Heath is pas over een week in Bagdad welkom

BOURNEMOUTH, 12 okt. Edward Heath, de voormalige Conservatieve premier van Groot-Brittannie, heeft een voorgenomen ontmoeting met de Iraakse president Saddam Hussein op diens verzoek met een week uitgesteld.

Heath zou aanvankelijk vanmorgen naar Bagdad vertrekken op verzoek van families van Britse gijzelaars. Hij beklemtoonde gisteren dat de missie een zuiver humanitair karakter zal hebben. Irak zou echter meer tijd nodig hebben om Heaths bezoek voor te bereiden. De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, maakte duidelijk dat Heath niet de steun van de Britse regering heeft, al zal hij van de Britse ambassade in Bagdad 'alle faciliteiten krijgen waarop een voormalig premier aanspraak kan maken'.

Binnen de Conservatieve Partij gaan stemmen op die Heath een 'appeaser' noemen, danwel hem beschuldigen van spelbederf en ongelukkig optreden. De BBC meldde vanmorgen uit Irak dat president Saddam Hussein 'opgetogen' is over de ontmoeting met Heath.

De Britse ex-premier is na de Oostenrijkse president Kurt Waldheim en de Amerikaanse presidentskandidaat Jesse Jackson de derde politicus die uit humanitaire overwegingen een beroep op president Saddam Hussein komt doen. Hij hoopt net als zijn voorgangers een aantal gijzelaars mee naar huis te kunnen nemen. Eerder bracht Heath de Britse regering in verlegenheid door Saddam Hussein in relatief milde kleuren af te schilderen en door te pleiten voor onderhandelingen om een eind te maken aan de bezetting van Koeweit.

Gisteren koos Heath voor het wereldkundig maken van zijn missie uitgerekend een moment direct na een toespraak van de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, waarin deze beklemtoonde dat Groot-Brittannie niet bereid is tot een compromis en zonodig de strijd in de Golf zal aangaan. In de ogen van critici kan het bezoek van Heath aan Saddam Hussein alleen maar de suggestie wekken dat er toch te onderhandelen valt.

Heath verdedigde zijn missie door te zeggen: 'Ik kan niet zeggen wat het resultaat zal zijn, maar ik had het gevoel dat ik niet met mezelf zou kunnen leven indien ik zou weigeren een hand uit te steken naar mensen die ziek en stervende zijn.' Onder de duizend Britse gijzelaars in Irak zijn ten minste veertig ernstig zieken, waarvan drie terminale patienten.

In de Britse pers wordt gesuggereerd dat ook de voormalige Labour premier James Callaghan door de families van gijzelaars benaderd is. Eerder al hebben drie Labour parlementsleden een storm van kritiek over zich heengekregen toen zij vruchteloos contact zochten met de regering in Bagdad. Toen aan Heath werd voorgelegd dat Saddam Hussein in propagandaire zin munt zou kunnen slaan uit zijn bezoek, zei hij: 'Je zult mij niet met kinderen op de arm van een vliegtuigtrap af zien dalen.'

    • Hieke Jippes