Alle dieren vrij; De Victoriaanse romans van John Irving

In het laatste boek van John Irving, A Prayer for Owen Meany, schrijft de ik-figuur ter afronding van zijn studie een scriptie over de literatuuropvatting van Thomas Hardy. Uitgangspunt is een fragment waarin Hardy de romanschrijver vergelijkt met de eeuwig dolende zeeman die in een beroemd gedicht van Coleridge zijn tragisch wedervaren vertelt aan een feestganger op een trouwerij. 'Een verhaal moet uitzonderlijk genoeg zijn om het vertellen ervan te rechtvaardigen. Wij verhalenvertellers zijn allen ancient mariners, en geen van ons heeft het recht om bruiloftsgasten aan te houden als hij niet iets ongewoners heeft te vertellen dan de alledaagse belevenissen van de doorsnee man en vrouw.'

Hardy's credo is Irving uit het hart gegrepen. Niet voor niets duidt hij zichzelf het liefst aan als 'entertainer'. Zijn lijvige romans worden gedragen door figuren die, hoewel zeer menselijk en sympathiek, in alle opzichten buitengewoon zijn. Zoals de hartsvriendinnen Jenny Fields en Roberta Muldoon in The World Acording to Garp (1976): een door wellust geobsedeerde feministe en een transseksuele footballspeler. Of de aan ether verslaafde weeshuisdirecteur Dr Wilbur Larch en zijn favoriete adoptiekind Homer Wells in The Cider House Rules (1985). Of, in Irvings laatste roman, de pathetische christusfiguur Owen Meany, die de datum van zijn dood ziet verschijnen tijdens een opvoering van 'A Christmas Carol' en daar zijn verdere leven op afstemt.

Behalve door niet-alledaagse hoofdpersonen (die desondanks zelden ongeloofwaardig zijn) kenmerken de romans van Irving zich door conventioneel spannende plots. Bij hem geen open eindes, strakverweven vertelniveaus of ander literair-technisch vuurwerk, maar snelle dialogen en verrassende gebeurtenissen, die een romantisch en soms ontroerend verhaal ondersteunen. Kafka en Musil zijn aan hem voorbijgegaan, hij is een verhalenverteller in de traditie van Thomas Hardy, Jane Austen en Charles Dickens.

John Winslow Irving (Exeter, New Hampshire 1942) heeft van zijn bewondering voor de negentiende-eeuwse roman nooit een geheim gemaakt. 'Als kunstvorm is de roman nooit beter beoefend dan in de Victoriaanse tijd', verklaart hij in interviews, en uit zijn eigen werk blijkt hoezeer hij door de Victorianen beinvloed is. De geest van Dickens is overal: in de achtergrond van de hoofdpersonen (heel vaak jonge naieve wezen of halfwezen), in de behandeling van hun lotgevallen (van de wieg tot het graf), en in het optreden van bijfiguren, die op hilarische wijze gekarakteriseerd worden door eigenaardigheden in kleding, gedrag en vooral taalgebruik. Ook is het geen toeval dat in het weeshuis van Dr Larch Great Expectations en David Copperfield telkens opnieuw worden voorgelezen.

Het goede beloond

Opvallend in Irvings boeken is bovendien de Victoriaanse moraal. Het zijn didactische romans die iets over willen brengen: de positieve levensfilosofie van T. S. Garp, of de ruimhartige ethiek van Wilbur Larch. Omwille van spanning en sentiment is het soms nodig om de held van het verhaal te laten lijden en sterven, maar als het even kan wordt het kwade gestraft en het goede beloond.

Het kwade heeft doorgaans veel van doen met wellust en seks. 'The world is sick with lust', zegt Jenny Fields in The World Acording to Garp, en het lijkt of Irving het diep in zijn hart met haar eens is: zijn werk wemelt van de mensen met wie het slecht afloopt als gevolg van seksuele escapades de verleider van Garps vrouw, die zijn zucht naar seks moet bekopen met een afgebeten geslachtsdeel, is het bekendste voorbeeld. Hoewel deze variatie op het thema schuld en straf Victoriaans aandoet, wijst Irving zelf liever op zijn Amerikaanse wortels: per slot van rekening is hij een kind van Nieuw Engeland, het stamland van de Amerikaanse Puriteinen, en een bewonderaar van The Scarlet Letter, Nathaniel Hawthorne's novelle over overspel en boetedoening.

John Irving debuteerde in 1968 met Setting Free the Bears, een schelmenroman over een plan om alle dieren uit de dierentuin in Wenen vrij te laten. Het boek zette de toon voor het oeuvre van Irving zo zouden de zwarte humor, de liefde voor de beren en de 'geavanceerde decadentie' van Wenen terugkomen in onder meer Garp en The Hotel New Hampshire (1981) , maar het mist de gevoeligheid en de spanning van zijn latere romans en bereikte geen groot publiek. Ook The Water Method Man (1972) en The 158-Pound Marriage (1974) lijken in retrospectief niet meer dan vingeroefeningen voor de roman waarmee Irving in 1978 zowel commercieel als literair zou doorbreken: The World Acording to Garp.

De oorspronkelijke titel van Garp was Lunacy and Sorrow een titel die niet alleen een variatie is op negentiende-eeuwse vondsten als Pride and Prejudice en Misdaad en straf, maar ook de kortste samenvatting van het hele boek. The World Acording to Garp beschrijft het wel en wee van een schrijver die opgroeit te midden van de alledaagse waanzin van naoorlogs Amerika. De oorlog in Vietnam blijft op de achtergrond (om in latere romans van Irving terug te komen), maar T. S. Garp en zijn moeder Jenny Fields bevinden zich in het centrum van de seksuele revolutie en de oorlog tussen de seksen, waarvan zij beiden martelaars worden.

Omwille van de satire zijn de vormen van geweld in Garp tot in het absurde doorgetrokken, maar dat maakt het boek niet minder geslaagd. Met deze humoristische en ontroerende biografie van Garp, de Amerikaanse Elckerlyc, heeft Irving het klassieke ideaal van 'The Great American Novel' verwezenlijkt: een allesomvattende roman die de 'condition americaine' van na de Tweede Wereldoorlog schitterend uitdrukt, en die de lezer hardop laat lachen en zachtjes doet huilen.

Verloedering

Het centrale thema van The World Acording to Garp is frustratie. Frustratie over de verloren onschuld van Amerika, over de teloorgang van de Amerikaanse droom, over de verloedering van de paradijselijke samenleving die vanaf de Puriteinen als een voorbeeld had gegolden voor de Oude Wereld. Dit typisch Amerikaanse thema speelt ook een belangrijke rol in de twee meest recente romans van Irving. In The Cider House Rules, dat grotendeels voor de Tweede Wereldoorlog speelt, probeert Wilbur Larch, net als Garp, de verloedering tegen te gaan. In tegenstelling tot Garp lukt dat hem enigszins: ondanks het strenge verbod op abortus weet hij op slimme wijze zijn humane en medisch verantwoorde kliniek na zijn dood over te dragen aan Homer Wells.

Memoires

In A Prayer for Owen Meany komt de frustratie over Amerika's doen en laten in de wereld het meest expliciet naar voren. Van tijd tot tijd steekt de verteller (John Wheelwright) tirades af naar aanleiding van het Iran-Contraschandaal dat in het nieuws is terwijl hij zijn memoires schrijft. Het loze gescheld is een van de weinige zwakke punten van een boek dat zich verder in kracht kan meten met The World Acording to Garp, en is bovendien lang niet zo effectief als de dingen die Owen Meany over Amerika te berde brengt bij de dood van Marilyn Monroe: 'Monroe was net als ons hele land niet zo jong meer, maar ook niet oud; een beetje buiten adem, heel mooi, misschien een tikkeltje dom, misschien heel wat slimmer dan ze leek. En ze was op zoek naar iets ik denk dat ze gewoon goed wilde zijn'.

De helden van John Irving, Owen Meany voorop, maar ook Homer Wells, Wilbur Larch, T. S. Garp, Jenny Fields en John Berry (uit het enige echt waardeloze Irving-boek The Hotel New Hampshire), zijn eigenlijk net als Monroe en dus als Amerika: ze zijn op zoek naar hun eigen ideaal van rechtvaardigheid, en willen intussen gewoon goed zijn. Het zijn simpele profeten, idealistische individuen uit een Amerikaanse traditie van morele kruisvaarders die ook wel eens minder sympathieke figuren heeft voortgebracht.

Lunacy en sorrow, gekte en verdriet, zijn de kernbegrippen in het oeuvre van Irving. Soms zijn ze in evenwicht, en dan levert dat sublieme boeken op. Soms slaat de gekte door. Dan resteert slechts pornografische kitsch, zoals in The Hotel New Hampshire, waar de lezer geconfronteerd wordt met een lesbienne in een berenpak, een groepsverkrachting op Halloween, en een hoofdstuk met de titel 'Schlagobers and Blood'.

Met zijn vlotte schrijfstijl, zijn humor en zijn wervelende plots heeft Irving een groot publiek bereikt. Van zijn boeken worden miljoenen exemplaren verkocht, en in Nederland behoort hij tot de twaalf veelgelezen buitenlandse schrijvers die dit jaar meedingen naar de Publieksprijs. Bij de meeste critici doet zijn reputatie als populist hem echter weinig goed, en ook aan de universiteit wordt hij nog weinig serieus genomen. Maar hij troost zich ongetwijfeld in de wetenschap dat ook Dickens er een eeuw over heeft gedaan om als groot literair schrijver te worden erkend.

Dinsdag 16 oktober is John Irving te gast in de lezingenserie American Literature Today, Sonesta Koepelzaal, Kattengat 1, Amsterdam. Aanvang 20.00 u. Inl. 020-247280.

    • Pieter Steinz