Koehandel

Mag een belastinginspecteur met een fraudeur aan tafel gaan zitten om te onderhandelen over de hoogte van de boete? Geen sprake van, vindt staatssecretaris Van Amelsvoort van Financien. Hij hanteert vervolgens de in de politiek beproefde formule 'wat niet mag, gebeurt dus niet'. Sterker nog, de veronderstelling dat van zulk 'machtsmisbruik' ooit sprake zou kunnen zijn, wijst de bewindsman met kracht van de hand. Hooguit 'incidenteel' zou een enkele ambtenaar eens van het rechte spoor kunnen raken.

Daar keken de praktijkfiscalisten van op. Immers vorig jaar had een Groningse belastinginspecteur geschreven: 'Aan de zijde van de belastingdienst bestaan in het heersende stelsel kwalijke wisselgeldpraktijken waarbij boeten en enkelvoudige belasting probleemloos tegen elkaar worden uitgeruild.' Het viel te verwachten dat de struisvogelvisie van de staatssecretaris een reactie zou oproepen van deze publicerende ambtenaar, mr. drs. J. A. Smit.

Hij reageerde onlangs inderdaad in het Weekblad voor Fiscaal Recht: 'Het is bij nagenoeg iedere praktijkfiscalist die enige ervaring heeft op dit gebied, bekend dat fiscale boeten in bepaalde gevallen tot op zekere hoogte onderhandelbaar zijn. Het komt dus gewoon voor. En niet slechts incidenteel.' Een nuchtere vaststelling uit het hoge Noorden.

'Ik heb de indruk dat de staatssecretaris niet steeds precies weet wat er in zijn apparaat omgaat', zo meent de Rotterdamse hoogleraar en CDA-senator dr. J. H. Christiaanse. Dat zou wel eens een waar woord kunnen zijn als we lezen bij inspecteur Smit dat de praktijk zich 'uitstekend weet te redden' met de bestaande onbestaanbare praktijk van de 'bespreekbare boete'. Sterker nog de praktijk heeft er zijns inziens zelfs behoefte aan. 'Ik kan me dat voorstellen, maar ik vind het zeer verwerpelijk', aldus de politicus Christiaanse. Een belastinginspecteur mag niet de boete inruilen tegen de toegevelijkheid die een belastingontduiker op een ander fiscaal punt ten toon spreidt.

De werkelijkheid ziet er anders uit. Zowel fiscus als ontduiker zijn juist 'hoogst gelukkig' met een dergelijk onderhandelingsresultaat, aldus Smit. De individuele rechtvaardigheid, zo goed als de doelmatigheid kunnen met een dergelijk handjeklap op de belastinginspectie gediend zijn. Helaas komt de rechtsgelijkheid lelijk in het gedrang. De ene sjoemelaar treft een inspecteur die onvermoeid de onderste steen boven haalt om de laatste zwarte gulden op te sporen, terwijl de andere ontduiker het snel met de belastingambtenaar op een akkoordje weet te gooien door een redelijk aanbod te doen.

Het lelijke gat dat er zit tussen de realiteit van alle dag en de werkelijkheid zoals die er in de ogen van de politici uit ziet. Dat komt hoogst ongelukkig uit, want er ligt bij de Tweede Kamer een wetsontwerp om de macht van de inspecteurs uit te breiden. Staatssecretaris Van Amelsvoort wil hen bij voorbeeld de mogelijkheid geven veel sneller dan tot nu toe boetes op te leggen als iemand opzettelijk fouten in de belastingaangifte heeft gemaakt.

Het is het meest bekritiseerde fiscale wetsontwerp van de laatste jaren. Christiaanse hoopt dat zijn partijgenoot Van Amelsvoort het wetsontwerp zal intrekken. Mocht dat niet gebeuren, dan hoopt hij dat de Tweede Kamer de moed heeft het plan van tafel te vegen. Mocht het wetsontwerp niettemin de Eerste Kamer bereiken, dan zal het daar naar de mening van Christiaanse in ernstige problemen komen.

De aanbeveling een streep door het wetsontwerp te halen, klinkt trouwens ook uit de mond van inspecteur Smit en de Leidse hoogleraar dr. Ch. J. Langereis. Die trok vorig jaar de aandacht met een waarneming over het verschil in optreden tussen een strafrechter en een belastinginspecteur. Beiden leggen strafrechtelijke boetes op, maar 'de zorgvuldigheid van de strafrechter staat in schrille tegenstelling tot soms meer op gevoelsargumenten dan op wetstechnische gronden gebaseerde beslissingen van inspecteurs'. In die situatie moet de strafboete niet al te gemakkelijk een onderhandelingsobject zijn.