De geest in de fles

Door Limburg stroomt de Jabeek,

Een beekje fris en klaar.

En elke woensdagmiddag

Zie je veel moeders daar.

Veel moeders met haar kinderen,

Die dompelen ze in 't nat.

Opdat ze minder hinderen,

Doen die moeders dat.

Immers, er wordt vaak geklaagd,

Ik doe er zelf aan mee

Dat kinderen, wat je ze ook vraagt

Antwoorden met: nee.

Smeekt de moeder: kleed je aan,

Dan luidt het antwoord: nee.

Maar vraagt zij later: kleed je uit,

Dan zegt dat kind weer: nee.

En zegt ze: eet je boterham,

Of: loop nou met me mee,

Of: ruim je eerst je speelgoed op?

't Is nee en nee en nee.

Laat alsjeblieft dat fietsje staan,

En kom je handen wassen. Nee!

Doe netjes je pyjama aan,

En dan naar bed toe. Nee!

Wanneer dat nu te gek wordt,

Neem dan zo'n kind op woensdag mee

En doop het in de Jabeek,

Dan zegt het nooit meer nee.

Dan zegt het altijd, altijd ja,

Wat je dat kind ook vraagt;

Een antwoord dat zijn pa en ma

Tot tranen toe behaagt.

Als ik een raad mag geven,

Onthoud dit dan voor later:

Bewaar je hele leven

Een fles met Jabeekwater.