smerig verwerpelijk controversieel schokkend opruiend voosschunnig smakeloos afstotend onwelvoegelijk ontuchtig obsceen aanstootgevend vulgair vunzig goor

Groot was de verontwaardiging in de Verenigde Staten overzeven aanstootgevende foto's van Robert Mapplethorpe op een tentoonstellingin Cincinnati. Toch had de jury onlangs maar een paar uur nodig om de directeur van het museum vrij te spreken: 'Het zijn geen ansichtkaarten, maar wij realiseerden ons tijdens de rechtszitting steeds meer dat kunst niet mooi of aangenaam hoeft te zijn.' Waar liggen de grenzen van het betamelijke? Lien Heyting reisde naar New York en zag een expositie van omstreden kunst door de eeuwen heen: gruwel-etsen van Goya, buismeubelen van Marcel Breuer, de eerste abstracte schilderijen en foto's van tienerseks.

'Wat is er kunstzinnig aan een foto van een man met een zweep in zijn anus?' vroeg de openbare aanklager.

'Hoewel het inderdaad geen makkelijk, maar een grof en voor sommige mensen misschien zelfs weerzinwekkend onderwerp is, is het een schitterend gemaakte foto met een prachtige compositie', antwoordde museumdirecteur Dennis Barrie.' (New York Times, 3 oktober).

Op dinsdag 2 oktober, als ik in New York aankom, is het proces in Cincinnati nog in volle gang. Museumdirecteur Dennis Barrie staat terecht voor het tonen van zeven aanstootgevende foto's van Robert Mapplethorpe. De zeven foto's hingen in april, samen met 168 andere Mapplethorpe-foto's, op een expositie in het Cincinnati Contemporary Arts Centre. In de New York Times levert het proces (dat op 24 september begon) een spannend vervolgverhaal op: de door de verdediging als getuigen-deskundigen opgeroepen kunsthistorici wringen zich in alle mogelijke bochten om de acht juryleden te overtuigen dat de zeven gewraakte foto's wel degelijk kunstwerken zijn en geen liederlijk-obscene uitwassen, geen pornografie. Ze spreken van zuivere verhoudingen, fraai lijnenspel, klassieke composities en doorwrochte figuurstudies.

Gevraagd naar de artistieke waarde van een foto die een vinger in een penis toont, verliest alleen Robert Sobieszek (conservator van het Fotomuseum in Rochester) zich niet in dergelijk kunstjargon. Hij verklaart onomwonden: 'Mapplethorpe was een kunstenaar die op esthetische wijze uiting probeerde te geven aan wat hem bezighield en bewoog, aan zijn manier van leven.'

Als het proces op vrijdag 5 oktober ineens is afgelopen, is ook het vervolgverhaal uit. De jury heeft maar een paar uur nodig om tot een besluit te komen: vrijspraak. De foto's worden niet obsceen bevonden en directeur Barrie wacht dus geen boete of gevangenisstraf. In de pers volgen nog wat nabeschouwingen waarin de commentatoren zich allemaal even verbaasd tonen: hoe is het mogelijk dat deze acht juryleden, van wie de meerderheid nooit naar een museum gaat, zo'n tolerantie en wijsheid konden opbrengen? Waar haalden ze het vandaan? Kennelijk viel het toch nog wel mee met de homofobie en de behoefte om de kunst aan banden te leggen.

Drie dagen later, in de maandagkranten, komen enkele juryleden zelf aan het woord: 'We vonden een paar van deze Mapplethorpe-foto's inderdaad vunzig en smakeloos, maar we waren het er allemaal over eens dat het serieuze kunstwerken zijn.' Een ander jurylid: 'De foto's zijn niet bepaald mooi of aangenaam om naar te kijken. Het zijn geen ansichtkaarten, dat is duidelijk. Maar wij realiseerden ons tijdens de rechtszitting steeds meer dat het geen voorwaarde is voor kunst om mooi of aangenaam te zijn.' Twee vrouwelijke juryleden leggen uit dat ze veel hebben geleerd van deze rechtzaak: 'We kwamen meer te weten van de levenswijze van mannen als Mapplethorpe dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Het heeft onze kijk op de mens verruimd.'

Robert Mapplethorpe kon niet om commentaar worden gevraagd, hij is vorig jaar overleden.

Jesse Helms

Mannen in homo-erotische scenes, wel of niet met voorwerpen in hun anus, blote kindertjes, gefotografeerd waar hun moeders bijstonden het lijkt allemaal niet zo schokkend en de hele Amerikaanse kunstwereld is het er dan ook over eens dat het 'regelrechte censuur' is om dit soort kunstuitingen te verbieden of uit te sluiten van overheidssubsidie, zoals rechtse groeperingen willen, aangevoerd door de evangelisch geinspireerde senator Jesse Helms uit North Carolina.

Na een voorstel van Helms besloot de Senaat vorig jaar dat de National Endowment for the Arts (NEA, de overheidsinstelling die de kunstsubsidies verdeelt) geen financiele steun meer mag verlenen aan 'projecten die worden gebruikt om obsceen of onfatsoenlijk werk te bevorderen, verspreiden, of vervaardigen'. Na een storm van protesten werd deze zomer een onafhankelijke commissie gevormd die nieuwe richtlijnen moest opstellen voor de NEA. Als de aanbevelingen van deze commissie worden goedgekeurd mag de NEA zonder enige voorafgaande restricties subsidies toekennen. Maar als een gesubsidieerde instelling of kunstenaar door de rechtbank wordt veroordeeld voor het overtreden van wetten over obsceniteit of kinderporno, dan moet het geld worden teruggegeven en wordt bovendien de eerste drie jaar geen subsidie meer verleend.

Met dit nieuwe voorstel lijkt niemand gelukkig. De conservatieven, die alle 'moreel verwerpelijke' en 'anti-religieuze' kunst simpelweg willen verbieden, gaat het niet ver genoeg. De kunstenaars zijn beducht dat bij elk vies woord, bij elke artistieke uiting die niet strookt met de heersende moraal, weer een rechtzaak dreigt. Verschillende kunstenaars en kunstinstellingen hebben hun subsidies al geweigerd en er wordt ook op andere manieren actie gevoerd. Zo vindt nu in Washington de Great American Fax Attack plaats ('Striking a blow against artistic repression'). Tientallen bekende beeldende kunstenaars (onder wie John Baldesari, Jonathan Borofsky, Robert Longo, Robert Rauschenberg en Cindy Sherman) hebben speciaal hiervoor gemaakte tekeningen of foto's gefaxt naar een galerie in Washington die ze exposeert en verkoopt. Met de opbrengst van deze 'original fax art works' wordt de campagne gesteund van Jesse Helms' tegenstander in North Carolina, Harvey Gantt. In veel boekwinkels zijn stickers te koop ('Fight Art Censorship') en buttons met het stempel 'Helms-inspected, NEA-approved Art'.

Gangster-rap

Over het Mapplethorpe-proces in Cincinnati werd in alle kranten uitvoerig bericht, maar het is tot nu toe merkwaardig stil rondom een nieuw proces dat deze week in Florida is begonnen. De popgroep 2 Live Crew staat hier terecht voor hun opruiende en schunnige songteksten. Over deze zaak ben ik nog geen commentaar tegen gekomen. Het ligt dan ook heel wat ingewikkelder dan bij de Mapplethorpe-foto's.

Net als The Geto Boys is 2 Live Crew een van de 'gangster-rap' groepen uit de arme achterbuurten van de grote steden. De 2 Live Crew beperkt zich tot grove, seksistische taal (vrouwen zijn hoeren, homo's deugen niet). The Geto Boys (van wie iedereen verwacht dat ze binnenkort eveneens voor de rechter worden gedaagd) maken het veel bonter: hun songteksten zijn niet alleen seksistisch, racistisch, goor en afstotelijk, ze sporen ook rechtstreeks aan tot geweld. The Geto Boys slaan een dreigende toon aan tegen alles wat hen niet zint. In een van de meest aanstootgevende songs geeft een moordenaar en verkrachter zijn visie op de mensheid.

Wat moeten we van dergelijke groepen vinden? Maken de gangster-rappers 'serieuze kunst' en mogen ze ongestoord hun gang gaan? Maar hadden we niet met z'n allen afgesproken dat we racisme en seksisme heel verwerpelijk vinden? Bij 2 Live Crew is geen subsidiegeld in het geding, het gaat hier vooral om de 'Freedom of Speech'. Als de Ku Klux Klanners hun weerzinwekkende praktijken mogen uitoefenen, waarom mogen de verschoppelingen uit de krottenwijken hun ideeen dan niet op de plaat zetten? Is het geen discriminatie om hun platen te verbieden en hen de mond te snoeren?

Het is wel te begrijpen dat de kunst-commentatoren tot nu toe wijselijk zwijgen en eerst maar eens afwachten wat er tijdens de rechtszittingen over de gangster-rappersmoraal te berde wordt gebracht.

Behang

Een dag voor de verrassende vrijspraak in het Mapplethorpe-proces ga ik met een vriendin naar het Brooklyn Museum waar de conceptuele kunstenaar Joseph Kosuth bij wijze van 'installatie' een expositie heeft ingericht van controversiele kunst door de eeuwen heen.

Op de heenweg klaagt mijn vriendin over de Amerikaanse hypocrisie. In een galerie zag ze een tentoonstelling van Robert Gober, die de muren van twee ruimtes beplakt had met behangpapier. In de ene ruimte toonde het behang een steeds weerkerend patroontje van een piemel met twee ballen, in de andere ruimte een patroontje van een man die aan een galg bungelt. Bij het vertrek met het piemelbehang had de galeriehouder een bordje aangebracht met de mededeling dat dit misschien niet geschikt was voor jonge kinderen, bij het galgjesbehang vond men een dergelijke waarschuwing kennelijk niet nodig. 'Als het om seks gaat, is iedereen hier overdreven preuts, alles wat met geweld te maken heeft is totaal geaccepteerd.'

Naar de expositie in het Brooklyn Museum heeft mijn vriendin haar dochtertje van tweeeneenhalf meegenomen. Bij de ingang vraagt ze een beetje giechelig of ik toch niet eerst even wil gaan kijken of het niet al te smerig is. Ik informeer waar ik op moet letten. Grote erecties, al te expliciete geslachtsdaden, sado-masochistische taferelen, dat alles vindt ze wat te bar voor een peuter. Ik inspecteer, zie niets wat niet mag en we gaan met zijn drieen naar binnen. Even later zie ik het dochtertje in haar wagentje wijzen naar een bevallig bronzen naakt van Rodin. 'He has a penis, he is a boy, ' roept ze stralend.

Het Brooklyn Museum vroeg Joseph Kosuth twee jaar geleden om deze herfst een installatie te maken voor de immense museumhal. Aanvankelijk was hij van plan de hal met behulp van neonlicht-constructies een ander aanzien te geven. Maar afgelopen zomer veranderde hij van gedachte. In een toelichting bij de expositie schrijft hij: 'Voor mij was het onmogelijk om een tentoonstelling te maken in een Amerikaans museum dat financieel gesteund wordt door de National Endowment for the Arts, zonder te reageren op de huidige aanval van radicaal rechtse groeperingen op kunstenaars, culturele instellingen en de NEA zelf.' Hij besloot die aanval in een historische context te plaatsen door verboden of controversiele kunstvormen uit het verleden te tonen.

Onder de titel 'The Play of the Unmentionable' bracht hij werken uit de museumcollectie bijeen die om politieke, zedelijke, religieuze of artistieke redenen omstreden waren of zijn. Hoog aan de muur, boven de kunstwerken, liet Kosuth in grote letters teksten aanbrengen over kunst en censuur van onder anderen Rousseau, Wilde, Hitler, Goering, Goebbels en Shaw ('Assassination is the extreme form of censorship', schreef Shaw). Zo wilde hij in de museumhal 'de geschiedenis van de intolerantie' zichtbaar maken.

Het heeft een uiterst gevarieerde tentoonstelling opgeleverd, met scabreuze oud-Egyptische beeldjes, erotische prenten uit China en Japan, achttiende-eeuwse Hindoestaanse afbeeldingen van wilde orgieen, gruwel-etsen van Goya, gewelddadige taferelen uit de middeleeuwen, enkele van de eerste abstracte schilderijen, door de nazi's verboden Bauhaus-kunst (zoals een paar buismeubelen van Marcel Breuer) en natuurlijk schilderijen en sculpturen van naakten in alle vormen en stijlen, van de Grieken en Romeinen tot Egon Schiele en Willem de Kooning. Er hangt ook een Male Nude van Robert Mapplethorpe, een keurige figuurstudie waarop geen onvertogen lichaamsdeel te zien is.

Geweer

Als de expositie een ding duidelijk maakt, dan is het wel dat foto's een andere uitwerking hebben, harder aankomen dan schilderijen of sculpturen. Zo voelde ik me bij deze tentoonstelling lichtelijk gegeneerd bij de foto's van Larry Clark die seksuele experimenten van jonge teenagers in beeld brengt. Op een van zijn foto's ligt een naakt meisje vastgebonden op bed, terwijl een eveneens naakte jongen in staat van opwinding de loop van een geweer op haar rug richt. Op andere foto's toont Clark teenagers verwikkeld in trio's en alle mogelijke seksuele spelletjes. Vergeleken bij de foto's van Clark zijn de getekende, geschilderde of gebeeldhouwde naakten en liefdesscenes taferelen uit een andere, een verre wereld. Een schilderij is zelden in staat deernis te wekken bij de kijker, de afstand is groter, de foto's van Clark doen dat wel: je voelt een soort medelijden met de experimenterende teenagers, die er zo jong en onschuldig uitzien. Meisjes van dertien horen touwtje te springen, ben je geneigd te denken.

De meest afschrikwekkende schilderijen op deze expositie stammen uit het eind van de middeleeuwen. Zo is op een Spaans doek van omstreeks 1500 het martelaarschap van de heilige Agatha afgebeeld. Ze is omringd door soldaten die op het punt staan met een scherp mes een van haar ontblote borsten af te snijden. Lucas Cranach de Oudere schilderde (in 1526) de schone Lucretia die haar blik hulpeloos ten hemel richt terwijl ze haar naakte bovenlijf met een zwaard dreigt te doorboren.

Bij de abstracte schilderijen uit het begin van de eeuw wordt verwezen naar de Armory Show, een expositie van de allermodernste kunst, die in 1913 in New York werd gehouden. Duchamps schilderij Naakt de trap afdalend veroorzaakte toen een schandaal, evenals de doeken van Matisse die volgens de toenmalige critici 'absoluut ongeschikt' waren voor schoolkinderen.

Bij sommig recent werk vraag je je af wat er nu eigenlijk controversieel aan is. Zo hangt er van Andres Serrano een foto (Gekooid vlees, 1983) waarop een brullende leeuw naast een kooi staat waar een stuk vlees inhangt. Maar misschien is alleen de naam van de fotograaf al aanstootgevend genoeg: Serrano shockeerde het publiek onlangs met een in urine gedrenkte crucifix.

Beslissing

De expositie in het Brooklyn Museum, die twee weken geleden openging (en nog duurt tot 4 december), had op geen beter moment kunnen komen. Niet alleen omdat het Mapplethorpe-proces bij de opening nog in volle gang was, maar ook omdat het Amerikaanse Congres deze week een beslissing moet nemen over de nieuwe richtlijnen voor de NEA, zoals die nu door de eerder genoemde commissie geformuleerd zijn. De tentoonstelling in Brooklyn is ironisch genoeg voor een deel door de NEA gesubsidieerd: behalve van particuliere sponsors kreeg Kosuth ook geld van de NEA voor het realiseren van een installatie in de museumhal.

Na het zien van de expositie praat ik met de conservatrice voor hedendaagse kunst van het Brooklyn Museum, Charlotta Kotik, die samen met Joseph Kosuth verantwoordelijk is voor de inrichting. Op mijn vraag of ze geen problemen verwacht het Brooklyn Museum kan immers ook worden aangeklaagd voor het tonen van onwelvoeglijke kunst zegt ze: 'Ja, het is mogelijk, maar we hopen natuurlijk dat het niet gebeurt.' Ze vertelt lachend dat het museum nog nooit zoveel bezoekers heeft getrokken als de laatste week. Binnen het museum werd Kosuth's idee met instemming ontvangen, maar bij het publiek lopen de reacties uiteen: 'We krijgen veel complimenten, maar we hebben ook elke dag geagiteerde, boze en zelfs dreigende mensen aan de telefoon. Er is hier zoveel schijnheiligheid: iedereen struikelt over die foto's van Larry Clark, maar tegelijk raken er in Amerika zorgwekkend veel tienermeisjes zwanger. Over een onderwerp als tienerseks mag nog altijd niet gepraat worden. Dan gebeurt het dus in het geniep.'

Als ik het schilderij van de heilige Agatha ter sprake breng roept Charlotta Kotik: 'Dat doek is ooit voor de katholieke kerk gemaakt, dus niemand neemt er aanstoot aan. Maar een foto van een man met een mes bij een vrouwenborst zou eenvoudig niet geaccepteerd worden. Dat is het probleem met fotografie, het wekt de suggestie van het echt-gebeurde.'

Ze legt uit waarom het niet mogelijk was om een van Mapplethorpe's meer omstreden foto's te tonen: 'Die hebben we helaas niet in onze museumcollectie.'

    • Lien Heyting