'Religieuze sf-opera' William Blake in Hell matig geslaagddrama

Na de compositie Tussen twee werelden voor tape en instrumentaal ensemble wilde Huib Emmer een science fiction-opera schrijven naar verhalen van Ballard. Daarin worden parallellen getrokken tussen botsende ideologieen en botsende auto's: de kruisiging van Jezus wordt behandeld als het eerste auto-ongeluk uit de geschiedenis. De rechten van de boeken bleken echter al verkocht.

Vervolgens raakten Emmer en librettist Ken Hollins enthousiast over The marriage of heaven and hell van William Blake (1775-1827), de dichter-tekenaar-schilder-graveur die in de jaren zestig fungeerde als hippie-symbool vanwege zijn liefdesvisioenen waarmee men de zo gehate materiele wereld kon ontvluchten.

In Emmers 'religieuze science fiction-opera' hebben de merkwaardigste metamorfoses plaats. In Bethlehem Hospital: William Blake in hell veranderen de pyromaan Martin the Fireraiser en de chirurg dr. Jack Tearguts in de profeten Isaias en Ezekil en worden zij ook nog eens getransformeerd in twee evenbeelden van Blake zelf: Blake I als een oudere 'realistische' figuur wordt op zijn sterfbed terzijde gestaan door zijn vrouw Catherine zijn einde komt in maat 857 en Blake II, een kinderlijke, fantastischer afsplitsing, wordt door engelen begeleid. Blake II reciteert op een toon I see the world unfolding like a flower en op die manier krijgt de bittere opera toch nog een hoopvol slot.

Leven, werk en dood nemen elk een acte in beslag. Uitgangspunt is het krankzinnigengesticht Bedlam, dat in het begin van de negentiende eeuw als publieke vermakelijkheid kon worden bezocht. Dit legitimeert de voyeuristische houding van het publiek in de kapel van het psychiatrisch centrum Vogelenzang, de authentieke lokatie van Theatergroep Hollandia. Uit het 'echte' publiek maken zich dan ook soms spelers los die ingrijpen in de voorstelling.

Hollings en Emmer streefden niet naar een filosofisch-literair theater, maar met de dubbele sterfscene als culminatiepunt werd wel degelijk een muzikaal drama beoogd, waarbij overigens de vijfde scene geheel is samengesteld uit teksten ontleend aan Blake.

Dat is niet helemaal gelukt, er zijn te lange, beschouwelijke gesproken teksten en helaas is de derde acte zeker niet de sterkste. De eerste transformatie van de pyromaan en de chirurg werkt goed, maar de tweede is teveel van het goede; de aandacht dreigt weg te ebben.

Met name de burleske scenes staan haaks op de ernstige muziek, zonder enige ironie of commentaar op bestaande muziek of muziekstijlen. Die muziek verandert niet werkelijk van gestiek. Zo wordt het grootste deel van de zesde scene beheerst door een figuur van zes tonen, die ook kan inkrimpen tot een viertal syncopische noten. Er heerst een blokkenachtige, strak geometrische orde, een muziek van een heldere overzichtelijkheid. Heel fraai zijn de weidse, enigszins strawinskiaanse akkoorden na het Proportion too great for the eye of man aan het slot van de vijfde scene.

Congrueert de regie slecht met de muziek, eigenlijk past die hoekige stijl van Emmer evenmin bij de manieristische beelden van Blake in zijn pseudo-renaissancistische horror, waarvan men voorbeelden vindt in het prachtig uitgevoerde tekstboekje. Bethlehem Hospital: William Blake in hell ontpopt zich als een matig geslaagd literair muziekdrama met de sterkste momenten aan het begin. Aan dirigent Lucas Vis en de zijnen waren die betere scenes zeer besteed, maar ook zij konden de dubbele sterfscene helaas niet redden.

    • Ernst Vermeulen
    • Johan Simons. Met O.A. Charles van Tassel
    • William Blake in Hell
    • Anne Haenen (Cathe
    • Opera van Huib Emmer. Libretto
    • Theatergroep Hollandia Met Bethlehem Hospital
    • Ken Hollings
    • David Barron