Gloeiende bladeren; David Malouf over een schilder

Australie is een land waar de schilderkunst bloeit als in weinig andere landen. Afgezien van grote namen als Sydney Nolan, Russell Drysdale, Arthur Boyd, Clifton Pugh, John Perceval zijn er talloze schilders die niet aan de internationale roem toekomen maar in eigen land wel bekend zijn. Een van hen is de hoofdfiguur in David Maloufs roman Harland's Half Acre, nu vertaald als Harland's grond.

Wie in Australie een roman over een schilder schrijft, roept onwillekeurig de herinnering op aan The Vivisector, naar mijn smaak de beste roman van Patrick White. Hij volgt daarin de ontwikkeling van de schilder Hurtle Duffield en slaagt erin de lezer te overtuigen dat die man inderdaad een echte schilder is. Hoe vaak wordt ons in een roman niet verteld dat iemand een groot schrijver, schilder of spreker is ik denk bij dat laatste aan Brauws in De boeken der kleine zielen terwijl het alleen bij mededelingen blijft en we van die gaven niets meemaken. Dat is een vorm van schrijversdemagogie. De Hurtle Duffield van White ziet alles met de ogen van een schilder, zonder dat we daar steeds attent op worden gemaakt. Dat is het tegenovergestelde van demagogie en een prestatie van de eerste rang.

Het kan niet anders of Malouf kent het boek van White. Iemand die aan een Australische universiteit heeft gestudeerd en docent Engels aan de universiteit van Sydney is geweest, kan onmogelijk om het werk van White heen. Ik wil niet suggereren dat Malouf onder zijn invloed staat in al zijn boeken heeft hij een totaal andere stijl en toon maar het onderwerp van Harland's grond heeft allerlei raakpunten met The Vivisector. Malouf is in zijn benadering van de primair visueel reagerende Harland minder consequent dan White maar dat hij hem laat kijken met de ogen van een schilder is buiten kijf.

Al aan het begin van het boek, als Frank Harland nog een schooljongen is, de zoon van een arme boer, zit hij op een rots naar het opsteken van een storm te kijken: 'De bladeren om hem heen gloeiden in hun bewegingloosheid. Het leek of ze onaantastbaar geworden waren voor regen of wind ze waren doorschijnend, je kon dwars door ze heen kijken. Het kwam door het licht. De granietlagen van de reusachtige eivormige stenen veranderden er ook door. Je kon hun breuklijnen de grond in zien lopen. Het licht kwam van binnen uit de dingen.' Dat zo iemand later gaat schilderen, komt niet als een verrassing, en deze passage, in het eerste hoofdstuk al, getuigt van een vaste hand bij het opzetten van de roman.

Het citaat laat tegelijkertijd de minder sterke kant van Maloufs schrijverschap zien. Als iets doorschijnend is, is het nogal wiedes dat je er doorheen kunt kijken. Wijdlopigheid kan Malouf niet ontzegd worden. Met zijn figuren springt hij al even kwistig om als met de woorden. Hij geeft de figuur van Harland meer perspectief door hem niet alleen door een anonieme verteller te laten volgen maar ook door een zekere Phil Vernon, een jonge jurist die met Harland in aanraking komt en later zijn zaakwaarnemer wordt. Van deze Vernon komen we buitengewoon veel te weten. Zijn hele familie komt eraan te pas: grootvader en grootmoeder, ouders, ooms en tantes. Harland's grond is een boek waar de schrijver breeduit voor is gaan zitten. Goed, dat deden George Eliot en Tolstoj ook. Het verschil een van de verschillen is dat Malouf het idee geeft dat hij terug zou gaan tot Adam als dat kon.

Die werkwijze, waarbij de Bildungsroman uitdijt tot een familieroman, leidt de aandacht wel eens van de schilder af. Het voordeel is dat het boek nu ook een beeld geeft van het leven in het zuidelijke deel van Queensland in de laatste zeventig jaar. Panoramisch of kaleidoscopisch is misschien een te groot woord voor wat Malouf doet, maar wie wil weten hoe het er daar uitzag, hoe de mensen met elkaar omgingen en tegen elkaar praatten, komt hier royaal aan zijn trekken, ook al passen al die details wat ongemakkelijk in de compositie van het boek. Het is niet een verhaal voor lezers met haast. Evenmin als Middlemarch of Anna Karenina.

In de vertaling is de weergave van de titel niet helemaal gelukkig. Een 'half acre' is niet veel grond. Het is ongeveer de grootte waar mensen op mikken die zich een tweede huis buiten de stad willen aanschaffen. Harland wil het verloren gegane grondbezit van zijn familie terug zien te krijgen en daar een dynastie stichten. De 'half acre' in de titel laat meteen al zien hoe futiel die onderneming zal blijken. 'Lapje grond' had dat in het Nederlands kunnen uitdrukken. Vertaler Ris ligt wel eens meer overhoop met Australische termen en begrippen. Een paddock is geen grintveld maar een weiland, crook is zeker niet oneerlijk maar boos (of ziek), een squeezebox is geen doedelzak maar een acordeon, harness straps zijn geen 'huishoudelijke dwangbuizen' maar de riemen van een paardetuig. Zo is er wel meer. Ook ontbreekt er soms een woord, of op bladzijde 284 zelfs een hele zin waardoor de volgende zin onbegrijpelijk is. Spreeuw voor sparrow is een ongeluk dat in een klein hoekje zat. Over het algemeen laat de vertaling zich goed lezen, al had Malouf wel iets meer zorg verdiend.

David Malouf: Harland's grond. Vertaling Ernst Ris. Uitg. Van Gennep, 318 blz. Prijs fl.39,50.

    • P. M. Reinders