Globe

Jakhals was in de val gelopen. Twee boeren hadden een strik gezet en Jakhals zat klem. Ze bonden hem vast, sloten hem op en slepen hun messen voor de slacht. 'Hoe maken jullie eigenlijk dieren dood?' vroeg Jakhals.

'Met knuppels en messen en dan hak door de midden, ' zeiden de boeren. 'Fout, helemaal fout, ' zei Jakhals, 'doden is een kunst, ' en hij gaf hun de volgende raad: 'Als je een dier doodt, moet je hem eerst te eten geven, zoveel mogelijk, pens en pootjes, tot hij lui en zwaar wordt. Dan moet je hem insmeren met het witste en zachtste vet, zodat hij van de glibberigheid niet meer op zijn benen kan staan. Daarna maak je een groot vuur op de rotsen, pakt hem bij zijn staart, zwiept hem in het rond in gooit hem met een doodssmak op de rotsen, pats het vuur in. Zo braad je hem tot hij bruin is.'

Het leek de boeren een goed idee. Ze voerden Jakhals, wreven hem met vet in en grepen hem bij zijn staart. Maar hij was zo glad dat hij uit hun handen glipte en tussen de benen wegvluchtte. De boeren renden achter hem aan, ze floten hun honden en joegen Jakhals door het veld. Tot hij in een gat dook waar hij zich hijgend opkrulde. De boeren staken hun handen in het hol, tastten in het rond en grepen hem bij zijn staart. 'Te pakken, ' riepen de boeren. Maar Jakhals riep: 'Mis, dat ben ik niet, dat is een wortel.'

'Zeker een wortel met haar, ' zeiden de boeren, 'we voelen het, jij bent het.'

'Ik kan het bewijzen, ' zei Jakhals. 'Zoek een kiezelsteen, sla hem in tweeen, kom dan terug en snij er een stuk af. Je zult zien dat het een wortel is. De boeren zochten een kiezel en ondertussen groef Jakhals zich nog dieper in het hol, onbereikbaar voor knuppels en handen. En nog lang hield hij daar een veilig huis.