Twintig jaar dansen op pumps, profielzolen en een paar blotevoeten

Na een carriere van twintig jaar vond Beppie Blankert het tijd worden voor een solo waarin zij een samenvatting wil geven van haar werk als danseres en choreografe. In een klein uur zet zij op een met zwarte doeken afgeschermd toneelvlak een aantal fragmenten neer, die niet alleen een beeld geven van het soort bewegen waarmee zij zich bezig heeft gehouden, maar ook duiden op perioden uit haar leven. Twintig paar verschillende schoenen staan her en der verspreid. Onder de doeken, die de vloer bijna raken, staan spots opgesteld.

Eerst kiest zij een paar stevige, zwarte stappers. Terwijl de opzwepende, sterk ritmische muziek van Harry de Wit de ruimte vult, stampt zij op de plaats gekluisterd met gebalde vuisten en gespannen lichaam de voeten in de grond samengebalde bewegingsdrift die nog geen vorm heeft gevonden om uit het lichaam te komen.

Dan worden de plompe schoenen verwisseld voor soepele, buigzame exemplaren. De dansvorm is gevonden en er volgt een levendig fragment geent op de Cunningham-stijl, waarin vooral het genot van het pure bewegen wordt gevierd. Daarna suggereren hooggehakte pumps, waaraan herenschoenen zijn bevestigd, een opbloeiende persoonlijke relatie. Langzaam wiegend laat Blankert zich door een onzichtbare partner meevoeren. Het flodderige, doorzichtige jurkje over het felrode tricot gaat uit als in volledige overgave.

In het volgende onderdeel is de nu blootvoetse danseres gevangen in een lichtcirkel. De bewegingen zijn traag, sculpturaal, en naar binnen gericht: een mens die zich terugtrekt en vaak ook letterlijk in de knoop zit. Wie Blankerts carriere op de voet heeft gevolgd, herkent in de aansluitende fragmenten verschillende elementen uit de periode waarin zij bij de stichting Dansproduktie werkte. Het zijn losse, vloeiende, zich herhalende bewegingsfrasen met kleine verschuivingen. Tenslotte verdeelt zij de schoenenparen groepsgewijs in twee tegenover elkaar liggende hoeken: afzijdige toeschouwers waartussen zij met een partituur in de hand rondcirkelt terwijl haar hooggehakte voeten strikt het ritme van de muziek markeren. Een open einde, ook al wordt de partituur dichtgeslagen.

Een interessante opzet die vooral Blankerts uitvoerende kwaliteiten benadrukt. Er kleven echter drie grote mankementen aan de voorstelling: de fragmenten zijn stuk voor stuk te lang, de hoeveelheid schoenen krijgt niet echt een wezenlijke functie en de suggestieve muziek heeft een overheersend karakter. De choreografie blijkt niet opgewassen tegen de drift, de spiritualiteit en de ritme- en kleurverschillen daarin.

Voorstelling: April, gemaakt en gedanst door Beppie Blankert muziek: Harry de Wit. Gezien: 11/10 't Hoogt, Utrecht. Daar nog te zient/m 13/10. Eerstvolgende voorstellingen 25 t/m 27/10 Rotterdam.