Octavio Paz probeert de mens en zijn wereld met elkaar teverzoenen

Met de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Garcia Marquez, in 1982, bekroonde de Zweedse Academie een literaire wereld die toen al enige tijd gemeengoed was: de talrijke leden van de bizarre familie die na Honderd jaar eenzaamheid door de wind werd weggevaagd, waren al lang geen vreemden meer voor ons, net zo min als de kolonel die nooit post kreeg en de patriarch aan wiens herfst geen einde leek te komen. Met de bekroning van de Mexicaan Octavio Paz (1914) zet de Zweede Academie twee minder bekende, maar even belangrijke werelden van de Spaans-Amerikaanse literatuur in het zonnetje: de poezie en de essayistiek. In beide genres is Paz al vele tientallen jaren lang toonaangevend.

Hoewel Paz zichzelf in de eerste plaats als dichter beschouwt, is hij het bekendst als essayist. Meer dan eens heeft hij zelf de reden hiervoor aangegeven: sinds Baudelaire, Rimbaud en Mallarme is de poezie in de westerse wereld gedwongen om in de getto's van de cultuur te leven. Toch staat voor Paz vast dat in de taal van de poezie nog steeds het hart van de mens klopt. In de poezie keren schrijver en lezer terug naar hun 'oorspronkelijke staat'. De taal van het proza is de poort naar de wereld, de taal van de poezie is de poort naar het wezen van de mens. In iets minder bevlogen woorden drukte Paz het onlangs als volgt uit: '(...) Als de poezie zou verdwijnen, dan zou taal volkomen banaal worden.'

Paz' visie op poezie is romantisch en utopisch: 'Poezie is kennis, redding, macht, oogst, overgave. De poetische activiteit, die in staat is de wereld te veranderen, is van nature revolutionair; als geestesoefening is zij een methode tot innerlijke bevrijding. De poezie onthult deze wereld; zij schept een andere.'

Het zijn de eerste woorden uit De boog en de lier, door Paz bescheiden omschreven als 'de getuigenis van de ontmoeting met een aantal gedichten', maar in feite een bevlogen ars poetica. Op dezelfde pagina al raakt de lezer overvoert met in grote woorden uitgedrukte definities van poezie. Paz wil ijzer met handen breken: hij probeert in proza uit te drukken wat alleen maar in poezie kan worden gezegd.

Nieuwsgierigheid

In De boog en de lier en ook in al zijn andere werk wandelt Paz op een vanzelfsprekende, bijna laconieke manier door alles wat de mens in de cultuur heeft voortgebracht. Hij doet hierin aan Borges denken, al mist hij diens ironie en scepsis: hoeveel oog Paz ook heeft voor de kleine en grote rampen om hem heen, zijn werk blijft doortrokken van betrokkenheid bij de wereld, of dat nu in de vorm van een deemoedige berusting is of van een vitale 'celebratie'.

Minder voor de hand ligt dat Paz ook doet denken aan beroemde collega's als Garcia Marquez, Mario Vargas Llosa en Carlos Fuentes, de (post)moderne vertellers van de Zuidamerikaanse boom. Wat zij gemeen hebben is een even gretige als aanstekelijke nieuwsgierigheid naar alles. Bij Vargas Llosa uit deze passie zich in alomvattende portretten van de hedendaagse Peruaanse samenleving en bij Garcia Marquez in uitbundige werelden waarin het realistische en het fantastische, het leven en de dood niet van elkaar zijn te onderscheiden. Met Fuentes eveneens een Mexicaan komen we dichterbij Paz: zijn werk geeft blijk van een mythische, pluriforme visie op de Mexicaanse werkelijkheid, die het produkt is van de samensmelting van twee op zichzelf al pluriforme werelden: die van de Azteken en die van de Spanjaarden.

Ook Paz' werk kenmerkt zich door deze passie voor het alomvattende, dat zich bij hem niet alleen uit in zijn weidse visie op Mexico, maar ook in zijn pogingen de tegenpolen van het menselijk bestaan met elkaar te verzoenen: leven en dood, heden en verleden, het tijdelijke en het eeuwige, Amerika en Europa, Oost en West, Noord en Zuid, hoop en ontgoocheling, het werkelijke en het bovenwerkelijke, de lineaire tijd en de circulaire tijd.

De belangrijkste tegenstelling die Paz in zijn werk probeert te overbruggen is die tussen de mens en de wereld. Of abstracter geformuleerd: de tegenstelling tussen het bijzondere en het algemene. In Paz' werk is een mens nooit een individu en staat een gebeurtenis nooit op zichzelf: ze zijn geschiedenis, cultuur, mythe. Zijn monumentale studie over de Mexicaanse dichteres Sor Juana Inez de la Cruz (1648-1695) uit 1982, onlangs in het Engels vertaald is dan ook niet alleen een visie op een leven en een visie op een oeuvre, maar een visie op een heel tijdperk en een hele cultuur: het 17de-eeuwse nieuw Spanje (het huidige Mexico).

Onzekerheid

Paz' studie over zijn illustere voorgangster maakt deel uit van een lange reeks essays over Mexico. Het bekendst hiervan is het Labyrint der eenzaamheid (1950), waarin hij een niet onomstreden visie op het wezen van de Mexicaan geeft. Volgens Paz is de Mexicaan gesloten en solitair. Altijd draagt hij een masker, dat hij alleen in de roes van het feest kan afwerpen. Achter dit masker schuilt een grote onzekerheid, die voortkomt uit de systematische ontkenning van zijn herkomst: kind van twee autoritaire ouders, de Azteekse cultuur met haar hierarchische structuur en de Spaanse cultuur van de rigide contrareformatie. Traumatisch is bovendien dat de ene ouder de ander overmeesterd heeft, dat de Mexicaan dus voortgekomen is uit een verkrachting.

Paz heeft de betrokkenheid bij zijn vaderland met de paplepel ingegoten gekregen: zijn grootvader was een van de eerste Mexicaanse schrijvers die het opnamen voor de Indianen, terwijl zijn vader zich als advocaat in dienst stelde van Emiliano Zapata, de legendarische boerenleider uit de Mexicaanse revolutie (1910-1917), de burgeroorlog die Mexico nodig had om zijn inheemse verleden te (h)erkennen: sindsdien kijkt Mexico niet alleen maar over de hoofden van de inheemse bevolking heen naar Europa en naar de Verenigde Staten, maar richt het land de blik ook op het eigen, inheemse verleden.

Ook Paz zelf heeft zich metterdaad voor de inheemse bevolking ingezet, onder andere door een school voor de Indiaanse bevolking op te richten, op het schiereiland Yucatan. In 1937 was Paz aanwezig op het legendarische Schrijverscongres dat tijdens de Spaanse Burgeroorlog in de republikeinse zone werd georganiseerd. Vele jaren later zou blijken dat zijn politieke moraal niets aan kracht had ingeboet: toen hij vernam dat de Mexicaanse autoriteiten in 1968 honderden studenten hadden laten afslachten tijdens de rellen in het centrum van Mexico-Stad, nam Paz onmiddellijk ontslag als ambassadeur. Sindsdien heeft hij zijn schrijversactiviteiten afgewisseld met gastdocentschappen aan diverse (Amerikaanse) universiteiten. Ook richtte Paz de belangrijke tijdschriften Plural (1971-1975) en Vuelta (sinds 1976) op. Het pluriforme karakter hiervan weerspiegelt de omschrijving die Fuentes van zijn landgenoot heeft gegeven: zoon van Mexico, broer van Latijns-Amerika, stiefzoon van Spanje, pleegzoon van Frankrijk, Engeland en Italie, vaste gast van Japan en India (waar Paz als ambassadeur werkzaam is geweest) en bastaardzoon van de Verenigde Staten.

Gezien de generatie waartoe Paz behoort, kan het niet anders of hij heeft gesympathiseerd met het communisme. Maar in tegenstelling tot Pablo Neruda verloor hij al heel snel het vertrouwen in welke ideologie dan ook (wat hem overigens de vriendschap met de Chileense Nobelprijs-winnaar kostte) en heeft hij altijd nadrukkelijk een onafhankelijk standpunt ingenomen, dat nu steeds meer een liberale tint lijkt te krijgen. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat hij, in de voetsporen van zijn bevriende collega Vargas Llosa, naar het presidentschap van zijn land zal dingen, zoals kort geleden het gerucht ging. Paz beschouwde zich altijd in de eerste plaats als schrijver, maar daar komt bij dat zijn werk haaks staat op elke categorische stellingname: hij is weliswaar op zoek naar het absolute de terugkeer naar de 'oorspronkelijke staat' waar de tegenpolen zijn verzoend , maar hij doet dat altijd in het superieure bewustzijn van de voorlopigheid van dat streven. En van elk menselijk streven.

Zonnesteen een lang, naar de Azteekse kalender gemodelleerd gedicht eindigt met een dubbele punt. Hierdoor kan aan het slot de dialoog (weer) beginnen. Aan de schepping komt nooit een einde.

De Zweedse Academie kende gisteren de Nobelprijs voorliteratuur toe aan de Mexicaan Octavio Paz. De onderscheiding, groot 700.000dollar, wordt 10 december in Stockholm aan de 76-jarige schrijveruitgereikt.