Jopie (1)

Ik werd uitgenodigd door een vriendinnetje uit mijn oude klas, of ik mee wou naar Drenthe. Om met een huifkar te gaan rijden, twee dagen lang! We zouden dan overnachten bij een overnachtingsboerderij. Zaterdag zaten we in de trein op weg naar Steenwijk (om daar de bus te pakken naar Vledder). Toen we door de trein liepen was er een man die languit lag te slapen zodat we onder hem moesten kruipen. Dat zag er wel grappig uit.

Toen we in Steenwijk waren stapten we uit en liepen we naar de bushalte. We moesten nog een uur wachten op de bus. Toen gingen we een besjesgevecht houden want er was een bessenstruik die vol zat. De bus kwam en we stapten in. Er zat een beetje norse bestuurder in. In Vledder aangekomen liepen we een eindje en kwamen bij boer Postma (de huifkarrenverhuurder). Eerst gingen we naar Jopie (ons paard). Hij was heel lief. Er waren mooie groene huifkarren. Er was iemand van ons die met een auto ging en die alle bagage en tenten meenam. Die moesten we even helpen. Toen alles in gereedheid was gebracht gingen we met de huifkar. Boer Postma had Jopie al ingespannen.

Al gauw kwamen we een maisveld tegen. Ik sneed een mais af met mijn zakmes (we gaan bijna met school naar werkweek en daar mag je geen zakmes meenemen terwijl je als jongen toch een zakmes mee wil; hier mocht het wel). Maar ik zag niet dat er een boer was die me zag. Hij kwam op mij af en hij zei: 'Geef die mais hier!' 'Ja meneer, ' zei ik snel en gooide de mais naar hem toe. Gelukkig ging hij weg. Ik had de mais willen meenemen om hem te poffen bij het kampvuur 'snachts. Maar ja, toen ik weer in de huifkar zat, werden er Marsen uitgedeeld. Er lagen nog tien zakken kleine Snickers maar die waren voor het ontbijt van de volgende ochtend.

We hadden 1 kilometer gereden toen Jopie even begon te draven. Er werd hutspot van ons gemaakt! We spanden Jopie uit en hij mocht even rusten. Wij gingen intussen een hut bouwen. De hut werd heel mooi, tot slot gingen we allemaal mos verzamelen om een vloer van te maken. De vloer was bijna helemaal bedekt. Toen had ik een stuk mos te pakken dat thuishoorde bij een rode mierenhoop. Ze prikken verschrikkelijk! Ik hoorde iemand anders zeggen: 'Kijk.' Ik keek en er stond een klein plukje vuurmos (dat is ongelooflijk zeldzaam en daarom beschermd mos). Toen de hut klaar was mocht ik helpen met Jopie intuigen (dat hadden ze van boer Postma geleerd).

Toen we weer reden kwamen we nog een maisveld tegen. Toen was er gelukkig geen boer en dus wel een mais. Intussen leerde iemand mij hoe je op een eikeldopje moet fluiten. Dat is heel makkelijk. Je legt je duimen over het eikeldopje en je buigt je bovenste kootjes zodat er een gaatje ontstaat tussen je twee duimen. Blaas dan door het gaatje en verklein of vergroot als het niet gaat het gaatje tot er een heel schel geluid komt net zoals wanneer je met je twee lippen doet als je gaat fluiten. Maar de eikelfluit maakt een veel feller geluid.

(wordt vervolgd)