Energierekening voor grote industrie voorlopig weinighoger

ROTTERDAM, 12 okt. Grootverbruikers van gas en elektriciteit hoeven zich voorlopig weinig zorgen te maken over hun energierekening. Door de koppeling van hun gastarief aan stookolie en de lage dollarkoers zal de verdubbeling van de olieprijs de grote bedrijven in Nederland weinig schade doen, behalve de gestegen transportkosten die iedereen moet betalen.

De vierhonderd grootste industriele energieverbruikers in Nederland krijgen aardgas geleverd tegen een tarief gekoppeld aan de stookolieprijs in guldens. Die brandstof is sedert het uitbreken van de Golfcrisis veel minder scherp is gestegen dan de prijs van ruwe olie. Stookolie, een bijprodukt van de raffinage, is momenteel in overvloed op de markt omdat het om milieu-redenen weinig populair is.

Het gastarief voor de grootverbruikers wordt ieder kwartaal aangepast op basis van de stookolieprijs over het laatste halfjaar. Bovendien geldt bij de tariefvorming voor de 'groten' geen maximumaanpassing zoals bij kleinverbruikers. De huishoudelijke gasconsumenten hoeven volgens een afspraak tussen Gasunie en distibuteurs per kwartaal niet meer dan drie cent extra te betalen. Hun gastarief is gekoppeld aan de prijs van huisbrandolie als eerste alternatief voor verwarming.

De grootverbruikers van gas krijgen sedert begin deze maand zelfs een lagere energierekening gepresenteerd, omdat de stookolieprijs in de laatste viermaanden voor het uitbreken van de crisis nog daalde. De tarieven voor grote gasverbruikers, zoals stikstof-, annex kunstmestfabrikanten (Kemira, DSM) en aluminiumbedrijven (Aluminium Delfzijl) zijn net als die van kleinverbruikers per 1 oktober licht verlaagd met 0,1 cent.

Tientallen bedrijven bestookten de Gasunie vorige week met vragen over de de hoogte van gastarieven volgend jaar, vertelt een woordvoerder van de Gasunie. 'We hebben onze klanten verzekerd dat ze per 1 januari slechts maximaal 1,5 cent extra moeten betalen.' Grootverbruikers die zo'n 800 miljoen kubieke meter aardgas per jaar verbruiken (er zijn dertien van deze 'giganten') willen graag weten wat de Golfcrisis ze gaat kosten. Gasunie heeft ze voorlopig gerust kunnen stellen.

De gasprijs, die voor industriele grootverbruikers nu 19,3 cent per kubieke meter bedraagt, blijft in ieder geval tot april volgend jaar lager dan voor de Golfcrisis, toen een kubieke meter gas nog bijna 21 cent kostte. 'Ook na het eerste kwartaal van 1991 zal de gasprijs voor grootverbruikers hoogstens licht stijgen.'

De prijs van stookolie is in tegenstelling tot die van ruwe olie de laatste weken gestabiliseerd wegens het grotere aanbod, waar een geringe vraag tegenover staat. De weggevallen oliestroom uit Irak en Koeweit was minder zwaar dan die uit Saoedi-Arabie. Bij het raffineren bleef er minder stookolie over. De opgevoerde produktie uit Saoedie-Arabie bevat daarentegen meer zware fracties, wat bij raffinage veel stookolie oplevert.

Daar komt bij dat de vraag naar ruwe stookolie in Nederland de laatste jaren sterk is afgenomen omdat bij het verstoken ervan veel schadelijke rookgassen ontstaan. Het binnenlands verbruik van stookolie nam tussen 1986 en 1989 af van 1,8 tot 1,4 miljoen ton.

Ook de dalende dollarkoers heeft een dempend effect op de gastarieven voor grootverbruikers, omdat die zijn gebaseerd op de stookolieprijs in guldens. Tijdens de oliecrisis begin jaren tachtig was de dollar meer dan drie gulden waard en varieerde de stookolieprijs tussen de vierhonderd en zevenhonderd gulden per ton. Nu is die prijs door de lage dollarkoers van ruim 1,70 gulden maar driehonderd gulden per ton.

Ook industriele grootverbruikers van elektriciteit hoeven geen grote kostenstijging te vrezen. Het brandstoffenpakket waarmee de centrales elektriciteit opwekken bestaat voor het grootste deel uit aardgas, dat de komende maanden nauwelijks in prijs stijgt. 'We verwachten dat de tarieven voor grootverbruikers per 1 januari met niet meer dan 0,2 tot 0,5 cent zullen stijgen', zegt een woordvoerster van de SEP.

Het bedijfsleven heeft wel van de Golfcrisis te lijden, maar dat komt vooral door de stijging van transportkosten. Ook bedrijven die olie als grondstof voor hun produktie gebruiken, worden op extra kosten gejaagd. Voorzitter ir. E. A. de Wit van het SIGE (Samenwerkingsverband industriele grootafnemers van energie): 'Bovendien werken de gestegen prijzen voor petrochemische grondstoffen hogere verpakkingskosten voor de industrie in de hand.' In veel verpakkingsmateriaal is plastic verwerkt.

Bij een petrochemische bedrijf als Akzo Chemie, producent van ondermeer plastic, is de directe invloed van de gestegen grondstofprijs niet gemakkelijk te duiden. Adjunct-directeur ir. T. Molenburg van Akzo Chemie: 'Het is voor 7.500 produkten die gemiddeld drie of vier bewerkingen ondergaan moeilijk te zeggen wat het prijseffect zal zijn. Bovendien kunnen wij de effecten van een hogere olieprijs gemakkelijk over een langere periode uitspreiden. De hogere grondstofprijs heeft bijvoorbeeld voor de verfindustrie veel directere gevolgen.'

De producenten van verf- en drukinkt hebben aangekondigd dat de prijzen van produkten de komende maanden 'aanzienlijk' zullen stijgen. In waarde gemeten komt 80 procent van de grondstoffen van de verfindustrie voort uit olie (verdunningsmiddelen en harsen). De consument voelt deze kostenstijging rechtstreeks in zijn portemonnaie.

'De drastische verhoging van grondstofprijzen heeft direct invloed op onze marges', constateert voorzitter ir. H. Hemmes van Kartoflex, de vereniging van verpakkingsfabrikanten. In verpakkingen is ondermeer polyethyleen en polypropyleen verwerkt dat voor honderd procent voortkomt uit het olieprodukt nafta.

Volgens Hemmes hebben afnemers, zoals de verfindustrie, lering getrokken uit de hoge olieprijzen begin jaren tachtig. 'Onze afnemers weten net zo goed als wij hoe de prijzen van olieprodukten zich ontwikkelen. We kunnen onze hogere produktiekosten niet meer zonder meer doorberekenen. De onderhandelingen over de uiteindelijke prijs nemen daardoor vaak veel tijd in beslag.'