Bolkestein scoort in debat geen enkel punt

Door onze redacteuren HANS BUDDINGH' en FOLKERT JENSMA; Nieuwsanalyse

DEN HAAG, 12 okt. Wat was er afgelopen week aan de hand met de leider de grootste oppositiepartij, F. Bolkestein van de VVD?

Hij zat tijdens de drie dagen van algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer ongemakkelijk in de bankjes. Het had zijn eerste grote optreden als VVD-leider moeten worden. Maar het wilde maar niet lukken. Achter het veilige katheder ging het nog wel, maar aan de interruptiemicrofoon liep hij vast. Toen hij een motie indiende waarin hij vroeg alle departementale begrotingen 'onder voorbehoud' goed te keuren werd hij uitgelachen door de Kamer en geridiculiseerd door het kabinet.

Bolkestein had zich voorgenomen alleen de grote lijnen te behandelen en met zijn kritiek in te spelen op wat er bij de PvdA en D66 leefde. Aan het imago van premier Lubbers als de manager/staatsman zou hij zoveel mogelijk afbreuk willen doen. Maar hij ontdekte dat het politieke debat aan het Binnenhof het domein is van de horlogemakers en niet van de impressionisten. Bovendien had het CDA hem van verre zien aankomen. De kampioen dossier-kenner Lubbers maakte korte metten met de VVD-leider. Tot tweemaal toe werd Bolkestein in het nauw gebracht; eerst moest hij van de premier 'man en paard' noemen bij zijn waarneming dat het maatschappelijke middenveld democratische controle ontbeerde. Zijn voorbeelden (onder meer woningbouwcorporaties en arbeidsvoorziening) werden ontleed en te licht bevonden Brinkman en Lubbers brachten daarna in handig samenspel een recente motie ter sprake waarin de VVD decentralisatie naar woningbouwcorporaties juist had gesteund. Bolkestein was verrast en had geen repliek. Waar mogelijk liet Lubbers merken Bolkesteins deftig getoonzette kritiek niet serieus te nemen. 'Ik zet een goeie fles wijn op een betere suggestie', antwoordde hij Bolkestein een keer.

Ook werd hij door Kok onder druk gezet om met een alternatieve begroting te komen, dit om de 'vertoning' van zijn partij in eerste termijn van het debat te onderbouwen. Drie weken geleden op Prinsjesdag had Bolkestein een zeer hoge toon aangeslagen. Kok was als solide financier 'door de mand gevallen'. Dat schept verplichtingen in de Kamer. Maar deze week bleek dat de VVD haar zeven miljard aan alternatieve bezuinigingen niet had laten doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB), dit in tegenstelling tot D66. Dat is drijfzand, had Kok geschamperd, een dodelijk verwijt voor een partij die altijd conservatief en degelijk economisch beleid bepleitte.

In beide gevallen liet Bolkestein zich uitlokken, met als resultaat dat dit jaar de oppositie de regering een toezegging deed, in plaats van andersom. Bolkestein beloofde bij het volgende financiele debat 'goed bewapend ten ijs komen'. Bij interruptie zegde hij toe: 'Als U een deugdelijke begroting indient, dienen wij ook een deugdelijke begroting in'. Waarop de omstanders zich afvroegen waarom dat dan nog nodig zou zijn.

Van het uit elkaar spelen van de coalitiepartners, de klassieke opdracht van de oppositie, kwam evenmin wat terecht. D66 had zich hiervan overigens bij het aantreden van het kabinet verschoond: Van Mierlo zou 'voor' het kabinet opponeren, niet ertegen. Sindsdien is D66 'buitenlid' van de coalitie en haar fractievoorzitter de eerste adviseur. CDA en PvdA bleken hun meningsverschillen over de koppeling en lastendruk ook niet vrijwillig te willen opspelen. Dat was nergens voor nodig in januari bij de 'tussenbalans' wacht het echte gevecht. De cohesie tussen de coalitiepartijen in het kabinet bleek onverwacht hecht. Ondanks de val van Braks en de veronderstelde deuk in het onderlinge vertrouwen traden Kok en Lubbers op als een soepel duo laatdunkend en vol zelfvertrouwen gingen ze de VVD te lijf. Alleen toen Woltgens de premier dwars zat over het bejaardenpensioen waarde de geest van Braks even door de vergaderzaal. Lubbers las de PvdA-fractieleider driftig de les. Woltgens zei enigszins beteuterd nu 'weer met de voeten op de grond' te staan.

Bolkestein had een ander probleem: de klassieke VVD-issues waren geruisloos door de PvdA overgenomen. Zo hield Woltgens een verhandeling over de bestrijding van normloosheid en de handhaving van de rechtsstaat dat sprekend op vroegere VVD-pleidooien leek. Aan de inzet van de PvdA om het financieringstekort te verminderen en de lastendruk te beperken, kon de VVD evenmin iets afdoen. Kok bleek bijvoorbeeld niets te willen weten van een Groen Links-plan om de vennootschapsbelasting en het toptarief in de inkomstenbelasting te verhogen ten gunste van de minimum-inkomens. Nederland is geen eiland in de wereld en juist de minima hebben belang bij de krachtige internationale concurrentiepositie, zei de minister van financien.

Bolkestein kon niet anders dan Kok complimenteren met zoveel gezond verstand. Veel belangrijke financiele beslissingen moeten nog door het kabinet bij de 'tussenbalans' begin volgend jaar worden genomen. Kok volstond met het etaleren van goede voornemens: aanwending van nieuwe aardgasmeevallers voor vermindering van de staatsschuld of voor produktieve investeringen; meer structurele en minder incidentele bezuiningen.

Tegen de premier bracht Bolkestein de totale afwezigheid in het debat van het thema 'Duitsland' in stelling, waardoor hij zich waande in een gezelschap 'politieke dwergen'. Lubbers hapte niet. Hij gewaagde uitgebreid van het 'gemeenschappelijke avontuur' dat hij met Helmut Kohl had beleefd bij het ontdooien van de DDR. Bolkestein antwoordde aldus: 'Als ik daar had gestaan, had ik het zo niet gedaan.' Lubbers nam de voorzet aan: 'Maar U staat niet hier.'

Tegen de CDA-fractie in de Kamer scoorde Bolkestein evenmin punten. Er ontspon zich tussen hem, Brinkman en Van Mierlo een debat over de rol van het maatschappelijke middenveld, een CDA-term voor het conglomeraat van lagere overheden, particuliere stichtingen en besturen. De onmacht van de Haagse politiek zou opgelost kunnen worden door fors te decentraliseren. Vol vuur probeerde men het met elkaar oneens te zijn, maar Brinkman had deze zomer de kritiek op dit onderwerp, de 'oligarchie van professionals die het vergadercircuit van Nederland bewonen' (Woltgens) aan voelen komen en daarom onschadelijk gemaakt. Als ex-minister van WVC had hij de koepel- en federatiebesturen aan zijn bureau gehad. Hij had ze vervloekt: de 'wisselende meerderheden' in het middenveld die ieder met eigen politieke contacten hun tuintjes wisten te beschermen.

Decentraliseren betekent bij Brinkman sindsdien het afstoten van bevoegdheden naar 'het echte micro-niveau' de scholen en ziekenhuizen zelf, niet de federaties en koepels. Iedere keer als Van Mierlo de koepelstructuren afschilderde als overblijfsels uit een corporatistisch verleden, kwam Brinkman aan de interruptiemicrofoon zijn hervormingsgezindheid demonstreren. Natuurlijk, dat middenveld moest toegankelijk zijn, controleerbaar en open. Die ouderwetse koepels moeten opengegooid worden. Maar dat laat de waarde van het maatschappelijke middenveld als structuur onverlet Bolkestein kreeg er met zijn motie voor verplichte 'democratische legitimatie en controle' geen vat op en van de PvdA geen steun voor. Hij was immers tegelijkertijd voorstander van privatiseren, dereguleren en het bestuur dichter bij de burger brengen. 'Wat voor extra's wilt U dan precies?', vroeg Brinkman.