ADRI VAN MALE 1910-1990; Stijlvolle reus

ROTTERDAM, 12 okt. De gisteren op 80-jarige leeftijd overleden Adri van Male heeft, globaal gesproken, in de jaren 1930 tot 1940 bij Feyenoord voortdurend en bij het Nederlands elftal bij tijd en wijle onder de lat gestaan. Veel ruimte was er dan tussen lat en hoofd niet, want Van Male mat bijna twee meter. Een sierlijke, stijlvolle keeper en jarenlang een van de in dubbele betekenis grote figuren in de toen zeer machtige ploeg uit Rotterdam-Zuid. Hij speelde bij Feyenoord onder meer met coryfeeen als Puck van Heel, Kees van Dijke, de broers Bas en Jaap Paauwe en Jaap Barendregt.

In het Nederlands elftal debuteerde hij in 1932 in de interland tegen de Belgen, die door Oranje met 4-1 werd gewonnen. Het was de wedstrijd van Lagendaal, die alle Nederlandse doelpunten voor zijn rekening nam. Een tijd lang leek Van Male de vaste keeper van Oranje te zijn geworden, maar een ongelukkig moment in de kwalificatiewedstrijd voor het wereldkampioenschap van 1934 (tegen de Ieren) vergrootte de twijfels van de keuzecommissie of Van Male inderdaad na het terugtreden van Van der Meulen 's lands beste keeper was. De gracieuze, maar soms wat al te rustig ogende doelman liet zich bij die gelegenheid door de Ierse midvoor Moore met bal en al over de lijn drukken. Het was een geval van schouder contra schouder. Tegenwoordig zou er voor gefloten zijn, maar keepers waren in de jaren dertig nog slecht beschermd.

Dit foutje in een overigens met 5-2 gewonnen wedstrijd kostte Van Male zijn plaats. Men probeerde tweemaal de Ajacied Gerrit Keizer om vervolgens de gestopte Van der Meulen onder druk te zetten om alsnog mee te gaan naar het wereldkampioenschap in Milaan. Dit heeft Van Male sterk gegriefd. Bij de presentatie van het boek van Harry van Wijnen ('De Kuip') vertelde hij mij nog dat hij het beroep op Van der Meulen een klap in het gezicht vond voor Leo Halle en zichzelf. Halle kwam snel weer in de nationale ploeg terug, maar Van Male moest tot 1936 wachten (Belgie-Nederland 1-1). In totaal kwam hij tot vijftien interlands. De laatste was een 4-2 overwinning op de Belgen, vlak voor de bezetting van ons land door de Duitsers.

Ingenieur Ad van Emmenes heeft Van Male ooit als volgt beoordeeld: 'Van Male heeft wedstrijden gespeeld die niemand hem zou hebben verbeterd. Er waren er ook waarin hij onder de verwachtingen is gebleven, maar ongetwijfeld heeft hij het Nederlandse voetbal grote verdiensten bewezen. Hij maakte een dankbaar gebruik van zijn lengte en dat hij zwak zou zijn op lage ballen, is slechts zelden gebleken. Hij miste de genialiteit van Gobel en Van der Meulen, evenals de bravoure van Leo Halle, maar hij behoorde zeker tot de grote spelers van ons land.'

Vergeleken met de vaak schreeuwende keepers van tegenwoordig, die hun verdedigers voortdurend met de mond corrigeren, was Adri van Male een toonbeeld van rust. Een sportman met stijl en gratie. De voetbalwereld zal zich hem met waardering herinneren.