het Nijmeegse team vanochtend bevestigd.

Het gaat om een experimenteel project dat anderhalf jaar zal duren. De teams hebben een regionale functie en worden begeleid door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) die landelijk al enige ervaring heeft met computercriminaliteit. De ministeries van binnenlandse zaken en justitie betalen de 360 duizend gulden die het experiment kost.

De teams worden op het ogenblik nog in hun werkzaamheden beperkt door de gebrekkige wetgeving op het terrein van computercriminaliteit, aldus Van Gulik. Dat komt omdat deze vorm van criminaliteit relatief nieuw is en de terminologie in de wetgeving daardoor niet goed aansluit. In mei van dit jaar heeft minister Hirsch Ballin van justitie het wetsvoorstel computercriminaliteit ingediend waarin aanpassingen van de wet worden geregeld. Van Gulik verwacht dat met de nieuwe wetgeving computercriminaliteit echt goed kan worden aangepakt.

In principe richten de teams zich op alle misbruik van informatietechnologie. Met name zullen echter onderzoeken worden gestart naar computerfraude en inbraken in computerbestanden. Naast zelfstandig opsporingswerk zullen de teams ook ondersteunend werken voor andere rechercheteams. Met de informatie die in anderhalf jaar wordt verzameld, zal het recherche-onderwijs worden aangepast. Een derde taak van de rechercheurs is het geven van voorlichting aan organisaties van ondernemers, over hoe computercriminaliteit zoveel mogelijk te voorkomen is.