Hoger loon beginnend leraar kost 300 miljoen

DEN HAAG, 12 okt. Als beginnende leraren hetzelfde zouden verdienen als academici en HBO'ers die niet in het onderwijs werken, zou dat het ministerie van onderwijs jaarlijks 300 miljoen gulden extra kosten. Als zij evenveel geld zouden krijgen als hun collega's die voor 1985 zijn aangesteld, is het ministerie per jaar 90 miljoen gulden kwijt.

Dit staat in een rapport dat vandaag is aangeboden aan minister Ritzen (onderwijs). Het rapport is afkomstig van de 'Na-Hossers', een groep jonge leraren die zich onder die naam hebben verenigd om actie te voeren tegen hun lage aanvangssalaris. Het salaris van beginnende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs is omlaag gegaan toen in 1985 alle leraren onder het algemene waarderingssysteem van de overheid kwamen te vallen, waarbij de vergoeding naar bevoegdheid verviel. Sinds deze 'Herziening Onderwijs Salarisstructuur' (HOS) beginnen jonge leraren in een lagere schaal en doen zij er langer dan vroeger over om aan hun topsalaris te komen.

De Na-Hossers hebben in hun rapport een aantal varianten uitgerekend, waarvan gelijkstelling met academici en HBO'ers in andere beroepen de meest vergaande is. Volgens het rapport lopen de eerstegraads leraren 30 procent achter, de tweedegraads leraren 15 procent en de onderwijzers 25 procent. Om dit ongedaan te maken zou 300 miljoen nodig zijn, of 200 miljoen als het huidige verschil van fl.4.500 gulden per jaar tussen onderwijzers en tweedegraads leraren blijft bestaan. Het geld is alleen nodig voor leraren die minder dan 10 jaar in het onderwijs werken, de ouderen hebben geen achterstand.

Als alleen de achterstand wordt ingelopen met collega's die voor de HOS zijn aangesteld (15 procent), is 90 miljoen gulden nodig. Over een paar jaar zou daar nog 70 miljoen gulden bijkomen, als de 'periodiek' moet worden ingehaald die Na-Hossers van hun 10e tot hun 25e jaar in het onderwijs achterlopen op hun collega's.

Na de ene of de andere gelijktrekkingen is er, aldus het rapport, nog steeds verschil in betaling. Dit komt doordat veel Na-Hossers in deeltijd werken. Dit geldt vooral in het voortgezet onderwijs, waar beginnende leraren gemiddeld een betrekking van 70 procent hebben. De Na-Hossers willen speciaal voor beginnende leraren de klassen verkleinen of het aantal taakuren uitbreiden. Zo zouden ook zij op een full-time baan van 29 lesuren per week uitkomen. Hiervoor is volgens het rapport 150 miljoen gulden nodig.

Minister Ritzen heeft bij het in onvangst nemen van het rapport geen toezeggingen gedaan. Volgende week vergaderen de bewindslieden twee dagen lang met de onderwijsvakbonden over de besteding van het zogeheten 'convenantsgeld', geld dat beschikbaar is voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs.