Oostduitsers voor derde keer in zeven maanden ter stembus

BONN, 12 okt. Het is pas goed een jaar geleden dat het Wij zijn het volk! voor het eerst duizendvoudig door de straten van de DDR klonk. Zeven maanden geleden kozen 11,6 miljoen Oostduitse kiezers (93,9 procent) in vrijheid hun inmiddels alweer opgeheven Volkskammer, vijf maanden geleden nieuwe gemeenteraden. Ruim drie maanden geleden kregen zij de D-mark, vorige week de Duitse eenheid.

Het houdt niet op. Zondag beleven zij hun derde democratische verkiezingen. Over zeven weken, op 2 december, mogen zij weer naar de stembus, dan voor de eerste Bondsdagverkiezingen in het verenigde Duitsland. Op die datum vallen ook de eerste verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden van het verenigde Berlijn. Als het aan de SPD en de FDP ligt mogen alle Duitse kiezers zo vroeg mogelijk in 1991 bovendien ook nog in een volksstemming een oordeel geven over de gewijzigde Duitse grondwet.

Voor zondag is het Oostduitse electoraat uitgenodigd om de parlementen in de vijf weer ingestelde Lander te kiezen. En daarmee ook te bepalen wie premier wordt en welke partijen gaan regeren in Thuringen, Saksen, Saksen-Anhalt, Mecklenburg-Vorpommern en Brandenburg, alsook hoe de krachtsverhoudingen zullen uitvallen in de Duitse Bondsraad, waarin de SPD haar meerderheid alleen kan behouden als zij in tenminste twee Oostduitse deelstaten grootste partij wordt.

Net als in maart en mei doet de favoriet van de meerderheid van de Oostduitse kiezers, kanselier Helmut Kohl dus, zondag zelf niet mee. Maar hoewel de alom gewenste economische transformatie de gewezen DDR voorshands vooral grote sociale angst en misere heeft gebracht, torent Kohl als kanselier van de eenheid en de D-mark niettemin opnieuw boven alle andere Duitse politici uit.

Het lijkt er volgens de opiniepeilingen ook dit keer op, dat Kohls CDU het toneel zal domineren. In alle vijf nieuwe deelstaten ligt zij voor, in Thuringen en Saksen geloven de christen-democraten zelfs de absolute meerderheid te kunnen halen. In feite is er volgens de peilingen alleen in Brandenburg en Mecklenburg enige spanning of de SPD zondag niet toch nog als grootste partij zal finishen. Juist daar is echter de aanhang van de PDS, de opvolgster van de communistische SED, nog vrij groot. En dus ook de kans op versnippering van linkse stemmen.

Tegen de achtergrond van de snelle verpaupering die volgde op de invoering van de D-mark is het niet vreemd dat de verkiezingscampagne de afgelopen weken van mat tot zeer mat varieerde. Waar Kohl als CDU-locomotief verscheen, kwamen soms nog wel tienduizenden op de been, maar niet meer de honderdduizenden van maart. En al die andere campagnevoerders ook SPD-kanselierskandidaat Oskar Lafontaine moesten het doorgaans doen met enkele honderden, of zelfs met enkele tientallen belangstellenden.

Wim Kan sprak ooit over 'politici van een onbekend merk'. Het is niet aardig, maar wat veel Oostduitse kiezers betreft wel terzake om zoiets te zeggen over een aantal regionale lijsttrekkers. Zoals Klaus Klingner (SPD-minister in Sleeswijk-Holstein) en Alfred Gomolka (CDU) in Mecklenburg, Reinhard Hoppner (SPD) en Gerd Gies (CDU) in Saksen-Anhalt of Friedhelm Farthmann (fractieleider SPD in Noordrijn-Westfalen) en Willibald Bock (CDU) in Thuringen.

Wat meer bekendheid hebben, in Saksen, de Westduitse Bondsdagleden Anke Fuchs (in Bonn fractiesecretaris en SPD-bestuurslid) en Kurt Biedenkopf (onder Kohl in de jaren zeventig secretaris-generaal van de CDU). De 53-jarige mevrouw Fuchs behoort bepaald niet tot de vriendenkring van Lafontaine. De 60-jarige Biedenkopf, hoogleraar in Bochum en sinds een paar maanden ook in Leipzig, leeft als zelfverzekerd politiek Vordenker al jaren in onmin met Kohl.

Ook de kandidaten voor het premierschap in Brandenburg zijn aan een breder publiek behoorlijk bekend. Het zijn Manfred Stolpe (53, SPD, plaatsvervangend voorzitter van de Oostduitse Bond van evangelische kerken) en Peter-Michael Diestel (38, CDU, tot voor kort vice-premier van de DDR en als minister van binnenlandse zaken gekritiseerd wegens zijn trage tempo bij de liquidatie van de Staatsveiligheidsdienst).

Van de tien lijsttrekkers van de twee grote partijen zijn er vier 'ingevoerd' uit West-Duitsland. Zij hebben er geen geheim van gemaakt dat zij in het geval van een nederlaag de Oostduitse regionale politiek weer zullen verlaten. In twee tot drie deelstaten zullen de cijfers zondag waarschijnlijk tot vorming van al dan niet brede coalities verplichten. Met de PDS, geschat op omstreeks 20 procent in Brandenburg en Mecklenburg, wil geen andere partij samenwerken. De Groenen en de gecombineerde burgerinitiatiefgroepen van Bundnis '90 zullen vermoedelijk nauwelijks boven vijf procent uitkomen. Daarom hoopt de FDP, met haar enquetescores van omstreeks acht procent, op zoveel mogelijk coalities met de CDU volgens het geldende model van Bonn.

Als dat coalitiemodel zondag in vier of zelfs in alle vijf Oostduitse Lander goed zou zijn voor een meerderheid dan ontstaat een situatie die voor de Duitse politiek van de komende jaren grote betekenis kan krijgen. Dan immers heeft Kohls centrum-rechtse coalitie in Bonn de meerderheid terug in de Bondsraad. Als dezelfde coalitie op 2 december ook haar meerderheid in de Bondsdag geprolongeerd krijgt, wat waarschijnlijk is, dreigt niet alleen Oskar Lafontaine maar de gehele SPD in het verenigde Duitsland voor jaren naar het bijveld te verdwijnen.

Eerder deze week beeindigden de minister van sociale zaken Blum (CDU) en zijn collega van financien Waigel (CSU) plotseling hun discussie over de omvang, de financiering en de invoeringsdatum van een verhoging van de AOW op het vroegere DDR-gebied. Zij deelden mee dat per 1 januari een verhoging van 15 procent van kracht wordt voor 2,7 miljoen Oostduitse AOW-trekkers en in juli '91 in heel Duitsland nog eens een van 5,1 procent. Ook werd een krediet van 10 miljard mark aangekondigd voor de sanering van 300.000 Oostduitse woningen, wat werk voor 30.000 bouwvakkers betekent. Begin deze week zei Blum nog dat hij zich niet via Oostduitse pensioentrekkers en werklozen nog even van 'verkiezingsmunitie' wilde voorzien. Iemand in de top van de coalitie in Bonn moet hem snel op andere gedachten hebben gebracht.