De bezetting van Koeweit moet los worden gezien van de Palestijnse kwestie; Palestijnen speelden met vuur

Toen op 9 december 1987 in de strook van Gaza de intifadah begon, waren de Israelische autoriteiten volkomen verrast. Het leger beschikte niet eens over schilden om de Palestijnse stenen op te vangen. De opstand brak uit op een moment dat de Palestijnse kwestie door het conflict tussen Irak en Iran naar de achtergrond was gedrongen en een regeling ervan ver weg leek.

Eenzelfde soort situatie deed zich afgelopen maandag voor op de Tempelberg in Jeruzalem. De inval van Irak in Koeweit, en de massale steun die de Palestijnen aan Saddam Hussein betuigden, deden de internationale aandacht voor het Palestijnse vraagstuk tijdelijk verminderen. De regen van stenen en andere projectielen, die drieduizend Palestijnse extremisten maandag op joodse gelovigen bij de Klaagmuur deden neerdalen, was erop gericht de Palestijnse zaak weer in het brandpunt van de belangstelling plaatsen. Het was spelen met vuur. De Palestijnen hadden uit de geschiedenis kunnen weten ook in 1929 vielen Palestijnen biddende Joden bij de Klaagmuur aan, een incident dat aan zestig joden in Hebron het leven kostte wat een religieus kruitvat de Tempelberg is. De Palestijnse provocatie van afgelopen maandag eindigde dan ook in een drama. Het aantal slachtoffers werd nog vergroot doordat de Israelische politie slechts vijfenveertig manschappen ter beschikking had om de orde bij de Tempelberg te bewaren. Een onverantwoord klein aantal.

Israel en de rest van de wereld werden aldus pijnlijk met de neus op het Palestijnse vraagstuk gedrukt. En inderdaad, een rechtvaardige oplossing van deze kwestie en de erkenning van Israel door zijn Arabische buurstaten dienen de twee belangrijkste componenten te zijn van een regeling van het Arabisch-Israelisch conflict.

Koppeling

Het is evenwel onjuist en gevaarlijk om uit de gebeurtenissen op het Tempelplein te concluderen, dat een oplossing van het Arabisch-Israelisch conflict op enigerlei wijze moet worden gekoppeld aan de beeindiging van de Iraakse agressie tegen Koeweit. De PLO en diverse Arabische en niet-gebonden landen hebben deze koppeling de afgelopen dagen in de Verenigde Naties bepleit en ook president Mitterrand liet zich na het geweld op de Tempelberg in dergelijke bewoordingen uit. Dit is uiteraard koren op de molen van president Saddam Hussein, die op 12 augustus met het voorstel kwam dat, als eerst Israel zich uit de bezette gebieden zou terugtrekken, Irak daarna hetzelfde zou doen uit Koeweit. Hij hoopt met deze tactiek de brute annexatie van Koeweit te legitimeren en de Arabische massa's vooral tegen het 'Westerse' Israel in het geweer te brengen.

De Israelische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook is zowel historisch als juridisch van geheel andere aard dan de overrompeling van Koeweit door door Irak. Irak viel het land, zonder enige militaire provocatie van Koeweitse zijde, op 2 augustus binnen. Enkele dagen later werd Koeweit geannexeerd als de negentiende provincie van Irak. Israel daarentegen veroverde de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in 1967, na door de Arabische buurlanden te zijn bedreigd en door Jordanie te zijn aangevallen. Op 22 mei 1967 blokkeerde de Egyptische marine de Golf van Akaba, waardoor de Israelische oliehaven Eilat werd afgesneden. Bovendien sommeerde president Nasser van Egypte, de in de Sinaiwoestijn gelegerde vredesmacht van de Verenigde Naties om te verdwijnen, hetgeen onmiddellijk geschiedde. In het noorden beschoten Syrische troepen met grote regelmaat Israelische kibboetsiem. Op 5 juni besloot Israel niet langer af te wachten en viel het de luchtmachtbases van Egypte en Syrie aan. De Israelische regering waarschuwde Jordanie, bij monde van de gezant van de Verenigde Naties, zich niet in de strijd te mengen. Koning Hussein beschoot daarop toch Jeruzalem en toen viel Israel ook Jordanie binnen. Na zes dagen strijd had Israel de Sinaiwoestijn, de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de hoogten van Golan veroverd. De positie van Israel in 1967 leent zich meer dan die van Irak, voor vergelijking met de positie van Koeweit nu. Alleen de uitkomst van de strijd was verschillend.

Anders dan Koeweit vormden de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever geen autonome staat, maar stukken gebied waarvan de juridische status betwist is. Tot de dag van vandaag heeft Israel die gebieden niet geannexeerd, hetgeen het afstaan ervan in het kader van een vredesregeling mogelijk maakt. Toen overigens in 1967 de toenmalige premier van Israel, Levi Eshkol aanbood de bezette gebieden (op Oost-Jeruzalem na) op te geven in ruil voor een vredesregeling, reageerden de Arabische leiders negatief. Op de Arabische topconferentie van Khartoem op 1 september 1967 werd driemaal neen uitgesproken: geen erkenning van Israel, geen vrede en geen onderhandelingen. Het gevolg was, dat Israel die gebieden bleef besturen in afwachting van een vredesregeling.

Onvoorwaardelijk

Juridisch deugt de gelijkstelling van beide situaties al evenmin. Op 22 november 1967 nam de Veiligheidsraad Resolutie 242 aan. Deze riep enerzijds Israel op tot terugtrekking uit bezet gebied en vroeg anderzijds om de erkenning van het recht van elke staat in de regio: 'om in vrede binnen veilige en erkende grenzen te leven'. Bij het vredesverdrag tussen Israel en Egypte in 1979 gaf Israel op basis van deze resolutie in ruil voor vrede, de gehele Sinaiwoestijn aan Egypte terug. Resolutie 242 gaat in wezen uit van het principe land in ruil voor vrede met Israel.

De resolutie, die de Veiligheidsraad aannam na de Iraakse agressie (resolutie 660, van 2 augustus) veroordeelt evenwel de 'Iraakse invasie in Koeweit' en 'eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking' van de Iraakse troepen.

Saddam Hussein kan dus weinig argumenten ontlenen aan het feit dat Israel de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezet houdt. Wat Irak te doen staat, is het onmiddellijk en onvoorwaardelijk terugkeren naar de status quo ante. In geen geval mag Saddam Husseins overrompeling van een soevereine staat worden beloond door Israel gelijktijdig of vooraf onder druk te zetten om de bezette gebieden te verlaten. Deze kwestie moet in aparte onderhandelingen worden geregeld. Een koppeling zal slechts leiden tot het voor onbeperkte tijd bezet houden van Koeweit, met alle gevolgen van dien. Saddam Hussein blijft immers een agressief en fundamenteel onbetrouwbaar heerser, die met zijn plotselinge liefdesverklaring aan het adres van de Palestijnen alleen zijn eigen public relations wil dienen.