Hongaarse minister van handel en industrie: 'Snellerhervormen kan niet'

DEN HAAG, 12 okt. Peter Akos Bod, minister van handel en industrie van Hongarije, vindt dat zijn land de privatiseringsprocessen niet sneller moet doorvoeren dan nu gebeurt. Daarmee wijst hij de beschuldiging van het Economisch Onderzoeksinstituut in Boedapest van de hand dat de economische recessie in zijn land gedeeltelijk kan worden afgewenteld als de overheid de privatisering van staatsbedrijven meer kracht zou bijzetten.

Bod wil niet ingaan op de vraag of er binnen de regering verschil van mening bestaat over het tempo van de privatiseringen. 'In principe moeten we, zo snel als mogelijk is, privatiseren, maar er is een aantal economische belemmeringen. Een daarvan is dat we met de opbrengsten van de staatsbedrijven ons begrotingstekort van 1.300 miljard forint moeten terugdringen en daarmee een van de belangrijkste oorzaken van de inflatie. We moeten dus een goede prijs voor de staatsbedrijven bedingen. Dat kan niet als we ze versneld op de markt brengen', zegt Bod, die samen met eerste minister Jozsef Antall in Nederland is voor een bezoek aan vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en politieke geestverwanten van het CDA.

Daar komt volgens Bod bij dat het doel van zijn regering om in 1993 vijftig procent van de staatsbedrijven te hebben geprivatiseerd, al bijna irreeel is. De mensen in Hongarije zijn nog niet gewend om hun spaargeld, voor zover ze dat al hebben, in aandelen te beleggen. Ook moeten de Hongaren volgens Bod nog leren met het mechanisme van de vrije markt om te gaan. Bod: 'Er moet in zekere mate een geleidelijk proces plaatshebben, waarvan bovendien de Hongaren zelf, en niet alleen buitenlandse investeerders, via aandelenbezit kunnen profiteren'.

Om aan zelfstandig ondernemersschap te wennen is onlangs een wet aangenomen die voorziet in privatisering van bedrijven met maximaal 15 werknemers zoals restaurants, garages en winkels. Belangstellenden kunnen via een tendersysteem een bod doen onder de voorwaarde dat ze in Hongarije wonen. Bod, enthousiast: 'Hoewel dergelijke ondernemingen maar twee procent van het bruto nationaal produkt vertegenwoordigen, heeft dit project een grote educatieve waarde'.

Dat neemt niet weg dat Hongarije de harde valuta van buitenlandse ondernemingen nodig heeft om de rente op de staatsschuld van 20 miljard dollar te betalen. 'De Golfcrisis, de breuk binnen Comecon en de tegenvallende graanopbrengsten van dit jaar zetten mijn land financieel onder druk. De 300 miljoen dollar die buitenlandse investeringen dit jaar vooralsnog hebben opgebracht waren dan ook meer dan welkom.'

Bod wuift het veel gehoorde verwijt dat internationale bedrijven niet staan te trappelen om in Hongarije te investeren, omdat het land zich nog onvoldoende zou hebben aangepast aan kapitalistische maatstaven, rigoreus weg. 'Wij hebben wat dat betreft een voorsprong van vijf jaar op andere Oosteuropese landen. Het is niet voor niets dat Ford, Nestle, Suzuki, en General Electric in ons land actief zijn.'

Maar ook zonder de buitenlandse investeringen is Hongarije volgens Bod dit jaar in staat de rentelasten te dragen van de schuld van 20 miljard dollar. Voor het eerst sinds 17 jaar heeft Hongarije een overschot op de betalingsbalans, vooral door een verschuiving van de export van Oost naar West. 'Zo nemen de inkomsten uit toerisme alleen al dit jaar met 80 procent toe tot een miljard dollar', zegt Bod optimistisch. Hij moet wel erkennen dat een blijvend hoge olieprijs Hongarije kan dwingen volgend jaar opnieuw aan te kloppen bij Westerse kredietinstellingen. Maar volgens Bod is zijn land kredietwaardig genoeg om dan niet onverrichter zaken naar huis te worden gestuurd.