Termijn claims op DDR stopt

ROTTERDAM, 12 okt. Nederlandse bedrijven en burgers met eigendommen in de voormalige DDR, die ze als gevolg van de Tweede Wereldoorlog zijn kwijtgeraakt, moeten snel zijn. Morgen loopt de termijn af, waarbinnen claims moeten zijn ingediend.

Het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag kent op dit moment ongeveer veertig bedrijven en zo'n 650 particulieren die na de oorlog bezittingen in de voormalige DDR verloren. Het gaat zowel om onroerend goed en grond als om spaartegoeden en effecten.

Het departement weigert namen te noemen van belanghebbenden. Het kan evenmin een indicatie geven van de hoogte van de schadeclaims, omdat de bezittingen in 1945 gewaardeerd waren in Reichsmarken en de schattingen over de werkelijke waarde van die munt nog steeds sterk uiteenlopen.

Toen Duitsland capituleerde, werden alle buitenlandse bezittingen in het land onder het beheer van de geallieerden gebracht. In 1949 droegen de Russen het buitenlands bezit op het grondgebied van de voormalige DDR over aan de autoriteiten van de toen net gevormde staat.

Doordat Nederland de DDR pas in 1973 erkende, werd eerst toen overleg over de verloren gegane Nederlandse bezittingen mogelijk. Nu de DDR is verdwenen, staakt Buitenlandse Zaken zijn pogingen schadevergoeding te bedingen.

Tijdens het overleg dat de Nederlandse overheid indertijd met de DDR-autoriteiten voerde is onder meer de nu aflopende termijn afgesproken waarbinnen claims moeten worden ingediend. Over een schadevergoeding zijn de partijen het nooit eens geworden. Bedrijven en particulieren met claims dienden en dienen daarover te onderhandelen met de autoriteiten in stad of regio waar ze hun bezittingen kwijtraakten.

Buitenlandse Zaken betwijfelt of alle belanghebbenden erin geinteresseerd zijn hun bezit terug te krijgen. Grond kan ernstig vervuild zijn; gebouwen en andere infrastructuur zijn doorgaans sterk verouderd.