Een omissie in de grote damesmaten

Belangstellend neem ik de gisteren verschenen biografie over 's lands eerste vrouwelijke minister, Marga Klompe, ter hand (Ineke Jungschleger en Claar Bierlaagh, 'Marga Klompe, een gedreven politica, haar tijd vooruit', uitgeverij Veen) en zoek naar het hoofdstuk over de Nacht van Schmelzer. Tevergeefs.

Het boek ontbeert een hoofdstuk over de Nacht van Schmelzer. In feite blijft Schmelzer ongenoemd. In tegenstelling tot een man als Beel, die twaalf keer in het personenregister staat. Of een man als Romme die op niet minder dan vierenzestig bladzijden ten tonele wordt gevoerd. Schmelzer moet het met een miniscule vermelding doen en eigenlijk gaat de desbetreffende passage niet over hem, maar over Cals, 'de collega met wie zij een hechte vriendschap zou ontwikkelen (tot de 'Nacht van Schmelzer' hen in 1966 dramatisch scheidt).' Dat is alles.

Het lijkt mij een omissie in de grote damesmaten, vergelijkbaar met een biografie van Sartre waarin Simone de Beauvoir is weggelaten, of een studie over Napoleon waarin de Slag bij Waterloo ontbreekt, of een boek over Maria, waarin de maagdelijke geboorte van Haar Zoon over het hoofd wordt gezien.

Ook Marga Klompe, de allesberedderende moederkloek van het politiek katholicisme, werd de Moeder van Altijddurende Bijstand genoemd. Tot het pijnlijke moment dat zij Cals haar bijstand onthield, waarmee zijn lot als premier van de centrum-linkse regering Cals-Vondeling (1965-1966) was bezegeld.

De 'moord met voorbedachten rade' (de PvdA-er Vondeling over de KVP-er Schmelzer) werd gepleegd op 14 oktober 1966, 's nachts om 4.29 uur. Schmelzer, toen chef van de KVP-fractie, eiste van het confessioneel-socialistische kabinet een belastingcorrectie van zevenhonderd miljoen gulden, een kluifje waarmee hij de rechtervleugel van zijn partij zoet hoopte te houden, die het liefst met die potverterende rooien wilde breken. Het werd een regelrechte prestigestrijd tussen de regeringsleider (Cals) en de politiek leider van de grootste regeringsfractie (Schmelzer), een strijd die Cals uiteindelijk zou verliezen. De motie die Cals de kop zou kosten werd voorgekookt in de KVP-fractievergadering. Even later troffen de twee politieke geestverwanten elkaar, wandelend naar de executieplaats, op het Binnenhof. 'Hier is het dan, Jo', zei Schmelzer en hij overhandigde de premier de aanstonds in te dienen tekst. 'Nou, Norbert, dat was het dan', zei Cals. 'Dat vrees ik ook', zei Schmelzer.

Na de val van Cals begonnen de aanhankelijkheidsbetuigingen binnen te stromen. Aan het adres van Schmelzer, wel te verstaan. 'Houdt moed! Weg met de linksen!' 'Proficiat met uw standvast houding' 'Hierbij betoog ik mijn oprechte dank voor de wijze waarop u Nederland verlost hebt van de Cals-terreur.'

Het was geen politieke crisis als alle andere. De Nacht van Schmelzer zou uiteindelijk tot een scheuring in de KVP leiden, respectievelijk in de oprichting van de Politieke Partij Radikalen, terwijl de Partij van de Arbeid zich verbitterd in de oppositie nestelde. Schmelzer ging de geschiedenis in als de Brutus van het Binnenhof. Cals verdween uit de politiek en als hij met zijn ministeriele ex-collega's bijeenkwam in het kader van de jaarlijkse reunie, duurde het nooit lang voordat boven de spijzen en wijzen de rituele klacht opklonk: 'Waarom toch? Waarom heeft Norbert het gedaan?'

De belangrijkste bijrol is door Marga Klompe gespeeld. Zij was even eerder minister van maatschappelijk werk geweest, een positie die zij een regeringsperiode later zou verruilen voor het ministerschap van cultuur. In de overbruggende jaren zat zij in de KVP-fractie. Haar politieke voorkeur was duidelijk: zij was gematigd vooruitstrevend en zag meer in samenwerking met de socialisten dan met de liberalen.

Toen geschiedde het dat Schmelzer, aan de vooravond van de Nacht, zijn KVP-fractie bijeenriep om hun instemming te vragen met een motie waarvan iedereen wist dat hij voor de regering Cals-Vondeling onaanvaardbaar was. 'Ik zag de meeste fractieleden gebiologeerd naar een collega staren: Marga Klompe, vertrouwelinge van en innig bevriend met Cals', herinnert Schmelzer zich. 'Sommigen aarzelden, wilden aanvankelijk hun vinger opsteken, maar lieten die weer zakken toen ze zagen dat ook Marga voor de motie was.'

Waarom? Waarom schaarde Marga Klompe zich onder de doodgravers van het centrum-linkse kabinet? Het is tot op heden een mysterie, een mysterie dat in de pasverschenen Klompe-biografie niet eens wordt aangesneden, laat staan wordt opgelost.

De dag na de Nacht ontving Cals twee journalisten op het Catshuis, dat hij even later zou moeten ontruimen. Het waren Henry Faas van de Volkskrant en Louis Frequin van De Gelderlander. Frequin: 'Wij werden er met een echt woedende, om niet te zeggen briesende, demissionaire minister-president geconfronteerd, die nog naar de koningin moest om het ontslag van zijn kabinet aan te bieden. Ik zal nooit vergeten hoe Jo Cals niet alleen tegen zijn eigen partijfractie tekeer ging, maar op een gegeven moment vol emotie uitriep: 'Kunnen jullie begrijpen dat zelfs Marga voor de motie stemde? Ze is nota bene een vriendin van ons en de (doop)meter van een van onze kinderen. Ik heb nog steeds geen telefoontje van haar gehad om zich te verklaren. Onbegrijpelijk!'

Even onbegrijpelijk als het feit dat de biografen van Marga Klompe haar vreemde rol in die Nacht van Schmelzer onbesproken laten. Wisten zij het niet? Dat lijkt mij sterk. De ene biografe is sociaal-economisch redacteur van De Volkskrant, de andere biografe is documentaliste bij het Archief van de Vrouwenbeweging, functies die een minimum aan politiek en historisch inzicht veronderstellen. Wat heeft hun dan wel bezield? Hebben zij niet de portee van de gebeurtenissen beseft? Of zijn zij, al schrijvende, zo door de geportretteerde bekoord geraakt dat zij het beter vonden dat ene vlekje op het blazoen van deze 'gedreven politica, haar tijd vooruit' weg te poetsen?